Bekijk het origineel

Aanteekeningen op Exodus 2, (Vervolg.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aanteekeningen op Exodus 2, (Vervolg.)

7 minuten leestijd

Yers 6. T o e n zij h e t o p e n d e e d . Het kistje was dus van boven gesloten, maar niet zoo, dat het kind zou hebben moeten stikken. De moeder had in haar geloof het uiterste bedacht, om het kind in het leven te behouden. Ongeloof en moedeloosheid laten zich door den nood verblinden.
E n z i e t , het j o n g s k e n w e e n d e . Dat is aangenaam om te lezen. Het knaapje had zich tot hiertoe rustig gehouden ; maar nu het eenen mensch ziet, weent het. Zulke trekken der natuur toonen ons, dat wij Gods Woord voor ons hebben. Wat richten niet de teedere kinderen uit met hun weenen, wat niet de kleinen met hunne gebedjes! Denken wij aan het geval, toen Melanchthon in zijne moedeloosheid door het gebedje der kinderen werd versterkt en ook de overigen vertroostte. O voorzeker, „uit den mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden". (Ps. 8.) Hij, Die het geroep der jonge raven hoort, Hij hoort ook de jonge kinderen, wanneer zij roepen, en maakt, dat het gehoord wordt, voornamelijk wanneer jonge kinderen schreien in nood, in verlatenheid, of van honger. Alles in de wereld heeft zijn geluid of zijne stem, om tot God te roepen. God hoort eerst, dan de moeder of een ander vrouwenhart.
En zij w e r d met b a r m h a r t i g h e i d b e w o g e n o v er h e t z e l v e . Dat bewerkt het Ivindeke Jesus, dat er zoo velen zijn, die met barmhartigheid bewogen worden over de kleine kinderen, en: „Des konings hart is in de hand des Heeren als waterbeken; Hij neigt het tot al wat Hij wil '. (Spr. 21 : 1.)
E e n van de k n e c h t j e s der H e b r e ë n . Dat leidde zij daaruit af, dat het geene Egyptische gelaatstrekken had, en dat het Hebreeuwsche knaapjes -waren, die in het water moesten geworpen worden. Maar, dat het een Hebreeuwsch knaapje was, deed hem niet den dood, maar redde hem het leven. De Joden zijn nog kenbaar aan hunne gelaatstrekken, een bewijs voor de waarheid Gods, dat zij onder alle volken een bijzonder volk zouden zijn
Yers 7—9. Zoo doodt de Heere, en maakt weder levend, doet ter helle nederdalen, en brengt weder in den hemel, zooals Hanna, de moeder van Samuël, lofzingt 1 Sam 2 : 6. Moeder Jochebed heeft haar kind weder, kan het weder aan hare borst leggen, aan haar hart, kan het dag en nacht verzorgen, behoeft geenen spion meer te vreezen. Het kind staat onder bescherming van hem, die het wreede bevel gaf, en de moeder heeft bovendien een koninklijk inkomen. Al heeft deze geschiedenis een bijzonder karakter, zij staat toch niet op zichzelve; — o hoe menigmaal zag het er bij Gods kinderen hopeloos uit, waar dan evenwel de trouwe God iets buitengewoons deed; zooals wij lezen in Psalm 113: „Wie is gelijk de Heere onze God? Die zeer hoog woont, Die zeer laag ziet, in den hemel en op de aarde, Die den geringe uit het stof opricht, en den nooddruftige uit den drek verhoogt, om te doen zitten bij de prinsen". Het laat zich toch wel aannemen, dat de dochter van Farao dikwijls tot de moeder zal gegaan zijn, en dikwijls met haren vondeling gespeeld en gestoeid, het ook zeer lief gekregen zal hebben. Ook zal zij in dat huis eenen indruk ontvangen hebben van ongehuichelde vroomheid.
