Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In welke punten van de leer de Gereformeerden niet overeenstemmen met de Lutherschen, {Vervolg.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In welke punten van de leer de Gereformeerden niet overeenstemmen met de Lutherschen, {Vervolg.)

16 minuten leestijd

I I I . VAN HET HEILIG AVONDMAAL

. Hier treffen wij eenige punten van verschil aan, wat de leer zelve en de ceremoniën aangaat. Niettemin blijft het waar, dat er omtrent de hoofdpunten eenstemmigheid is, namelijk: 1" dat het lichaam en bloed van Christus, met al de verdiensten van Christus, aan al de geloovige avoudmaalgangers wordt uitgereikt; 2" dat er noodzakelijk bij vereischt wordt een geestelijk eten en drinken der zielen ; 3° dat door het Heilig Avondmaal ons geloof in den gekruisigden Jesus Christus steeds meer en meer gesterkt wordt, en wij opgewekt worden tot betering onzes levens; 4Ü dat het brood en de wijn niet veranderd worden in het lichaam van Christus, zooals de Papisten meenen; 5° dat Christus in liet brood niet moet aangebeden worden; 6° dat de paapsche Mis eene vervalsching is van het Heilig Avondmaal, en eene vervloekte afgoderij ; 7" dat het Nachtmaal niet slechts gehouden moet worden onder ééne, maar onder beide gestalten, namelijk met brood en wijn; 8° dat de uitwendig volbrachte handeling, het toegaan tot het Avondmaal, of welke andere ceremoniën ook, geenen mensch zalig maken, maar het woord der belofte, in oprecht geloof aangenomen; 9" dat de avondmaalganger zich eerst wel hebbe te onderzoeken volgens de Wet en het Evangelie, namelijk zijn leven, zijn geloof, zijn geweten en zijn voornemen tot beter leven.
In al deze punten zijn de Evangelischen, Lutherschen en Gereformeerden, het eens. Daarbij kon men het zeer wel laten blijven, want het zijn hoofdpunten van de leer des Heiligen Avondmaals. De strijd gaat daarover, dat de Lutherschen leeren: 1° dat onder het brood en den wijn het werkelijk lichaam en bloed van Chfistus onzichtbaar verborgen is; 2° dat Christus door al de avondmaalgangers, de waardigen eu de onwaardigen, de geloovigen en de ongeloovigen, met den mond, lichamelijk en bovennatuurlijk, gegeten en gedronken wordt. Want, zeggen zij, men moet bij de woorden blijven, nml.: „Eet, dat is Mijn lichaam"; en deze woorden moeten letterlijk opgevat worden. De Gereformeerden daarentegen leeren:
1" Dat de Heere Christu9n ooit een onzichtbaar lichaam aangenomen, gehad, of voor ons in den dood gegeven heeft, maar slechts een zichtbaar. (Luk. 24 : 39.)
2° Dat het werkelijke, zichtbare lichaam van Christus zichtbaar in den hemel opgenomen is, en daar blijven zal tot op den jongsten dag. (Hand. 1 : 11.)
3" Dat het werkelijk lichaam van Christus (daar Hij niet meer lichamelijk op aarde is, Hebr. 8 : 4) ook niet lichamelijk verborgen kan zijn in of onder het brood, en daarom ook niet lichamelijk of met den mond, op natuurlijke of bovennatuurlijke wijze gegeven kan worden.
4° Dat men dan eerst recht bij de woorden van Christus blijft, wanneer men bij den rechten zin en het recht verstand van Christus blijft, zooals de woorden overeenkomstig de Schrift en de bedoeling van Christus het medebrengen.
5° Dat zelfs de Lutherschen noch bij de woorden van Christus noch bij de letter blijven. Want de eene uitspraak zegt: h e t b r o o d is het l i c h a a m van C h r i s t u s , en wederom eene andere: h e t l i c h a a m van C h r i s t u s is i n of o n d e r het brood. Daarom moet men behoorlijk letten op den rechten zin van de woorden van Christus. Waiit wanneer men de Schrift overal letterlijk wilde opvatten, en niet naar den zin, dan zou Christus te gelijker tijd een weg en eene d e u r . een l e e u w en een l a m , een w i j n s t o k en eene r o t s moeten zijn. Want zoo luiden de woorden van Joh. 14 eu 10; Openb. 15; Jes. 28; 1 Cor. 10: 4. Nu geven echter de woorden van Christus bij de instelling tot zulk eene opvatting volstrekt geene aanleiding, alsof Zijn w e z e n l i jk l i c h a a m i n d e r d a a d o n d e r of in h e t b r o o d verborgen zou zijn, en wel om de volgende redenen :
1° Christus heeft niet gezegd tot het brood: Dat is Mijn lichaam, — maar van het brood; ook niet: Mijn lichaam is in het brood, — maar: Dat brood is Mijn lichaam, — namelijk op sacrameuteele wijze.
2° Zoo kan het gezegende brood wel Christus' lichaam zijn (volgens den aard van het Sacrament), hoewel Christus' lichaam niet werkelijk in het brood aanwezig is; nml. op de wijze zooals Paulus zegt: De steenrots was Christus. (1 Cor. 10 : 4 )
3° Wanneer het lichaam van Christus onder of in het brood lichamelijk aanwezig ware, dan zou o n s Avondmaal niet gelijk zijn aan het eerste. Want daar was Hij niet in het brood, maar zat aan tafel, en nam het brood, en niet Zijn lichaam, brak het brood, en niet Zijn lichaam. Besluit: Hij heeft niet Zichzelven gebroken.
4° In het Avondmaal heeft Christus eene gedachtenis willen instellen van Zijn gekruisigd lichaam, maar niet willen leeren, waar Zijn lichaam was, want de- jongeren zagen immers het lichaam.
5" Het lichaam van Christus, dat uit de maagd Maria geboren werd, en voor ons op mannelijken leeftijd gekruisigd is geworden, is niet zulk een klein lichaampje, dat het in eene hostie zou kunnen verborgen zijn, maar ons in alles gelijk, wat wezen en eigenschappen betreft.
6° Wanneer het lichaam van Christus in het brood en Zijn bloed in den beker was, die den avondmaalgangers afzonderlijk worden uitgereikt, dan zou Christus telkens Zijn bloed moeten vergieten en van Zijn lichaam laten afzonderen, zoo dikwijls het Nachtmaal gevierd werd, terwijl Hij nu toch in de heerlijkheid is en alzoo onaantastbaar is.
7° Evenmin als het testament in den beker is, evenmin is ook het lichaam van Christus in het brood. Want de woorden hebben éénen zin.
8° Zoo ook is zulk eene uitlegging tegen de natuur en tegen de eigenschap van alle Sacramenten In alle Sacramenten heeft men tweeërlei: een aardsch en een hemelsch bestanddeel. Maar het hemelsche is nooit in het aardsche lichamelijk verborgen. In den Heiligen Doop is het bloed en de Heilige Geest van Christus, maar niet lichamelijk in het water verborgen. In het Heilig Avondmaal moet men het Sacrament onderscheiden van het lichaam van Christus. Dr. Luther schrijft dan ook: „Het zou eene groote schande zijn, indien men eenen opziener vond, die niet het onderscheid zou weten tusschen het Sacrament eu het lichaam van Christus, die verder van elkander te onderscheiden zijn dan dag en nacht".
Al de bewijzen, door ons aangevoerd, toonen, dat de woorden van Christus niet moeten worden opgevat, als doelende op eene lichamelijke tegenwoordigheid in het brood, zooals de Lutherschen meenen.
De juiste beteekenis nu van de woorden „dat is Mijn lichaam" is af te leiden uit de natuur der Heilige Sacramenten, die teekenen, getuigenissen en zegelen zijn van den wil van God omtrent ons. Zoo staat er in de Augsburgsche Confessie in het 1311" Artikel: „In den brief van het Evangelie laat Hij ons Zijnen wil voorhouden, en verzegelt dien door de Sacramenten". Dat betuigt Dr Luther zelf, wanneer hij in het jaar 1521 aldus schrijft over de afschaffing der private mis ' ) : „Dit is het genadige raadsbesluit van God, dat Hij Zijne belofte met een zegel verzegelt. Zoo is de besnijdenis een zegel des Yerbonds geweest. Zoo hecht men zegels aan brieven, en geeft men elkander handschriften". En nog duidelijker verklaart zich Dr. Luther in het jaar 1520 in eene predikatie aan de Broederschap, als hij zegt: „Zoo is dit Sacrament in brood en in wijn niets anders, dan een gewis teeken van de gemeenschap en de inlijving met Christus en met al de heiligen.Gelijk als wanneer men eenen burger een teeken geeft, een handschrift of een ander onderpand, waarbij hij zeker weet, dat hij een burger der stad en medelid zal zijn".
Wordt nu gevraagd, wat de bedoeling is, als Christus het brood Zijn lichaam noemt, zoo is het antwoord: Dat geschiedt ter wille van de stellige verzekering en overhandiging of uitreiking, — terwijl het brood voor ons een zeker getuigenis is, een zegel en onderpand, een Sacrament, eene gedachtenis en een onomstootelijk bewijs, dat Zijn lichaam even zeker voor ons gekruisigd is, als wij dat brood eten tot Zijne gedachtenis. Wat kan ons toch troostelijker zijn dan zulk eene verzekering.


1) De „Winkelmesse" of private mis is eene mis, die niet aan het hoofdaltaar, maar aan een der zijdelings daarvan geplaatste kleinere altaren, niet voor de Gemeente, maar voor bijzondere personen bediend wordt.


Het andere punt van verschil in het Heilig Avondmaal betreft het lichamelijk eten of het met den mond genieten van het lichaam en het bloed van Christus; want de Lutherschen leeren, „dat het waarachtige lichaam van Christus onder het brood en Zijn bloed onder den wijn met den mond gegeten en gedronken wordt door al de avondmaalgangers, geloovigen en ongeloovigen, maar op bovennatuurlijke wijze". En zoo onderscheiden zij in liet Heilig Avondmaal drieërlei eten: ft. het n a t u u r l i j k e eten van het brood; b. het g e e s t e l i j ke eten van het lichaam van Christus, dat in het geloof geschiedt; c. dat het lichaam van Christus voorts nog met den mond, maar op b o v e n n a t u u r l i j k e wijze gegeten wordt. Ziedaar het gevoelen der Lutherschen omtrent deze zaak. Daarentegen zeggen de Gereformeerden, dat het enkele woord „eet" niet te gelijk drie zoo ongelijke dingen beteekenen kan. Want
1" is er in geen enkel Sacrament, noch van het Oude, noch van het Nieuwe Testament, van zulk eene drievoudige handeling sprake, maar slechts van eene tweevoudige, eene lichamelijke en eene geestelijke, nooit echter van eene derde, die wel is waar lichamelijk, maar toeh bovennatuurlijk is. De besnijdenis in het Oude Testament was lichamelijk en geestelijk. Men wist van geene derde, die lichamelijk en toch bovennatuurlijk was. Bij den Heiligen Doop is een uitwendig lichamelijk bad en voorts eene geestelijke afwassching. Men hoort daarbij van geene derde, die wel is waar lichamelijk maar toch bovennatuurlijk zou zijn. Hoe zou er dan in het Heilig Avondmaal zulk een ongehoord, lichamelijk en toch niet lichamelijk, bovennatuurlijk iets kunnen zijn! Ach, het is eene menschelijke vinding van eenen Petrus de Aliaco, den Camerachischen kardinaal.
2° Bovendien vloeien uit dit natuurlijke eten zeer vele ongerijmdheden voort, die wij hier niet willen aanstippen. Men zie slechts, hetgeen Christus leert. (Matth. 15 : 17; Mark. 7 : 19.)
3° Hoe zouden de ongeloovigen Christus met den mond kunnen eten, en aldus genieten van het beloofde eigenlijke goed (want het lichaam en het zoenoffer van Christus is het eigenlijke goed)? Den ongeloovigen toch is in het Testament niets beloofd noch vermaakt Waarom wil men dan het goed aan vreemde erfgenamen brengen? Wie durft beweren, dat Judas aan het Avondmaal het lichaam van Christus met den mond gegeten heeft, daar toch de Satan in hem voer, toen Christus hem de ingedoopte bete gegeven had. (Joh. 13:27.) Hoe zou het lichaam van Christus en de Satan te gelijker tijd in ééne herberg zijn? (2 Cor. 6 : 15.) 4° Dr. Luther zelf heeft, als hij niet in den strijd was, tegen het natuurlijke eten geschreven, zooals in het bekende Paaschlied: „Christus wil de spijze zijn, Om de ziele alleen te voen". Let wel, niet den mond, ook niet den mond en de ziel te gelijk, maar de z i e l a l l e e n . En in de kantteekeningen, waar hij de eerste Kerstgeschiedenis verklaart, schrijft hij aldus: „Petrus zegt Hand. 15 : 19 : Door het geloof reinigt Hij (Christus) de harten. Daaruit blijkt nu, dat men u Christus niet in de hand geeft, Hem niet bij u in de kast legt, Hem niet in uwen boezem steekt, Hem u n i e t i n d e n mond geeft, maar men stelt Hem u voor in het Woord en het Evangelie, houdt Hem u voor door het gehoor, en biedt Hem u aan als Dengene, Die Zich overgegeven heeft voor u en uwe ongerechtigheid. Daarom kunt gij Hem ook (let wel| met niets andera, dan met uw hart opnemen. Dat doet gij, zoo gij opendoet, en in uw hart spreekt: Ja, ik geloof, zoo zij het".
Is dat niet duidelijk genoeg ? Hetzelfde zegt ook Dr. Luther in zijnen Bijbel, in de voorrede van het Oude Testament, bijna aan het slot: „Christus, onze Yader, zit in den hemel, en wij wonen met het lichaam op de aarde, en zijn niet volstrekt bij Hem, tenzij door het geloof, geestelijk". Dit is ook het gevoelen der Gereformeerden. Is het nu juist, wanneer Dr. Luther dat schrijft, waarom is het dan verkeerd, wanneer de Gereformeerden dat staven met de Schrift ? (2 Cor. 5 : 6—8; Filipp. 1 : 23; Col. 3 : 1—3.1 En hoe brengt men deze uitspraak van Luther overeen met het natuurlijke eten?
5° Al wordt dit verschilpunt van het natuurlijke eten en het met den mond genietén sterk aangedrongen, zoo kan toch geen Luthersche zeggen, waartoe het zou kunnen dienen, wanneer men Christus met den mond at. En welk voedsel en welken troost moet een Christen daaruit putten, zoo hij hoort, dat ook de goddeloozen (die daarna verdoemd worden) het lichaam van Christus met den mond eten? Of moet men ook gelooven, dat het lichaam van Christus in en met de ongeloovige verdoemden verdoemd wordt? O, hoe vele duizenden jongelieden onder de Lutherschen sterven zalig, die aan dit genieten met den mond nooit hebben deelgenomen, ja het zelfs nimmer verstaan hebben. Dr. Luther zelf zegt in zijne groote belijdenis: „Het lichaam van Christus te eten zonder het geloof en zonder den Geest is vergif en dood". Waarom twist men dan zoo hevig over het natuurlijke eten, als er geen troost in ligt, maar vergif en dood! Op den Geest en het geloof komt het toch alleen aan, die moeten het alles uitrichten. (Joh. 6 : 63.)
Zoo kan dus het punt van het natuurlijk eten onder de onnoodige twistvragen gerekend worden, die geen nut aanbrengen, en alzoo ter zijde gesteld worden.
De Gereformeerden stellen zich tevreden met het geestelijke eten en drinken der zielen, want dat brengt leven en zaligheid (Joh. 6 : 6 3 ) ; zij houden aan dit onderscheid vast: Evenals er tweeërlei honger en dorst is, een lichamelijke en een geestelijke, zoo ook is er tweeërlei spijs en drank, geestelijke en lichamelijke. Brood en wijn is de lichamelijke, het lichaam en het bloed van Christus de geestelijke spijs en drank. Zoo ook is er tweeërlei eten en drinken, het natuurlijke en het geestcljjke. En wanneer Christus bij de instelling zegt: „Neemt, eet", zoo spreekt Hij van hetgeen Hij in de hand nam en brak. Dat nu was brood. Hij beveelt, dat zij dit zouden eten tot Zijne gedachtenis. Maar de woorden: „voor u gegeven" vereischen louter geloovige harten en een geestelijk eten en drinken der zielen. Dit geestelijk eten, daar het lichaam van Christus in den geest en dcor het geloof gegeten wordt, verkwikt en laaft een geloovig hart (Joh. 6 : 35, 51, 54, 55, 57 vv.), zoodat het evenzeer gesterkt wordt, als wanneer een hongerig» gegeten en gedronken heeft. Dit hebben de jongeren van Christus bij de instelling goed begrepen, dewijl zij vroegerreeds uit den mond des Ileeren (Joh. 6) duidelijk vernomen hebben, hoe Hij te Kapernaüm het met den mond eten, hetzij in meer of minder stoffelijken zin, in zeer ernstige bewoordingen heeft verworpen, en aan het geestelijk eten, dat in het geloof' geschiedt, alle zaligheid heeft toegezegd. (Joh. 6 : 62 en 63.)
IIet lijdt geenen twijfel, of zij hebben hieraan gedacht, toen de Heere tot hen zeide: „Neemt, eet, dat is Mijn lichaam". Anders zouden zij Hem er naar gevraagd hebben, gelijk zij het enkele malen gedaan hebben bij Zijne laatste prediking.— Tot zoover van de leer, waarin men het oneens is. Nu volgt nog het verschil in ceremoniën.
Wat de ceremonie bij het Heilig Avondmaal betreft, blijven de Gereformeerden van hunnen kant bij den alouden apostolischen eenvoud. De Lutherschen daarentegen behouden nog de oude ceremoniën van het Pausdom, die verre zijn van den eenvoud en de inzetting van Christus, zooals wij uit het hier volgend overzicht bij vergelijking kunnen opmaken.

1° Gebruikte Christus bij het eerste Avondmaal een altaar met beelden en kaarsen ? Neen. Wij ook niet.
2° Nam Hij de daarvoor opzettelijk bereide ronde schuimen kruisouwels of hostie? Neen. Wij ook niet. De hostiën zijn afkomstig van Paus Alexander I, zooals Porsterus in zijn twistgesprek over het broodbreken te Wittenberg gezegd heeft. (Gedrukt ten jare 1609.)
3° Legde Christus Zijnen jongeren het brood in den mond? Neen. Wij ook niet.
4° Hoe hield Christus dan het eerste Avondmaal? Gebruikte Hij eene tafel? Ja. Wij ook.
5" Nam Christus heel gewoon brood, zooals het toen met het gebraden paaschlam voorgezet werd? Ja. Wij ook.
6° Heeft Christus het gebroken? Ja. Wij ook.
7° Gaf Hij hun het brood in de hand, en zeide Hij hun toen, dat zij nemen en eten zouden ? Ja. Wij ook.
Ziet, zoo zijn de ceremoniën van ons, Gereformeerden, geheel volgens de eerste, oude en onveranderde wezenlijke instelling, en behoorde men ons daarover n i e t a a n te v a l l e n. Hoe dan Dr. Luther en eenigen zijner volgelingen somtijds wel over de zaak spreken ? Ziehier een voorbeeld. Dr. Mentzer schrijft in zijne „Rettung", bladz. 5, over het brood: „Hij wilde, dat men bij het Avondmaal gewoon brood gebruikte, al ware het dadelijk bij dezen of genen bakker gehaald, hetzij rogge- of tarwebrood". Zoo ook schrijft hij in zijn nabericht, bladz. 19: „Wij hebben er niets tegen, en verzetten er ons geenszins tegen, dat het broodbreken, zooals dit door Christus en de Apostelen gedaan werd, nog heden ten dage in gebruik zou gehouden worden". Wat deze wil, geschiedt, Gode zij dank, bij ons.
Dr. Luther schrijft vrij beslist over de ceremonie van het geven en het nemen: „Wij zeggen op bevel en in den Naam van Jesus Christus. Amen. Dat zij, die het Heilig Avondmaal met de hand aangrijpen, geene gewetenszaak daarvan maken ten koste hunner zaligheid En ik zal daarbij blijven en mij liever tienmaal laten doodslaan, dan het voor verkeerd te houden". (Slot volyt.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 februari 1893

Amsterdamsch Zondagsblad | 7 Pagina's

In welke punten van de leer de Gereformeerden niet overeenstemmen met de Lutherschen, {Vervolg.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 februari 1893

Amsterdamsch Zondagsblad | 7 Pagina's

PDF Bekijken