Bekijk het origineel

Bericht omtrent de evangelisch-gereformeerde, in de verstrooiing zijnde Gemeente te Brünn, over het jaar 1889.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bericht omtrent de evangelisch-gereformeerde, in de verstrooiing zijnde Gemeente te Brünn, over het jaar 1889.

(Uit het Boheemsch vertaald.)

9 minuten leestijd

Onze Gemeente herinnert aan liet volk Israël in de woestijn. Wij bedoelen niet slechts dit, dat de gansche wereld in het booze ligt en dat er hier in deze wereld geene spijze noch eenige drank voor het geestelijke en eeuwige leven is, behalve het manna van boven van God en het water naar de Goddelijke genade uit de steenrots te voorschijn gebracht, dat ons God in Zijne onuitsprekelijke ontferming in Jesus Christus toebereid heeft en door Zijn Woord en Zijnen Geest aanbiedt; maar wij zijn het volk Israël in de woestijn ook daarin gelijk, dat ons God voor eiken dag juist zooveel toebedeelt, als wij noodig hebben. Dikwijls weten wij niet, hoe wij liet volgende kwartaal de huurpenningen betalen zullen; als evenwel de tijd daar is, hebben wij het benoodigde geld. Zoo draagt God ons in Zijne zorg dag bij dag, en wil, dat wij met te grooter vertrouwen tot Hem komen als kinderen tot hunnen trouwen zorgenden vader.
Anderzijds dpet onze Gemeente aan de apostolische Gemeenten denken met dit verschil, dat zij stoffelijk in betere gesteldheid is en door geene vervolgingen verontrust wordt. Te Troas kwamen de discipelen op de derde verdieping samen; onze bijeenkomsten worden op de tweede verdieping gehouden. De Apostelen waren zeer dankbaar, als zij eenige toehoorders. al ware het ook onder den vrijen hemel, om zich vereenigen en hun het Evangelie verkondigen konden. Te Rome waren velen zeer verheugd, dat zij in het vertrek van Paulus, den gevangene, mochten komen, om het Woord Gods te hooren, en zij schaamden zich zijner ketenen niet. Wij hebben volle vrijheid om het Woord Gods te prediken en te hooren; ons lokaal is. zeer schoon en voor ons doel volkomen geschikt, in een der beste huizen van Brünn. Indien nochtans iemand zich mocht schamen in onze vergadering te komen, omdat wij niet zulk eene kerk hebben, als Diana eens te Efeze had, zoo moest zich onze geheele Kerk over zulk een onwaardig medelid schamen. Eene nog grootere goddeloosheid begaat echter degene, die zich onderstaat om onze vergaderingen te smaden, zeggende, dat de geheele Gemeente enkel uit arme maagden en handwerksgezellen besta. De Gemeente te Jerusalem ten tijde der Apostelen bestond bijna uitsluitend uit armen, voor welke de Apostel Paulus in de Grieksche steden giften inzamelde. Die Lazarus, welken de engelen na zijnen dood in Abrahams schoot droegen, was hier op aarde maar een bedelaar en daarbij vol zweren. Wie het lot van dien rijke met hem deelen wil, moge heerlijk met hem leven, wij willen intusschen liever met den armen Lazarus naar onze vergadering gaan, om Mozes en de Profeten te hooren. Ja, wij weuschen van ganscher harte, dat zoovele dienstmaagden , als mogelijk is, in onze vergadering komen en alle te zamen ware dienstmaagden des Heeren worden. Yan harte wenschen wij, dat zoovele gezellen, als maar mogelijk is, in onze vergadering komen en al te gader éénen tot hunnen Meester hebben, Christus. Ja, armen en rijken mogen toch in scharen komen, opdat zij bij Jesus Christus ruste vinden!
Eindelijk doet onze Gemeente in menig opzicht ook aan de Boheemsch-Moravische broederen denken en aan den tijd der tolerantie, toen men zeide, dat de Picarden — aldus schold men de medeleden der Broederuniteit, — dat de Helveten — zoo luidt de spotnaam voor de Gereformeerden in Bohemen, — geen gebruik maken van dansvermaken, maar liever de Schrift lezen. Aan een onzer jongelingen werd door een andersdenkende toegevoegd: „Ik heb ook eene Helvetische gekend, die evenwel een .ander geloof moet gehad hebben dan gij, want zij ging toch naar schouwburgen en danspartijen, terwijl gij nergens heengaat". Yan een ander lid onzer Gemeente beweerde de hospita, dat zij haar leven lang zulk een jongmensch in hare woning niet gehad had, die eiken Zondag tweemaal ter kerke ging en nooit naar een „gezelschap", met andere woorden, naar de herberg. Over een anderen heeft zijne kostvrouw hare verwondering uitgedrukt, hoe een zoo jeugdig man het uithouden kon, niet eenmaal tot afwisseling naar het bal te gaan. Het zou ons tot buitengemeene vreugde verstrekken, indien wij over elk lid onzer Gemeente, ja over elk lid onzer gansche Boheemsch-Moravische Kerk gelijkluidende Picardische en Helvetische berichten geven konden, opdat wij allen, door liet bloed van Christus verlost en gereinigd, Hem Zelf een eigen volk mochten zijn. ijverig in goede werken (Titus 2 : 14). Dan zou onze Kerk andere vorderingen maken.
De evangelisatie-arbeid onzer Gemeente (wjj hebben hierbij de inwendige zending op het oog) is nog in zjjne wording, maar het is ons streven om zooveel mogelijk de leden onzer Gemeente, groot of klein, aan dezen arbeid te doen deelnemen; het is zeer noodzakelijk, dat te midden van zoovele verzoekingen de een den ander versterke, op den rechten weg beware en ook, waar het noodig is, uit de strikken des Satans door de kracht des Woords en des Geestes Gods bevrijde. Velen beginnen zich aan dezen arbeid toe te wijden. God moge hen sterken en hun het noodige geduld geven. Tot deze werkzaamheid behoort ook, dat men de medeleden onzer Kerk, die tot nog toe in steden, waar het Woord Gods niet gepredikt ' wordt, hunne bezigheden hebben, naar Briinn verzoekt te komen. Grootendeels door aankomelingen nam onze Gemeente in den loop van het jaar 1889 met 36 personen toe, zoodat zij aan het einde des jaars 460 zielen telde. Bij het begin van onzen arbeid in 1883 was het aantal niet grooter dan 80 zielen.
Het lokaal voor onze godsdienstoefening alsook de woning van den reizenden leeraar is op de Kruidmarkt N". 11, op de tweede verdieping. Eiken Zondag vangt de dienst voormiddags om tien uur, 's namiddags om drie uur aan. Is de reizende predikant elders werkzaam, zoo wordt te Briinn op dien tijd eene predikatie voorgelezen. De zondagsschool in verband met de catechisatie wordt steeds des voormiddags na de godsdienstoefening gehouden. De kinderen worden in den regel na de namiddagbijeenkomsten gedoopt. Des namiddags na den dienst wordt oefening gehouden in het zingen der psalmen en geestelijke liederen. Maandagavond van half acht tot half negen is er Bijbellezing, waarbij ook de zondagsschool-onderwijzers voorbereid worden.
De kinderen uit de volksscholen van de ls t e tot de 4'lc klasse krijgen het godsdienstig onderricht in de zondagsschool. Die uit de lioogere klassen der volks- en burgerscholen worden buitendien nog Woensdag van half vijf tot half zes na den middag in de zaal onzer bijeenkomsten onderwezen. De leerlingen der tusschenscholen worden in twee afdeelingen eiken Woensdag en Zaterdagmiddag van half twee tot half vier in het K. K. Boheemsch gymnasium onderricht. Aan de Boheemsche tusschenscholen hebben wij 29, aan de Duitsche scholen 6 leerlingen.
Ook wat de fondsen onzer Gemeente betreft, heeft ons de Heere genadiglijk gezegend. Het dotatiefonds nam in den loop van 1889 van 606 fl. 71 kr. tot .838 fl. 98 kr. toe; het bouwfonds van 2297 fl. 87 kr. tot 3240 fl. 44 kr. Er is ons bovenal aan gelegen, dat het bouwfonds zoo spoedig mogelijk tot zijne bestemming kome. Wij hebben geen plan om eene prachtige kerk met eenen toren te bouwen, want wij hechten niet aan wereldlijke praal, maar dat het Woord Gods gepredikt worde. Het bouwfonds brengen wij samen, opdat wij een huis koopen kunnen, waarin men een ruim lokaal voor onze samenkomsten en eene woning voor den leeraar zou kunnen inrichten.
Wij zijn nu op onze derde plaats Dit gestadig overbrengen van den tabernakel belemmert onzen arbeid en veroorzaakt ons aldoor nieuwe uitgaven en zorgen. Ons huurcontract loopt nog twee jaren. Wat zouden wij doen, indien wij dan opzegging kregen en geen ander geschikt lokaal voor onze vergaderingen zouden vinden. Voorts, zoodra wjj een gebouw voor de kerkelijke behoeften hebben, zullen wij naar Gods wil spoedig tot zelfstandigheid onzer Gemeente kunnen geraken. Te Briinn zelf en in de naaste omgeving is zooveel werk, dat één predikant nauwelijks in staat is, dat af te doen, en hoeveel andere plaatsen der verstrooiing in de Moravische Superintendentie wachten nog op eenen reizenden leeraar. Ten minste vijf leeraren hadden hier arbeid genoeg.
Wij herhalen ook dit jaar onze hartelijkste dankzegging aan de Moravische Gemeenten voor de jubileumsgave, die tot 1186 ft. 41 kr klom.
In den jare 1888 besloot het superintendentiaal-convent biji gelegenheid van het veertigjarig jubileum van onzen hooggeschatten keizer Franz Jozef I , om in alle evangelisch-gereformeerde Gemeenten van Moravië eene jubileumsgave voor den bouw van een bedehuis voor onze Gemeente in te zamelen. Deze jubileumsgave van 1166 fl. 41 kr. is in de hierboven aangegeven som van het bedehuisbouwfonds begrepen.
Bovendien beloofde eene Gemeente ons nog 10 fl., en verder hopen wij, dat de eenige Gemeente, van welke de beloofde collecte nog niet ingekomen is, haar woord gestand zal doen. Tevens veroorloven wij ons dringend te verzoeken, dat de- Gemeenten in Moravië — overeenkomstig het besluit van het superintendentiaal-convent — met jaarlijksche kerkcollecten ons bouwfonds in liefde gedenken mogen.
Evenzeer brengen wij onzen innigsten dank aan alle overige? geliefde weldoeners voor de ons in liefde toebedeelde giften. Ook nemen wij de vrijheid ons weer voor giften tot dekking der loopende uitgaven en tot vermeerdering onzer fondsen, inzonderheid van het bouwfonds, aan te bevelen. Met eene v e r - nieuwde bede richten wij ons vooral tot onze geliefde Gemeenten in Bohemen, en wagen het te vermelden, dat omstreeks het derde deel onzer gemeenteleden uit Bohemen afkomstig is; deswege hopen wij, dat onze broeders in Bohemen ons des t e eer, als hun eigen bloed en hunne broeders in het geloof, gedenken zullen.
Den gansehen arbeid onzer Gemeente bevelen wij der genade Gods.


In het Boheemsche bericht volgt nog een uitvoerig uittreksel uit de jaarrekening van 1889.
Hier nemen wij de vrijheid nog slechts op te merken, datde jaarlijksche uitgaven onzer Gemeente meer dan 800 fl. bedragen, te weten ruim 600 fl. huur, omstreeks 100 fl. voor armenzorg; andere uitgaven 100 fl. De gemeenteleden zijn, op enkele uitzonderingen na, slechts arme handwerkslieden, arbeiders en ondergeschikten. Toch brengt de Gemeente zelve aan vrijwillige bijdragen, kerkcollecten, enz. door elkander 350 fl. bijeen. Uit de staatskas bekomen wij gewoonlijk eene ondersteuning van 180 H. voor de huur. De overige 350 fl. bijna moeten wij van onze geliefde vrienden verwachten. Voor het bouwfonds heeft de Gemeente zelve bijna 900 fl. gegeven Voor de toeneming van dit bedehuisfonds en het fonds vnor het predikantstraktement moeten wij vooral veel aan de liefdadigheid van onze geloofsgenooten, zoo van verre als nabijr verwachten.
Moge ons God vele vrienden verwekken en ons de prediking van Zijn heilig Woord doen behouden!
Voor den kerkeraad der evang. gereformeerde Gemeente in de verstrooiing te Brünn,

W. Pokorny,
Ev.-Geref. reizend leeraar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 augustus 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Bericht omtrent de evangelisch-gereformeerde, in de verstrooiing zijnde Gemeente te Brünn, over het jaar 1889.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 augustus 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken