Bekijk het origineel

Bijbelsche theologie van het Nieuwe Testament

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bijbelsche theologie van het Nieuwe Testament

Tweede afdeling, Par. 14. De Brief aan de Colossenzen

10 minuten leestijd

Hetgeen Paulus in Rom. 3—8 aan zijne lezers in herinnering brengt, dat bevat ook de Brief aan de Colossensen; alleen zijn zijne woorden hierdoor de tegenstanders gewijzigd. Dwaalleeraars hadden zich te Colosse ingedrongen, die den Heidenen zekere wettische voorschriften en diepzinnig klinkende leerstel lingen opdrongen. Men haatte reeds toen de leer, volgens welke de mensch gerechtvaardigd zou zijn door het geloof in Christus, een geloof, dat bovendien door God gewerkt is. Men beval daarentegen allerlei leerstellingen aan, door welke de mensch nader tot God zou kunnen komen en in het Goddelijke zich zou kunnen verdiepen. Omgang met engelen, allerlei kastijdingen des lichaams, allerlei genademiddelen beval men aan, om het hooger leven deelachtig te worden.
Zoodanige leer van middelen noemt Paulus philosophie en ijdele misleiding, Col. 2 ; 8. Reeds Theodoretus vaD Cyrus zegt op deze plaats : Zij, die de wet doen, leidden hen heen tot dienst der engelen, daar zij zeiden, dat de wet door de engelen gegeven is. En deze dwaling heeft langen tijd in Frygië en Pisidië stand gehouden. Deze dwaalleeraars waren navolgers van die zeer verbreide ascetisch-mystische philosophie, die wij b. v. in het Nieuw-Platonisme tot walgens toe leeren kennen Deze vermaarde philosophie van het Oosten had ten doel het geestelijk deel des menschen, zijn beter ik, door middel van godsdienstige voorschriften, door middel van verschillende idealen en door middel,[van ascese nader tot de volmaaktheid te leiden. Zij zochten daartoe te komen, dat hun geest vervuld werd met de volheid der deugden of, zoo het heette, met de volheid der Godheid, waardoor men God het meest naderen en met Hem gemeenschap oefenen kon. Om zulks te verkrijgen, gaf men aanleiding tot eenen hemelschen wandel, om het lichaam uit de stoffelijke omgeving te bevrijden. Dit duurde in de praktijk wel niet lang. De teruggedrongen; lichamelijke behoeften lieten hare rechten gelden tegen zulk eene verkeerde behandeling, welke zij van de zijde van den misleiden geest ervaren moest.
En nu schrijft deze leer hare practische onvruchtbaarheid niet zichzelve toe, maar aan het lichaam (de stof). Zulke lieden waren ook in deze Gemeente gekomen, en trachtten zulke toen algemeen verspreide leerstellingen den geloovigen op tedringen als een levens-element naast de waarheid Christi. Zij hadden een schijn van wijsheid in allerlei zelfgekozene geestelijkheid en een niet verschoonen van het lichaam, maar niet in ware eer, maar tot verzadiging van het vleesch door opgeblazenheid. Zij waren zeer gevaarlijke lieden, die bij al hun belijden van den Christus een hefboom oprichtten, om het zoogen. zondige lichaam meester te worden, waarbjj zij echter tot de zonde steeds meer aanzetten, doordat deze niet den rechten, vernietigenden slag verkreeg, den slag van het kruisvan Christus.
De Apostel herinnert zijne lezers aan zekere hun door de evangelische prediking bekende leerpunten en heilsfeiten. Christus, in Wien wij de verlossing door Zijn bloed hebben, Hoofdst. 1 : 14, is het Beeld van den onzienlijken God, de Eerstgeborene aller creaturen. Alles wat onder de categorievan het eindige en geschapene valt, is later dan Christus. De verhouding van allen tegenover Hem is die van later geborene tot den Eerstgeborene. Christus staat in den raad Gods bovenaan, want door Hem en tot Hem is alles, wat hemel en aarde omvat, geschapen. Alle geestelijke macht en geweld, al die droombeelden, die den Colossensen van de dwaalleeraarswerden opgedrongen, hebben naast Christus geene zelfstandige beteekenis. Hij is de Eerste, Hij is ook de Eersteling van de opgewekten, en als zoodanig Hoofd der Gemeente. Op Hem en in Hem heeft zich de volheid neergelaten voor de ontledigde menschen, en in Zijnen Persoon heeft Hij volkomeneverzoening tot stand gebracht, en wel ook voor u. Dit zijn zeer bekende waarheden. Het spreekt vanzelf, dat, nadat Hij Zijn bloed voor de Gemeente vergoten heeft en weder opgestaan is, Hij het eenige Hoofd is in den hemel en op de aarde. De gevolgen van zulke stellingen snijden alle dwalingen bij den wortel af. Christus is volgens zoodanige leer niet alleen de Bron van alles wat bestaat, maar ook in wijsheid overtreft Hij allen. In Hem zijn alle schatten der wijsheid verborgen. Alles is reeds in Christus aanwezig, wat wijsheid kan genoemd worden.
Dit zijn woorden uit het 2de Hoofdstuk van zijnen Brief'. De lezers begeeren naar eene volheid der Godheid. Nu zegt hij: Alles, wat gij zoekt, om van God vervuld te zijn, is aireede aanwezig. Maar Paulus leert te gelijk zijne lezers, dat, zooals zij het zoeken, zij het niet verkrijgen zullen. In Christus, het Hoofd van alle dingen, in Wien alle schatten verborgen zijn, in Hem woont al de volheid, aan Hem hebben zij zich te houden, in Wient zij de verlossing hebben door Zijn bloed. In Hem zijn zij vervuld met al de volheid der Godheid, d. i. met alles, wat Goddelijk, wat Gode betamelijk is. Wanneer de Apostel de uitdrukking „lichamelijk" bezigt, zoo heeft zulks feetrekking op de woorden en de gedachten der dwaalleeraars. Niet aan iets in de lucht zwevends laat hij de verwachtingen der Christenen zich aanknoopen, maar aan Christus, — daar is het handtastelijk te grijpen. Wat dit zegt drukt hij nauwkeuriger uit: „Gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is -van alle overheid en macht," Ys. 10. Hoe zulks geschied is, -wijst, hij nader aan door herinnering aan hunnen doop. De •dwaalleeraars bevelen wet en besnijdenis aan. Nu zegt Paulus: „Gij zijt reeds besneden, en wel met eene besnijdenis zonder handen, in de aflegging van het lichaam der zonde des vleesches, Eijnde mede begraven met Hem in den doop; in Welken gij -ook mede opgewekt zijt door het geloof". Paulus beveelt •tegenover de dwaalleeraars aan, dat zij de ware besnijdenis .zullen in het oog houden, die eens voor altijd geschied is in •Christus aan het kruis, toen Hij onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; Christi dood houdt hij hun op .zinrijke wijs als eene besnijdenis voor. Daar is de oude mensch -eens voor altijd tot zijn recht gekomen, hij is gedood, besneden geworden. Aan het kruis kan men leeren, wat met den ouden meusch moet geschieden; tevens kan inen uit de opstanding Jeeren, wat daaruit volgt, n.1. de opstanding van den nieuwen mensch. De dwaalleeraars bevelen eene afsnijding der zonde o p de oppervlakte aan, de Apostel wil eene radicale besnijding. De lezers waren reeds aan zulke gedachten gewend. Het iwas voor hen niets ongewoons, dat de zondaar door een zondoffer v r i j werd van de zonde, en in dezen gedachtengang schikt zich de kruisiging van Christus. Christus is het offerlam door «ene betaling, welke Gode geschiedt. In Zijnen dood gaat de zondaar vrij uit. Derhalve op Golgotha is de groote afrekening geschied, — de eeuwige losprijs is b e t a a l d ;— eene besnijdenis in plaats van de Joodsche door dwaalleeraars aanbevolene is geschied. Om het nog grondiger te zeggen, heet het verder: -Oij zijt met Hem begraven en daarna opgestaan door het geloof; gij, die dood waart in uwe overtredingen, in de voorhuid uws vleesches, in het vorig bestaan, — u heeft Hij met Christus levend gemaakt; gij zijt opgewekt door het geloof, in die kracht van God, die zich betoond heeft in de opwekking van Christus. Derhalve wat men in de besnijdenis zou willen zoeken, uitroeiing der zonde, dat hebt gij te zoeken aan het kruis op Golgotha. Door zoodanige toepassing van de groote heilsdaden is nu elke wettische weg uitgesloten. Om dit op •den voorgrond te stellen zegt Paulus, Ys. 14, dat juist aan het kruis van Christus het tegen ons zijnde handschrift verscheurd is. Dit handschrift of deze schuldbrief, dien gij onderteekend hebt, waar gij u verbindt de Wet te doen, dezen schuldbrief heeft Christus aan het kruis genageld en verscheurd, en zoo uit het midden weggedaan. Men kan u niet meer om betaling manen. En nu trekt hij als besluit daaruit Vs. 16: Zoo laat niemand u eene gewetenszaak maken van spijs of drank of van bepaalde feestdagen. De als schrikbeeld voorgehouden wet is door den dood van Christus krachteloos geworden. Nadat nu de Apostel den Christenen ontnomen heeft, w at hun moest schaden, vermaant hij hen in Hoofdstuk 3, dis zulken, die met Christus opgestaan zijn, te zoeken wat boven is, en niet te oedenken de dingen, die beneden zijn, maar te wandelen als zulken, wier schat ia den hemel is, waar Christus is, zittende aan de Rschterhand Gods. Intusschen toont hij hun eenen anderen weg, om tot uitroeiing der zonde te komen, eenen beteren, dan de wet der dwaalleeraars. De dwaalleeraars bevelen ascese a a n , het lichaam i i 7 j niet te verschoonen. De Apostel beveelt iets anders aan, om aan de zonde den doodelijken slag toe te brengen. Zij hebben dit te leeren : zich aan te zien als gestorvenen en met Christus opgewekten! Gij zijt gestorven, Ys. 3, toen Christus voor u gestorven is. Met deze woorden veroordeelt hij elke menschelijke poging, elke zedelijke kracht en bekwaamheid. Hij stelt den mensch geheel en al met zijn ik, met al zijn streven ter zijde, en toont hem zijn eeuwig heil in Christus. Zij zijn dood, en van dooden kan geen werk, geen zedelijke arbeid, geen geestelijk streven meer verwacht worden. Alweder komt hier de hoofdgedachte van de Paulinische leer te voorschijn, dat de in zonden doode geene bekwaamheid heeft Gode te behagen. Eerst in Christus is de dood te niet gedaan, en die dood waren, zijn in Christus levend gemaakt. Doormoraliseeren, door het verkeerde dogmatiseeren blijft men in zijn vorig bestaan; eerst door de vereeniging met Christus is men in een nieuw bestaan. Buiten Christus blijven zij wat zij zijn. Zij hebben (Vs. 5) hunne leden, waartegen zij strijden, als aan den dood vervallen te beschouwen. Hij wijst er hen op, dat het voor hen, die met Christus opgestaan zijn, past, den ouden mensch als aan het kruis gestorven te beschouwen en aan den nieuwen Mensch te denken, en geene wet ter hulpe te nemen, maar altijd weder tot het kruis terug te keeren. Gij hebt, zegt Paulus, den ouden mensch als reeds uitgedaan te beschouwen. Hij grondt zijn verbod, om elkander niet te bedriegen, op het feit, dat zij den ouden mensch afgelegd en den nieuwen Mensch aangedaan hebben; en dat daaraan niets toe te voegen is. Het i s gebeurd. Nu doet zich nog de vraag voor, of zulk eene beschouwing eenig nut zal hebben, of het niet veel raadzamer is het met de zelfheiliging te probeeren. Zeker neen! De Apostel geeft geene voorschriften van zelfheiliging, maar wekt de Gemeente op, datgene, wat in Christus waarheid is, n i e t t e verloochenen; hij zegt, dat het uitwerking heeft, wat op Golgotha geschied is. De ervaring zal hen niet beschamen. En waarlijk, het is en blijft een wonder, dat uit den wolf een lam wordt, dat de meest tegenstrijdige karakters onder het zachte j u k van Christus gebogen worden. Gij zijt in Hem volmaakt, zelfs alle godsdienstig verschil, alle perken van beschaving, alle standen, alle nationaal onderscheid zijn in Hem weggenomen; men draagt den naaste met zijne schrikkelijke zwakheden, ja met den besten onovertroffen band der liefde omvat men dezen naaste. (Ys. 14.) Zijn vrede draagt in onze harten de overwinning weg, en wij gevoelen ons met onze broeders, de uitverkorenen en heiligen Gods, tot ééne gemeenschap geroepen. Het Hoofd Christus houdt het lichaam bijeen door allerlei banden, die elkander helpen, en zoo wordt het geheel tot eene schoone eenheid samengevoegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 februari 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Bijbelsche theologie van het Nieuwe Testament

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 februari 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken