Bekijk het origineel

Gedachten, bijeenverzameld uit de schriften van Gereformeerde Godgeleerden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
Print this document

Gedachten, bijeenverzameld uit de schriften van Gereformeerde Godgeleerden

3 minuten leestijd

Er is zulk een zeer groot onderscheid tusschen het woord eens menschen en Gods Woord ! Het menschenwoord geeft noch kracht noch sap; Gods Woord verkwikt de ziel en verblijdt het hart. Een woord, door God gesproken, is beter dan duizend andere, want Hij heeft woorden des eeuwigen levens. Daarom moeten wij Gods troostwoord ons genoeg laten zijn, Zijne goedertierenheid daarin erkennen en Hem van harte danken, dat Hij ons rijkelijk troost, dat wij ook niets meer zouden kunnen verlangen.

JOH. CROCICS.


Dienstknechten van Christus moeten zich niet al te zeer ergeren, als zij gewaar worden, dat de waarheid in onze tegenwoordige tijden zoo weinig indruk maakt op de harten deitoehoorders, terwijl zij dikwijls met droefenis moeten zien, dat hun dienst zoo weinig vrucht draagt, want zoo is hot immers ook den Heere Jesus gegaan, toen Hij als Prediker op aarde was. Wij moeten dit tot onze vertroosting aannemen, wat God tot Samuel zeide, toen het volk eenen koning verlangde: „Zij liebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen," 1 Samuël 8: 7. Derhalve, wie ons woord, dat wij prediken, verwerpt, die verwerpt God en Zijn Woord. Evenzeer moeten wij niet te veel ergernis hebben, als wij opmerken, dat het Woord Gods zoo vele honderden jaren gepredikt geworden is, en nochtans de afgoderij en het bijgeloof niet kan vernietigd worden. Ook hier geldt het: „Indien zij Mijn Woord verworpen hebben, zoo hebben zij ook het uwe verworpen."

JOH. MELCHIORS.


Wilt gij aan het oordeel ontkomen, dat de wereld en hare bewoners bedreigt, zoo laat u van de volken afzonderen, opdat gij des Ileeren eigendom moogt geworden zijn. Gaat van hen uit, Mijn volk, en raakt niet aan, wat onrein is, roept zoowel Profeet als Apostel. Wie de wereld bekeeren wil, zie wel toe, dat hij niet door de wereld verslonden worde; het komt er voor u en mij slechts op aan, dat wij uit de wereld gekocht en in het bundelke der levenden gebonden zijn. De Herder is daar, Die tusschen de zeven kandelaren wandelt, en Zijne stem reikt van het eene einde tot het andere. Eene kudde is daar, die aan Zijne voeten legert, eene groote schare der volmaakte rechtvaardigen, en het komt, er op aan, zoolang het Woord door den brand en het gedruis der wereld gehoord wordt, die stemme te gehoorzamen en bij de kudde in veiligheid geborgen te zijn. Voorwaar, als het scheiden, verdeelen en afzonderen plaats vindt, daar geschiedt zulks allerminst zonder smarten; laat dus het voorbeeld der Israëlieten ons waarschuwend voor oogen staan, die zich van de Egyptenaren en de Kanaünieten niet wilden laten scheiden en losmaken. Ja, scherpere, dieper gaande, doodelijker afsnijdingen zijn er noodig, zoo zeer zijn wij samengegroeid met alles, waaraan God geen welbehagen hebben kan.

Prof. JOH. WICHELHAUS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 januari 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 7 Pagina's

Gedachten, bijeenverzameld uit de schriften van Gereformeerde Godgeleerden

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 januari 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 7 Pagina's

PDF Bekijken