Het heeft intusschen den schijn, alsof zich de zuster, en in 'tbijzonder de moeder, op den bodem der onwaarheid bevond; maar ik laat zulk oordeelen over aan de muggenzifters, die niet verstaan, dat het kind nergens beter bewaard was dan bij de moeder, en zij zich niet zonder gevaar voor het kind als de eigenlijke moeder zou hebben bekend gemaakt Zij deed zooals later Mordechai met Esther. (Esther 2 : 20.) De moeder zoomin als de zuster hebben Farao's dochter daarmee schade berokkend of haar bedrogen. Maar de werkheiligen willen steeds de waarheid spreken en doen, en blijven intusschen leugenaars en huichelaars. Zij zweren steeds bedriegelijk (Ps 24 : 4.) Hebben zij naar hunne meening tot hun eigen nadeel gezworen, dan houden zij den eed niet. Dat zij Gods Naam misbruiken tot hunne oogmerken, het oordeel, de liefde en de barmhartigheid verzaken, den naaste lasteren en dooden uit quasi-nauwgezetheid van geweten, daarover tillen zij niet zwaar. Bij de schapen zijn zij valsch, bij de vossen en wolven zijn zij waar.
Het kind echter zoog met de moedermelk de liefde tot Christus in. Hoe zal zij het kind in alle heilswaarheden onderwezen, hoe hem de liefde tot Gods volk, dat met onbarmhartigheid behandeld werd, ingeprent hebben! O, eene stille, vrome moeder is iets onvergelijkelijk heilzaams voor stad en land; Timotheüs had ook zulk eene moeder, en eene oude, vrome grootmoeder is dikwijls meer waard dan de dapperste generaal. In de tenten der rechtvaardigen zingt men van overwinning, van eene overwinning, die in de eeuwigheid weerklinkt.
Yers 10. En t o e n h e t k n e c h t j e g r o o t g e w o r d en w a s . Eene nieuwe smart en eene nieuwe zorg, en ach eene hoe zware dikwijls, begint, wanneer de kinderen groot geworden zijn, en nu in vreemde handen moeten komen! Wel den kinderen, in wier hart dan de leere Christi is, waardoor zij zich gedragen naar de woorden des Heeren. Hier mogen de ouders vooral niet vergeten, Wie henzelven bewaard heeft, toen zij nog jonge kinderen waren, en Wie hun leven verlost heeft van het verderf.
Z o o b r a c h t zij h e t tot F a r a o ' s d o c h t e r . Dat •was een zware gang voor deze geloovige vrouw; voor eene wereldsche vrouw zou het een luisterrijke tocht geweest z i j n ,— en eene werkheilige vrouw zou, na zoolang het loon ontvangen te hebben, zich met het kind uit de voeten hebben gemaakt. Maar deze moeder vertrouwde op God. Er is een Allerhoogste boven de koningen
E n h e t w e r d h a a r t e n z o o n , en dientengevolge werd Mozes onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren, zooals wij lezen Hand. 7: 22, en, door God begaafd als hij was, werd hij, na ijverig geleerd te hebben, machtig in •woorden en in werken. Mocht menig jongeling allen ijver aanwenden, waar de Heere hem den weg baant, om onderwezen te worden in alle wijsheid Overigens ware er nog veel van te zeggen, hoe God de Zijnen toebereidt tot het ambt, dat zij later zullen te vervullen hebben. De wijsheid der Egyptenaren reikte ver, maar doordat de Heere Mozes daarin liet onderwijzen, haalde Hij eene streep door hunne wijsheid. — j M o z e s is, zooals Josepbus zegt, te verklaren uit het Egyptische moo of m o u : water, en s e : trekken; en wil dus zeggen: uit het water getrokken of getogen, evenals de tekst zegt, en niet: z o o n der maan.
Hoe velen zijn er, die, met betrekking tot het geestelijke, denzelfden naam mochten dragen! Ps. 18: 17: „Hij trok mij op uit groote wateren!" (Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 oktober 1892

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Aanteekeningen op Exodus 2, (Vervolg.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 oktober 1892

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken