Bekijk het origineel

Gedachten, bijeenverzameld uit de schriften van Gereformeerde Godgeleerden (vervolg)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gedachten, bijeenverzameld uit de schriften van Gereformeerde Godgeleerden (vervolg)

2 minuten leestijd

Israël heeft eene woning, eene plaats der ruste (in do woestijn dezes levens), waar het rust en verkwikking vindt, en wel op eene rots, die zelve niet wankelt en vast doet staan, wat er op gegrondvest is. Dezen vasten grond vormt de eeuwige verkiezing, want Hij heeft ons in Christus uitverkoren, eer de wereld gegrond was, en Hij heeft ons tot het kindschap verordend tot Zichzelven door Jesus Christus, naar het welbehagen Zijns willens. „Ik heb u van eeuwigheid liefgehad." Gij hebt mij steeds bemind en ook tot U getrokken. Niet uit de werken der gerechtigheid, maar uit genade zijt gij zalig geworden. Naardien gij alzoo waardig geacht zijt geworden voor Mijne oogen, zoo zult gij ook heerlijk zijn, en Ik heb u lief. Hierin is evenwel de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons liefgehad heeft en Zijnen Zoon gezonden heeft tot eene verzoening voor onze zonden. Want van harte, vrijwilliglijk, wil Ik u liefhebben. (Ilosea 14.) Blijft in Mijne liefde. Voorts vinden wij den grondslag der vaste woningen in Israël zelve volstrekt niet, doch des te meer vinden wij dien buiten hetzelve en wel in het borgschap, hetwelk Een, Die daartoe bekwaam was, reeds onder het Oude Testament op Zich nam en aan het einde daarvan tot volkomene verwerkelijking bracht. Hij, Die eer dan Abraham is, het Lam, dat geslacht is vóór de grondlegging der wereld, de Goël, in Wien Job zich reeds met vast geloove troostte, Hij wiesch Zijn volk met niets minder dan met Zijn bloed, opdat het rein, wit als sneeuw zou worden ; Hij verwierf het rechten, die Hij op hetzelve overdroeg zóó, dat het in Zijnen Naam spreken en vragen mag en vraagt: wie is h e t , die recht op mij heeft, wie wil met mij twisten? Kortom, de grondslag, op welken ik bouw, is Christus en Zijn bloed. In Hem hebben wij de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zouden. Het fondament der woningen lsraëls is niet het werkverbond, maar het verbond der genade, dat David als zoodanig reeds erkende, dat wel, wat zijnen inhoud betreft, eene diep verborgene wijsheid is, maar in zijn aard toch wel geordend is en gehouden wordt. Op dit gebied des vredes heerscht de levendmakende adem des Heiligen Geestes, en als God Dien doet uitgaan, zoo wordt de gedaante der aarde en der harten vernieuwd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 januari 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Gedachten, bijeenverzameld uit de schriften van Gereformeerde Godgeleerden (vervolg)

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 januari 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken