Bekijk het origineel

Correspondentie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Correspondentie

6 minuten leestijd

Uit Galicië. — Hoogliggende sneeuw omringt ons hier aan de grens van Rusland. Nochtans kan ik der Redactie deze regelen doen toekomen, want in onze gemeenschap met de wereld buiten ons is althans deze verbetering gekomen, dat wij driemaal per week onze brieven naar het naaste poststation zenden kunnen.
In de eerste plaats wensch ik iets omtrent onze Gemeente te berichten. Met een gevoel van hartelijken dank werden wij vervuld bij de ontvangst der giften van eenige abonnenten^ die ons door tusschenkomst der geachte Redactie gewerden. (66 fl.) Wij kunnen eerst dan den hoogst noodigen bouw der pastorie tot stand brengen, als broederhanden ons daarbij ondersteunen.
Nog eene omstandigheid benauwt ons, dat namelijk altijd \»edor kolonisten van hier trekken. De Gemeente wordt steeds meer verzwakt. Uit 37 houten huisjes, met stroo gedekt, bestaat de gansche kolonie, voor welke het altijd meer bezwaarlijk wordt, om de helft der leeraarsbezoldiging — al is dat slechts 130 gulden jaarlijks! — en de jaarwedde van den onderwijzer alhier — al is dat slechts 65 gulden ! — op te brengen. Nu staan weder twee gezinnen op het punt om het land te verlaten. Schulden, hooge staatslasten en kerkelijke bijdragen en voornamelijk gemis aan vertrouwen op God brengt er hen toe om henen te gaan. Menigen lezer moge het wel zoo verschrikkelijk niet toeschijnen — twee gezinnen slechts -— maar voor eene Gemeente van 200 zielen is het zeer merkbaar. Ik wil evenwel van onze zorgen niet verder gewagen, het mocht de lezers spoedig vermoeien; intusschen — God h e e ft e e n e n b l i j m o e d i g e n g e v e r l i e f.
In de tweede plaats neem ik de vrijheid weder eenige opmerkingen te maken over onze naburen, de Joden. Het is den lezers zeker bekend, welk eene beweging de strenge ukasen (keizerlijke besluiten) der Russische regeering tegen de Joden vooral in Engeland te voorschijn geroepen hebben; het is bekend, dat de Lord-mayor van Londen met zijn verzoekschrift aan den Russischen Czaar afgewezen is geworden. Ontegenzeggelijk laten zulke, maatregelen, als de Russische regeering aanwendt, zich met eene Christelijke gezindheid geenszins vereenigen. Dat evenwel de Engelsche maatschappij veel te hooge en te gunstige gedachten koestert omtrent de Poolsche en Russische Joden, zal iedereen moeten erkennen, die het Israël van den huidigen dag eenigermate van nabij kan gadeslaan. Het eenmaal uitverkoren volk is juist, naardien het Christus niet hebben wil, een voorwerp van verachting, een volk, dat, mits voor geld, tot alles te krijgen is.
Waarvan zou toch de bloedarme Jood leven ? Hij slaat het oog op zijnen weinig ontwikkelden Poolschen of Russischen buurman. Wel is waar, in plaats van het volk door goed Christelijk onderwijs op te heffen, neemt de regeering hare toevlucht tot — politiemaatregelen. Zij kan in het arme verachte volk geen vertrouwen stollen; daarom vaardigt zij drakonische wetten uit.
Eene zaak, die groote opgewondenheid der gemoederen in Engeland verwekt heeft, zal ik nog even aanroeren. De „Jewish Chronicle" heeft er het eerst melding van gemaakt, en daarna het orgaan der Evangelische Alliantie „the Christian". Zij moet als bewijs gelden voor de schandelijke behandeling, die de Joden in Rusland moeten lijden.
Eene Joodsche knaap — zoo verhaalt „the Christian" — had met andere schoolknapen in den tuin van den Russischen geneesheer te Bialyatok appelen gestolen, werd daarbij betrapt, en de dokter brandde hem nu in het Russisch, het Poolsch en het Hebreeuwsch door middel van helschen steen het woord „dief" in het gezicht. Wie zou toch eene zoo schandelijke bestraffing van een dief van ooft in bescherming nemen! „The Christian" geeft het portret van dien jeugdigen Joodschen dief, naar eene photografie vervaardigd. Inderdaad het ziet er vreeselijk uit en zal elks medelijden opwekken. Maar iets ontbreekt aan de mededeeling van de „Jewish Chronicle". De dokter, die zich aan deze ruwe geweldpleging heeft schuldig gemaakt, is te Bialystok eigenaar van eenen tuin, uit welken gestadig zeer veel ooft gestolen werd. Werd de tuin bewaakt, dan werd hij door Joden met steenen gebombardeerd, zoodat de man in zijn eigen tuin zijn leven niet zeker was. Zelf trof een steen, door die op ooft beluste lieden geworpen, een dochtertje des geneesheers zoo hevig, dat zij er het leven door verloor. Dat prikkelde den geneesheer, Dr. Gravonski, tot den heftigsten toorn, al kan het in het minst zijn vergrijp niet verschoonen. Het werpt evenwel een geheel ander licht op de zaak, die in Engeland zooveel opzien baarde. Deze aangelegenheid werd door. de rechtbank behandeld. Het rechterlijke vonnis luidde, dat de Joodsche Rabbijn van de plaats en nog een ander geneesheer voor twee jaren uit de stad gebannen werden. Doch hoe het ook zij, de onderdrukkingsmaatregelen tegen de Joden zullen altijd meer het medelijden met hen te voorschijn roepen.
In de streken, waarin deze geschiedeuis plaats vond, overal in Polen, in Galicie, trekken sedert geruimen tijd gewetenlooze agenten van het Braziliaansche kolonisatiebureau rond, die tegen goede premie het arme landvolk tot landverhuizing naar Brazilië verlokken. Het arme, onontwikkelde volk hecht aan de avontuurlijke toezeggingen geloof, en trekt in menigte, bij duizenden weg.
Leugenachtige agenten beloofden aan eenen iegelijk, dat hij veel land en alles wat er noodig is, voor niets ontvangen zou en dan vrijen overtocht bovendien.
Ja, de Poolsche boeren geloofden dat en beweerden, dat de paus allen landverhuizers zijnen zegen gegeven had. I)e Redactie van een Poolsch dagblad te Warschau „Kurjer Warszawski" zond daarom haren eigenen gedelegeerde naar Brazilië, met het doel om de Poolsche kolonisten te bezoeken en zich van de betrouwbaarheid der gedane toezeggingen te overtuigen. De mededeelingen, die deze gedelegeerde naar huis zond, zijn van dien aard, dat zij alle gemoederen in beweging brachten, nu evenwel reeds verscheidene duizenden arme menschen in het ongeluk gestort zijn. Het nog jeugdig republikeinsche bewind poogde op allerlei wijze den afgezondene te verhinderen van de gesteldheid van zaken op de hoogte te komen. Honderden- van de aangekomenen verlangden reeds na hunne aankomst in Rio de Janeiro aan hun consulaat, dat men hen toch naar hun vaderland terugbrengen zou. Toen de gedelegeerde, van Itajaha uitgaande, zulk eene Poolsche volksplanting in het woeste, nog nauwelijks betreden woud opzocht en op Poolsche wijze groette, staarden allen hem met schrik aan. Bij zijn verhaal, dat hij daar gekomen was om hen te bezoeken en gewaar te worden, hoe het hun ging, stortten zij bittere tranen, en bezwoeren hem, toch aan alle lieden in hun vaderland mede te deelen, hoe ongelukkig zij zich gevoelden. Alle beloften waren niets dan bedrog. Duizenden pas aangekomen kolonisten verlaten de hun van regeeringswege aangewezen plaatsen en trekken heen, waar het oog hen leidt. Zeer vele van onze buren zijn in B r a z i l i ë ongelukkig, maar ofschoon de openbaar gemaakte berichten van bovengemelden gedelegeerde afschrikkend luiden, trekken toch nog velen er heen. Toen deze zelfs persoonlijk te Hamburg zulken landverhuizers het lot der Polen in Brazilië afschilderde en de verhuizing daarheen afried, geloofden zij niet, dat hij in Brazilië geweest was. Mundus vult decipi, de wereld wil bedrogen worden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 maart 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Correspondentie

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 maart 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken