Bekijk het origineel

Eene Samenspraak. Over de hedendaagsche moderne Orthodoxie en nog wat. {Vervolg en Slot.) (Zie 34.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eene Samenspraak. Over de hedendaagsche moderne Orthodoxie en nog wat. {Vervolg en Slot.) (Zie 34.)

18 minuten leestijd

F r i t s Nu, als wij het hierover maar ééns zijn, dat wij steeds hebben te vragen naar hetgeen de H e i l i g e S c h r i ft zegt en bedoelt, dan komen wij wel verder en dan moet ik u vooraf zeggen, dat de drie door u bedoelde uitdrukkingen in hoofdzaak h e t z e l f d e beteekenen, namelijk de t o e p a s s i ng of t o e ë i g e n i n g van het heil in Christus Jesus aan den mensch, maar waarbij deze toepassing van eenigszins verschillende zijden wordt bezien.
J a n . Maar hoe moet ik dat nu weer vatten? D a t klinkt mij vreemd.
P r i t 8 . Luister maar eens en overweeg, dan zal het u wel duidelijk worden. De uitdrukking w e d e r g e b o o r t e wijst ons op de toepassing der r e c h t v a a r d i g i n g in Christus, als eene vrijmachtige daad Gods, waar de mensch zelf evenmin iets toe medewerkt als tot zijne natuurlijke geboorte uit zijne ouders; krachtens zijne n a t u u r l i j k e geboorte is de mensch in zonde en s c h u l d , in vijandschap tegen de gerechtigheid, die God s c h e n k t , en dus buiten C h r i s t u s, onder den vloek der Wet; maar krachtens de w e d e r g e b o o r t e , die God werkt door Zijn Woord en G e e s t , leert de mensch zichzelven kennen in zijne ongerechtigheid en verdoemenis; deze wordt hem tot droefheid en tot eene oorzaak van oprechte z e l f v e r o o r d e e l i n g ; naar g e r e c h t i g h e i d, die voor God geldt, leert hij vragen; de Heere wijst hem op C h r i s t u s , op D i e n s aangebrachte gerechtigheid; de Heere werkt in de ziel het toevlucht nemen tot Christus om genade, het vertrouwen daarop, ja, het geloovige toevoorzicht, zoodat men van niets anders weet en weten wil dan van Christus, den „ H e e r e onze g e r e c h t i g h e i d " . — Zie, dat is kort en goed de w e d e r g e b o o r t e , het werk G o d s , de geboorte, die van boven is uit den H e i l i g e n Geest en niemand begrijpt van het Koninkrijk Gods, het Rijk der g e n a d e , der g e r e c h t i g h e i d en der w a a r h e i d iets, niemand kan in dat rijk i n g a a n , tenzij hij alzóó w e d e r o m g e b o r e n worde.
J a n . Maar nu dan de v e r n i e u w i n g?
F r i t s . Wel, er staat geschreven : „Indien iemand i n C h r i st u s is", m. a. w Hem is ingeplant door een oprecht geloof, „die is een n i e u w schepsel", die is eene n i e u w e schepping van Gods genade; „het o u d e is voorbijgegaan, zie, h e t i s a l nieuw geworden." — Bij de uitdrukking „ v e r n i e u w i n g " wordt dus de toepassing des heils bezien als eene geheele tegenstelling tot onzen v r o e g e r e n toestand. Y r o e g e r buiten C h r i s t u s, buiten Gods g e m e e n s c h a p , buiten g e r e c h t i g h e i d , buiten eene levende hope, onder de heerschappij der z o n d e , des d u i v e l s , en des d o o d s : thans het e i g e n d o m van Christus, louter g e r e c h t i g h e i d in en door Hem, mede opgewekt met Hem, mede gezet in den hemel met Hem, onder de heerschappij der g e n a d e , aangenomen om Zij n e n t wil uit genade tot k i n d van God. Is dat niet iets n i e u w s ? Is niet de t o e p a s s i n g van het heil in Christus, h e t deel k r i j g en aan de rechtvaardiging uit het geloof eene geheele vernieuwing van den mensch?
J a n . Welnu, toegeven, maar dan de h e i l i g i n g?
F r i t s . Wij zullen zien. — Algemeen wordt geleerd, dat de h e i l i g i n g op de r e c h t v a a r d i g i n g volgt; dat de
mensch zich, nadat hij nu g e r e c h t v a a r d i g d is, er op moet toeleggen, om met hulp van de g e n a d e of den G e e s t beter te worden; er worden dan in den mensch vrome neigingen en betere h e b b e l i j k h e d e n of e i g e n s c h a p p e n ingestort en zoo stijgt hij van trap tot trap, van deugd tot deugd, in den grond der zaak geheel zooals de heidensche zedemeesters dat ook leerden. Op hun voetspoor leeren onze m o d e r n en dat ook en evenzeer leeren het bijna algemeen onze zoogenaamde r e c h t z i n n i g e n . — Maar men moest er eens op letten, dat de Catechismus zegt, dat het derde deel van onze 12 Artikelen des geloofs handelt van God d e n H e i l i g en G e e s t en onze h e i l i g m a k i n g , en dat dus de Catechismus de h e i l i g m a k i n g of h e i l i g i n g daarmede als het werk van God den H e i l i g e n G e e s t a a n d u i d t ; — men moest eens in het oog houden, dat li e i l i g i n g in de Heilige Schrift, overeenkomstig de oorspronkelijke beteekenis, te kennen geeft: a f z o n d e r i n g , en dat dus h e i l i g i n g uitdrukt d i e werking van God den H e i l i g e n G e e s t , waarbij de mensch wordt a f g e z o n d e r d uit de gansche verlorene menigte, om deel te hebben aan Christus en Zijn verlossingswerk. Waar de mensch g e r e c h t v a a r d i g d is voor God, d. i v r i j g e s p r o k e n om J e s u s C h r i s t u s wil v a n a l l e zonde en s c h u l d ; waar dus g e n a d e heerscht, daar brengt deze genade den Heiligen Geest mede, en deze Heilige Geest is de b l i j v e n d e pers o o n l i j k e Bewerker van al die werkingen bij den gerechtvaardigde, die men gewoonlijk onder den naam van „ H e i l i - g i n g " of „ H e i l i g m a k i n g " te zamen vat.
J a n . Dit alles klinkt mij
gansch nieuw.
F r i t s . Dat kan wel wezen, maar bedenk goed, dat g en a d e waarlijk g e n a d e blijven moet, en dat dus al wat men gewoonlijk leert over v e r n i e u w i n g , h e i l i g i n g, g o e d e w e r k e n ,
enz., als nu volgende op de r e c h t v a a r - d i g i n g en als een werk in m i n d e r e of m e e r d e r e mate van den mensch, aan de g e n a d e , aan de r e c h t v a a r d i - g i n g van den mensch uit het g e l o o f te kort doet. En juist dit is de ellende der h e d e n d a a g s c h e r e c h t - z i n n i g h e i d , dat zij niet beseft, dat in de r e c h t v a a r d i - g i n g uit het geloof èn w e d e r g e b o o r t e èn vern i e u w i n g , èn h e i l i g i n g voor den mensch zijn vervat- Met de r e c h t v a a r d i g i n g is men, naar men meent, spoedig gereed; men meent ook, dat die wel door al wat min of meer r e c h t z i n n i g heet, zuiver wordt gepredikt, maar de v e r n i e u w i n g , maar de h e i l i g i n g . . . die moeten meer op den voorgrond treden, die moeten gepredikt, daartoe moet de mensch opgewekt en gedreven worden.
J a n . Maar Frits! de g o e d e w e r k e n moeten er toch
óók wezen? De Heere Jesus en de Apostelen hebben daarop toch óók aangedrongen!
F r i t s . Gewis, dat is
zóó, maar de Heer Jesus heeft óók gezegd: „Maakt den boom goed en zijne v r u c h t goed, of maakt den boom kwaad en zijne v r u c h t kwaad." De Heere wilde zeggen: Laat éérst de boom goed zijn, dan is de v r u c h t van zelve goed; laat de boom kwaad zijn, dan is de v r u c h t van zelve kwaad. Laat dit dus onze éérste zorge zijn, dat wij in Christus door een oprecht geloof ingeplant mogen wezen, dan zullen er d i e goede werken óók wel zijn, die door C h r i s t u s , door Z ij n Woord en Geest worden gewerkt. „Gelijkerwijze de rank geene vrucht kan dragen van zichzelve, zoo zij niet in den wijnstok blijft, alzoo ook gij niet, zoo gij in Mij niet blijft," alzóó sprak de Ileere Jesus Christus. En wederom zegt Hij ons in Zijn Woord: „Uwe vrucht is uit M i j gevonden." In H e m is alle volheid van al wat wij behoeven, om ons te helpen in onze nooden en gebreken. Maar éérste voorwaarde voor alle goede werken, dus voor d i e werken, die niet op ons goeddunken, of inenscheninzettingen gegrond zijn, maar op Gods Wet en die dus Go de ter eere geschieden, is d e z e , dat wij van niets anders weten noch weten w i l l e n , dan van Z i j ne g e r e c h t i g h e i d , waarin wij, zóó wij ons daarop eenig en alléén verlaten, v o l k o m e n zijn in Gods heilige oogen. Wat C h r i s t u s werkt door Zijn Woord en Geest, dat is alléén goed, maar dat doet Hij slechts bij h e n , die bij Hem alléén blijven, gelijk eene trouwe, kuische vrouw zich houdt aan h a r e n man. Maar als wij afwijken van de eenige gerechtigheid in en door H e m , terwijl wij toegeven aan de i n b e e l d i n g des harten, de e i g e n g e r e c h t i g h e i d en het o n g e l o o f , dan loopt het met de goede werken uit op s c h i j n h e i l i g h e i d , o n w a a r h e i d en alzoo op werken des v l e e s c h e s.
J a n . Dus dan ligt eigenlijk a l l e s voor ons in de rechtv a a r d i g i n g uit het g e l o o f in C h r i s t u s J e s u s?
F r i t s. Ja, a l l e s ; en ik ben blijde, dat gij dat begint te beseffen; daar is geene andere r e c h t v a a r d i g i n g voor God, dan in en door Zijnen Zoon, en aan deze rechtvaardiging ontbreekt niets, daar behoeft niets bij en gaat niets af, men is r e c h t v a a r d i g in Gods oogen, óf men is het n i e t ; een d e r d e is niet mogelijk; wij z i j n in Christus overeenkomstig den maatstaf van Gods W e t , öf wij zijn het niet.
J a n . Maar, dat wordt toch lang niet overal zóó verstaan!
F r i t s . Dat weet ik zeer wel. Verstond men wèl, dat om de r e c h t v a a r d i g i n g uit het g e l o o f zich in den weg der zaligheid alles draait en beweegt, dan zou men wel beter bijv. de riechte van de v a l s c h e prediking onderscheiden, het s c h ij n-evangelie, dat uit en naar den m e n s c h , van het ééne w a a r a c h t i g e evangelie, dat uit G o d is, en dan zou men niet zoo afgaan op allerlei vrome klanken of zoogenaamde vrome gebruiken; dan zou men C h r i s t u s en Z i j n e e e n i ge g e r e c h t i g h e i d als toetssteen en merkteeken der waarheid hebben. Maar nu is men v r o o m , zóóals de m e n s c h en dat noemen, zoekt de g e r e c h t i g h e i d in zichzelven en als het er op aankomt, juicht men bij alle zoogenaamde rechtz i n n i g h e i d de o n w a a r h e i d toe.
J a n . Zou dat w a a r zijn?
P r i t s . Dat zou niet waar zijn, maar dat is waar. Och! de wereld is vol van zoogenaamde r e c h t z i n n i g e predikanten en r e c h t z i n n i g e gemeenten of gemeenteleden; maar naar den Eénen, Die waarlijk r e c h t z i n n i g was, wordt dikwerf weinig gevraagd.
J a n . Wien bedoelt gij?
P r i t s . Wel, onzen gezegenden Heer en Heiland Jesus Christus. Hij alleen was w a a r l i j k rechtzinnig; want deeere, de wil des Yaders en de zaligheid van het verlorene ging Hem boven alles, zóódat Hij Zichzelven v e r n i e t i g d e of ontled i g d e van Zijne heerlijkheid, die Hij bij den Yader had, eer dat de wereld was en de gestaltenis van eenen dienstk n e c h t aannam. Als wij nu onze eigene v e r d r a a i d h e i d van zin meer en meer hartgrondig leeren kennen, dan zullen wij naar dezen éénigen rechtzinnigen Heer en Heiland luisteren en Hem de eere geven.
J a n . Maar zijn er dan velen n u toch niet rechtzinniger dan v r o e g e r?
P r i t s . Lieve vriend! De mensch verloochent zijne natuur niet; onze natuur is het, dat wij v e r d r a a i d van zin zjjn en daarom den éénen Naam ter zaligheid niet laten gelden. Men is dan zóó rechtzinnig, dat men allerlei eigengerechtige gezangversjes, of in eigengerechtigen geest berijmde psalmversjes uit volle borst medezingt; zóó rechtzinnig, dat men het veel stichtelijker en vromer vindt, als de predikanten bij de formulieren, als zij de sacramenten bedienen, allerlei eigengemaakte toespraken voegen, die, öf die formulieren weerspreken, öf veel flauwer herhalen, wat in die formulieren kernachtig en duidelijk is uitgedrukt; men is zóó rechtzinnig, dat men zijne eigene meeningen en bevindingen b o v e n het Woord, dat geschreven staat,, plaatst; dat men meent met de Roomschen gezamenlijk ten strijde te kunnen trekken tegen het ongeloof; dat men de afgoderij en verloochening van do ééne volmaakte en eeuwig geldige offerande Jesu Christi, gelijk zulks geschiedt in de paapsche mis, vergoelijkt enz. enz.
J a n . Nu, ik wil dat alles wel aannemen, maar wat gij daar zeidet, over het medezingen van in den geest der eigengerechtigheid berijmde psalmversjes klonk mij zeer vreemd; ik dacht toch, dat de Psalmen tot Gods W o o r d gerekend werden.
P r i t s . Ja, zeker; n. 1. de o n b e r i j m d e t e k s t der Psalmen, maar wij kunnen noch mogen zeggen, dat de ber i j m d e Psalmen daartoe óók behooren; die berijming draagt wel degelijk hier en daar de sporen, dat de vervaardigers er van nog in het w e r k verbond stonden en niet vatten hoe genade werkelijk g e n a d e is. Ik wijs u b. v. op het 4e Yers van den berijmden 1cn" Psalm ; en uit Psalm 119 en andere Psalmen zou ik u nog meer kunnen aanwijzen, waarin een geest doorstraalt, die strijdt met den geest der g e n a d e ; in vele opzichten was Dathenus gelukkiger in zijne berijming, en z i j n e berijming menigwerf meer naar de meening des Geestes.
J a n . Zeg mij nog wat meer, nog wat uitvoeriger wat gij daarover denkt.
P r i t s . Neen. daarop kom ik wellicht eens later terug. Yoor ditmaal genoeg en hierbij blijve het, ja, de Heere God doe ons hierbij blijven: „ons gansche geloof is kort van inhoud, „eenvoudig, uit één stuk; ons gansche geloof is C h r i s t us „als de éénige Zaligmaker, en Zijne aanbiddelijke genade is „voor een' armen, ellendigen zondaar het volmaaktste zeden „stelsel; want God is er de Werkmeester van; Hij Zelf be- „ g i n t en v o l e i n d i g t . " Bij dat geloof houde de Heer» u en mij. Vaarwel!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 september 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 7 Pagina's

Eene Samenspraak. Over de hedendaagsche moderne Orthodoxie en nog wat. {Vervolg en Slot.) (Zie 34.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 september 1891

Amsterdamsch Zondagsblad | 7 Pagina's

PDF Bekijken