Bekijk het origineel

Correspondentie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Correspondentie

7 minuten leestijd

Uit Hongarije. — Er is uit Hongarije wel dikwijls een en ander te berichten, want de gereformeerde Kerk in dit land telt toch over de twee inillioen zielen, maar veel van dat alles zou de ziel afkeerig maken. Alles wat hier in de groote Kerk plaats vindt, heeft voor den geloovige slechts deze waarde, dat hij steeds tot zichzelven zeggen moet: Houd, wat gij hebt! en dat hij van dag tot dag meer er in versterkt wordt, dat het groote aantal zielen eener Kerk volstrekt niet baat. „Niet door eene menigte", maar door des Heeren Geest wordt Zijne Gemeente gebouwd. Deze Geest is echter aan de Hongaarsche Kerk als onttrokken. Want Christus wordt in haar niet verheerlijkt.
Op den 6llc" April wordt bet Convent (de vertegenwoordiging van alle vijf superintendentiën) naar Budapest samengeroepen en, daar in dit jaar ook de Synode, (telkens na tien jaren) samenkomen zal, zoo wordt op dat Convent de arbeid voor de Synode voorbereid. De voorbereidende werkzaamheden voor de Synode, die aan bijzondere afgevaardigden toegewezen waren, zijn grootendeels gereed. Zij geven ontwerpen tot herziening van de Synodale wet van het jaar 1880/81, gelijk dan ook deze Synode reeds den naam van Ilerzienings-synode verkregen heeft. Eene groote verandering zal slechts de wijze van beroeping der leeraren ondergaan. Sedert tien jaren zijn de predikantsplaatsen bij wijze van mededinging bezet geworden. De Gemeenten zullen nu met terzijdestelling van mededinging ook rechtstreeks eenen predikant kunnen beroepen. Dat zou eene schrede in de goede richting zijn. De Commissie tot candidaatstelling blijft, maar zij zal niet meer gelijk voorheen vijf uit de mededingers kiezen, uit wie de Gemeente zou te kiezen hebben, maar allen, die aankomen en bevoegd zijn eene predikantsbetrekking te vervullen, moeten als eandidaten aangemerkt worden. Wordt iemand voorbijgegaan, zoo kan zoowel de belanghebbende als de Gemeente daartegen in beroep komen. Tot nog toe was er tegen de beslissingen van de Commissie tot candidaatstelling geen beroep mogelijk. Ook hebben zich weder stemmen verheven ten gunste van de zoogenaamde „proefpredikatiën (op beroep)", hetwelk voorzeker eene schrede achteruit is. Zij maken een bijzonder kenmerk uit van de Zevenbergsche superintendentie, waar zij door de Synode van 1880/81 helaas in stand gelaten zijn. Zelfs de Luthersche Kerk wil ze in hare Synode van dit jaar geheel afschaffen.
De vraag omtrent het Gezangboek staat ook op de agenda. Tot groot leedwezen der geloovigen krijgen de moderne beschouwingen steeds meer de overhand. De meerderheid der Commissie voor het Gezangboek schijnt tegen de volledige opneming der Psalmen to zijn. Ook bij de bewerking der Psalmen, die genade gevonden hebben, moet met den „meer ontwikkelden smaak" rekening gehouden worden, en de „Joodsche geest" door den nationalen-magyaarschen geest vervangen worden „De Hongaarscho muziek en zangwijze is even beroemd als de Fransche; waarom zouden wjj ons dan aan deze laatste houden?" Te vergeefs protesteerde tegen deze wijze van doen F. K., de eerste autoriteit op het gebied van het Kerkgezang. Hij werd zelfs niet aangehoord. Daarom onttrok hij zich geheel aan dien arbeid.
De superintendentie aan gene zijde van de Theiss — ook wel de Debrecziner superintendentie gelieeten — is de grootste der vijf. Reeds geruimen tijd wilden de noordelijke senioraten zich van haar afscheiden, om eene eigene superintendentie uit te maken. Daarover wordt nu weder geschreven. Als reden tot de afscheiding wordt aangegeven, dat de belangen der meerendeels arme Gemeenten bij het beheer niet voldoende behartigd worden. Er zijn zes senioraten in noord-oostelijk Hongarije met een zielental van ongeveer 200,000. Terecht werd er door onze Kerkelijke Courant „Szabad Egyhas" op gewezen, dat het wel noodzakelijker en beter zou zijn, om tot het oude terug te keeren en in plaats van uit de vijf superintendentiën zes te maken, ook die vijf op te heffen en aan de senioraten meerdere zelfstandigheid te geven. Vroeger, ofschoon i er geen superintendentiën, maar slechts senioraten bestonden, was er meer eenheid dan zelfs nu met het streven naar centralisatie. Wij komen al meer in do wateren van het episcopalisme; sinds den tijd, dat onze „bisschoppen" (officieële naam voor superintendenten) in het Hoogerhuis zitten, wordt het hun t e veel te gelijk predikant eener Gemeente te ziju. Hooggeplaatste wereldlijke heeren, maar helaas ook theologen, brengen tegenwoordig maar al te vaak de vraag te berde, of het bisschopsambt niet van het leeraarsambt te scheiden is. Dienaar des Woords te zijn, is, gelijk van zelf spreekt, voor eenen bisschop, die in het Hoogerhuis zitting heeft, te min. Een Luthersche bisschop is er reeds mede begonnen, dat hij van zijne Gemeente verlof krijgt en den winter over zijn kwartier in Budapest opslaat, opdat hij de zittingen van het Hoogerhuis kan bijwonen.
Terwijl de moderne geest onze Kerk met waardiger vertegenwoordigers begiftigen wil, zorgt de Rijksdag te Budapest nog voor eene andere verrassing. Reeds in vroegere jaren wilde men den twintigsten Augustus, den „dag van Stephanus den Heiligen", tot eenen algemeenen, alle belijdenissen bindenden feestdag maken. Dat gelukte niet. Het plan leed schipbreuk op het eenstemmig protest van ons kerkbestuur. Men gingtoenmaals meer constitutioneel te werk, men vraagde vooraf de Kerk. Thans wordt het tot wet verheven zonder degenen, die het aangaat, te vragen. Een roomsche feestdag, op welken de Roomsche Kerk al hare pracht te aanschouwen geeft, terwijl te Budapest „de heilige rechte" van Stephanus den heiligen, den eersten Hongaarschen koning, rondgedragen wordt, wordt ons opgedrongen. In den Rijksdag werd van protestantsche zijde verlangd, dat dan althans de nationale feestdag niet S a n c t- Stephanusdag, maar eenvoudig Stephanusdag, den dag van Stephanus I , koning van Hongarije, genoemd zou worden. Toen stond de gewezen Minister-President, de gereformeerde Tisza op, en stelde in het licht, met het oog op de kerkgeschiedenis van den beroemden gereformeerden Professor Esaias Budai, dat ook in de gereformeerde boeken de eerste Hongaarsche koning S a n c t - S t e p h a n u s genoemd wordt, vergat evenwel daarbij d i t , dat in Budai's boek wegens de strenge censuur het niet anders heeft mogen staan. Budai's boek verscheen nog in de vorige eeuw, toen eene strenge censuur op de boeken toegepast werd.
Van de dagen van den superintendent Szasz af is te Budapest een meer opgewekt geestelijk leven. Gedurende den geheeleu winter zijn voor het beschaafde publiek voorlezingen over kerkelijk-godsdienstige onderwerpen gehouden geworden. Budapest, ofschoon eene zeer groote gereformeerde Gemeente, heeft tot hiertoe slechts ééne kerk op den Calvinplatz. In het tweede kwartier zal nu ook spoedig eene gereformeerde kerk staao, voor welke reeds eene zeer aanzienlijke soin bijeengebracht is. In de meer verwijderde kwartieren worden steeds meer bedehuizen opgericht. Ongelukkig zijn ook de Unitariërs te Budapest zoozeer toegenomen, dat zij voor zich eene kerk gebouwd hebben. Het grootste contingent der thans in Hongarije opkomende unitarische Gemeenten (tot 1848 hadden zij in Hongarije geene vrije godsdienstoefening, alleen in Zevenbergen) leveren de beide protestantsche Kerken. Echter, ofschoon dit algemeen bekend is, wordt het in 't geheel niet ter harte genomen.
Een hulpprediker in eene Gemeente aan de andere zijde der Theiss, dien de Geest dreef, om het woord ook tot de kranken, bedroefden en ellendigen in de woningen te brengen, werd door den ongeloovigen cantor en sommige oudsten der Gemeente bij den Senior aangeklaagd. Voorheen zijn natuurlijk nooit huisbezoeken in deze Gemeente gebracht geworden; het was iets nieuws, dat de kapelaan deed! En wat gebeurt er? De Senior verbiedt hem huis- en ziekenbezoek, wijl dat in onze Kerk geen gebruik meer is! En dat heeft in de orthodoxe superintendentie Debreczin plaats! Als men dit aan het groene hout doet, wat zal dan aan het dorre geschieden?


De evangelisch-theologische Faculteit te Weenen, heeft den oostenrijkschen Hoogleeraar in de gereformeerde theologie te Debreczin Lic. theol. Josef von Erdüs wegens zijne vele verdiensten als schrijver en leeraar tot „doctor theologiae' benoemd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 7 Pagina's

Correspondentie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 7 Pagina's

PDF Bekijken