Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eene overdenking naar aanleiding der oproerige bewegingen onzer dagen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eene overdenking naar aanleiding der oproerige bewegingen onzer dagen

18 minuten leestijd

Het zijn -wel onrustige tijden, die wij beleven. Overal verneemt men van w e r k s t a k i n g e n , o p r o e r i g e o p t o c h t e n, - s a m e n s c h o l i n g e n , v e r z e t t e g e n de o v e r h e i d , aans l a g e n door d y n a m i e t of a n d e r e o n t z e t t e n d e midd e l e n van g e w e l d . Inderdaad de maatschappelijke toestanden zijn treurig. Yragen wij naar de oorzaak van dat alles, dan is die zeer zeker gelegen in het verlaten van God •en van Zijn Woord, ja, in de v e r a c h t i n g van Gods g e b o d e n .
De Bijbel werd van de scholen verbannen ter wille van de Koomschen en de Joden, en zoo werd bij het opkomend geslacht de onbekendheid met dat Woord en de verachting daarvan in de hand gewerkt. De geest van materialisme bezielde meer en meer vele onderwijzers en de door hen onderwezene j e u g d . De achting en eerbied voor de ouders, de overheid, en allen, die onder Gods leiding over ons gesteld zijn, werd ineer en meer vergeten, ja zelfs werd daarmede gespot. Er zijn onderwijzers geweest, en zij zijn er nog, die deelnamen aan socialistische vergaderingen en die instemden met socialistische en anarchistische theorieën. Er zijn onderwijzers, die alles behalve medewerken tot het bevorderen van v a d e r - l a n d s l i e f d e en alles behalve liefde en eerbied voor ons " v o r s t e n h u i s aankweeken.
Wel heeft de minister Tak in de Eerste Kamer beweerd, dat het met de onderwijzers zóó erg niet gesteld was, maar toch was het zóó erg, dat een districtsschoolopziener en vier arrondissementsschoolopzieners bij het onderwijs het noodig achtten, om aan alle onderwijzers in hun ressort een ernstig en waarschuwend schrijven te richten. Maar al ware dit alles niet zóó, het valt niet te loochenen, dat vele onderwijzers met God en met Zijn Woord spotten; dat velen hunner Gods Naam gruwelijk misbruiken; dat velen hunner in laatdunkendheid het geloof in het Evangelie der zaligheid verwerpen! En hoe zou zulks zonder invloed kunnen blijven op de jeugd, waarmede zij omgaan?
Doch niet alleen de geest, die de onderwijzers en hun onder- -wijs bezielt, droeg by tot het ontkerstenen van een groot deel des volks, neen, óók de geest, die in vele gezinnen tusschen •de echtgenooten, de ouders en de kinderen, de heeren en de vrouwen en hunne dienstbaren heerscht. Het zoo lezenswaardige werkje van Uijtenviere, dezer dagen bij Schefïer en Co. uitgekomen, kan ons zulks doen inzien. Ach! in hoevele gezinnen is de Bijbel een vergeten boek, het g e m e e n - s c h a p p e l i j k g e b e d afgeschaft, de h a n d h a v i n g van h e t v i j f d e g e b o d geheel nagelaten geworden. Van e e r - b i e d en a c h t i n g j e g e n s de o u d e r s , van g e h o o r z a a m - h e i d geen spraak meer. De ouders gaan h u n n e wegen, en de kinderen de h u n n e ; ieder handelt naar het goeddunken zijns harten. Het stille huiselijke leven, de b e s c h e i d e n - h e i d , de b r o e d e r - en z u s t e r l i e f d e worden niet bevorderd. Hooger en hooger worden de eischen, door het jongere geslacht aan het leven gesteld, om maar te g e n i e t e n , al heeft het ook nog bijna niets uitgericht. Geld zoekt men; want dat geld is de afgod, waarvoor alles buigt, en waardoor men kan verkrijgen, wat men begeert. Middelerwijl worden de hartstochten verder geprikkeld en de zedelooze gedragingen in de hand gewerkt door het lezen van allerlei slechte romans en feuilletons.
En wat de Kerk aangaat; och, a l l e r l e i leeringen worden daar verkondigd; men weet niet meer, waaraan zich te houden! Yeel s c h e u r i n g , veel g e t w i s t heerscht op kerkelijk gebied. Yeel prediking van een evangelie uit den mensch en naar den mensch vindt men er. Eene g e t r o u w e , ontd e k k e n d e prediking van Gods geboden, eene prediking, waardoor Gods g e r e c h t i g h e i d wordt g e h a n d h a a f d, eene prediking, die niet geeft en neemt met de evangelische waarheid der r e c h t v a a r d i g i n g u i t h e t g e l o o f a l l e e n, wordt schaars vernomen. Het oude geloof, waarin Prof e t e n , A p o s t e l e n en m a r t e l a r e n krachtig stonden, wordt als v e r o u d e r d beschouwd, óf de waarheid wordt misbruikt, om er zijne eigene, heerschzuchtige, hoogmoedige begeerten door te bevorderen. Allerlei Godgeleerden maken van de waarheid Gods, wat zij w i l l e n . Men heeft er l i b e r a l e n , e t h i s c h e n , g e r e f o r m e e r d en, m o d e r n e n enz. onder, maar die n a m e n doen niets ter zake; daarmede heeft men zichzelven opgesierd. De vraag is: W a a r o m gaat het iemand ? — Om w a a r h e i d , w e r k e l i j k h e i d ? Om de e e r e G o d s? Om l e v e n voor z i j n e z i e l ? Om de b e h o u d e n i s van arme, verlorene menschen? Om t r o o s t , ja om eenen waren t r o o s t g r o n d in l e v e n en in s t e r v e n?
Ach! nog ééns: wat baton ons alle mooie namen? Wat baat mij de naam l i b e r a a l , als ik niet waarlijk l i b e r a al ben jegens mijnen naaste in d i e n zin, dat ik veel v e r g e v en wil; dat ik den ondersten weg wil gaan ; dat ik l a n k m o e d i g, g o e d e r t i e r e n ben; voor den nooddruftige gaarne wat overheb; hem help, waar ik k a n en v e r m a g ? Wat baat het mij, l i b e r a a l te heeten, en dan van Gods W e t eenen wassen neus te maken, en zoodoende te verwerpen de v e r z o e n i ng d o o r h e t b l o e d des k r u i s e s , terwijl ik bitter vijandig gezind ben jegens hen, die dien v r e d e door het b l o ed d e s k r u i s e s belijden? Zóó doende werk ik immers de w e t t e l o o s h e i d , de on v e r s c h i 1 l i g h e i d , de g o d d e 1 o o s - h e i d in de hand ?
Wat baat het, e t h i s c h te heeten, als ik eigenlijk den geheelen g e s c h i e d k u n d i g e n g r o n d der waarheid geringschat; de d a d e n G o d s , het W o o r d , dat Hij gesproken heeft, niet als den laatsten rotsgrond mijns geloofs heb, maar dien zoek in mijne eigene v r o m e b e s c h o u w i n g e n ? Wat geeft mij de naam e t h i s c h , indien eene meqigte geschiedkundige feiten volstrekt niet in hunne w a a r h e i d door mjjn v r o o m g e v o e l , mijn g e w e t e n , mijn z e d e l i j k b e g i n - s e l kunnen getoetst worden? Wat geeft mij een zoogenaamd „ J e s u s b e e l d " , dat de vrucht is van mijne eigene phantasie, van mijn eigen verstand, mijn eigen geweten, terwijl ik honderden malen ervaar, dat mijne phantasie, mijn verstand z o n d ig en met d w a l i n g behept zijn, en dat mijn geweten zeer bet r e k k e l i j k is verlicht? Buitendien, het geweten spreekt van geenen Z a l i g m a k e r.
En wat kan mij de naam G e r e f o r m e e r d baten, als ik mij achter de leus: „God op het hoogst verhoogd, en de eere Gods boven alles" verberg, om z e l f te heerschen en allen naar m i j n e n wil te regeeren; als ik daarbij meen, alle« in m i j n e hand te hebben, en als ik desnoods J e z u ï e t e n ,en dun ook weêr a t h e ï s t e n , r a d i c a l e n enz. te hulp roep om mijne doeleinden te bereiken; als ik, zeggende g e r e f or m e e r d te zijn, zóó zoetsappig over de Roomsche Mis schrijf, als sedert de Kerkhervorming nog nimmer van Protestantsche zijde geschiedde? — Wat geeft het, «f ik mij al opsier met den naam G e r e f o r m e e r d , als ik veel t w i s t en tweed r a c h t zaai; als ik de gemoederen door allerlei scherpe, bijtende woorden verbitter; als ik in naam van het „Calvinistisch beginsel" de revolutie in de hand werk, terwijl ik anderen, die daarvoor terecht bevreesd zijn, heel laconiek ten antwoord geef: „Weest niet bang, ik siuur wel in d e m o c r a t i s c he richting, maar het souvereine gezag van het Oranjehuis erken ik ten volle". — Ach! van zulk een g e r e f o r m e e r d z i jn wenden honderden en duizenden zich terecht met weerzin af, en velen worden zelfs geërgerd aan al wat nog zweemt naar g o d s d i e n s t en g e l o o f.
En wat het m o d e r n i s m e aangaat, o! dat is d o o d a r m! Het heeft geenen persoonlijken God, Die het g e b e d hoort en verhoort, het biedt geenen waren levens- en stervenstroost, het lost zich op in eene zekere moraal, het kent in zijne consequentie geen persoonlijk voortleven na den dood; het gaat geheel op in de w e r e l d , in het z i c h t b a r e ! Het leeft in den t w i j f e l en in het s t r e v e n naar het i d e a l e, maar o n b e r e i k b a r e ; in de plaats van den p e r s o on treedt de g e d a c h t e ; in de plaats van het v o l s t r e k te het b e t r e k k e l i j k e , — dit laatste ook met betrekking tot de zonde.
Waarom stonden wij bij al deze hoofdrichtingen op godsdienstig gebied wat u i t v o e r i g e r stil? Wel, om aan te toonen, dat al die namen niet baten, en dat de richtingen, die er door worden aangeduid, geene vrucht der g e r e c h t i g h e i d en des h e i l s voor het volk kunnen dragen; integendeel, het volk wordt er door v e r l e i d ; er komt geen dageraad der verlossing; want waar het den mensch gaat om z i j n e richting en de handhaving van zijnen e i g e n wil en zijne e i g e ne meeningen, daar vraagt hij niet naar G o d s W e t , noch naaide P r o f e t e n , — daar woekeren on- en bijgeloof welig voort en loopt het uit op allerlei dienst des v l e e s c h e s.
En wat de R o o m s c h e Kerk betreft, haar streven is geheel w e r e i d s c h ; het gaat haar om het koninkrijk d e z er wereld, om aardsche macht en heerlijkheid. Daarom houdt zij het nu eens met het l i b e r a l i s m e , dan weêr met het c o n s e r v a t i s m e , nu eens met de monarchie, dan weêr met de republiek; zij kan er zich waarlijk niet op beroemen, dat zij de revolutie tegengaat; waar zij zegt , de sociale nooden te willen lenigen, daar bedoelt zij toch de uitbreiding van de macht des Pausdoms; zij brengt n i e t het waarachtige Evangelie der zaligheid Gods, waarin alleen de ware v r i j - m a k i n g en w e l s t a n d is gelegen. In de overwegend R o o m s c h e landen waren de meeste revoluties, en niet weinige vorstemnoordenaars waren gehoorzame zonen der Roomsche Kerk. Of door de Roomsche geestelijkheid liefde tot het v o r s t e n h u i s , eerbied voor de o v e r h e i d , liefde tot het v a d e r l a n d gekweekt wordt en bevorderd, hangt af van het belang der Kerk.
Dus is óók van de Roomsche Kerk geen heil te verwachten, en de vraag blijft over: Wat dan te doen tegenover den geest des opstands?
Zullen wij de schuld van al die onrust uitsluitend in dit of in dat zoeken ? Neen, geenszins. De schuld ligt in het verlaten van God en van Z i j n W o o r d op a l l e r l ei g e b i e d .
D a t juist moet erkend worden door ieder voor zichzelven. Wij a l l e n liggen in onze schuld. O v e r h e i d en volk, l e e r a r e n en G e m e e n t e , o u d e r s en k i n d e r e n , v r i j en en d i e n s t b a r e n.
Wij hebben wetten gemaakt, waardoor iedereen eene bijna onbegrensde vrijheid kreeg, om de gevaarlijkste leeringen op maatschappelijk en zedelijk gebied openlijk te verkondigen. En nu honderden en duizenden door die leeringen worden verleid en opgehitst tot plundering, tot opstand, tot moord, nu schiet er niets anders over dan de macht van kogel en buskruit, of van het zwaard, om de revolutie te bedwingen. De bandeloosheid in het woord draagt wrange vrucht. Onze z o o g e n a a m d e vrijheid wordt ons noodlottig.
Wij hebben algemeen den dag des Heeren niet geacht; regeering en volk hebben niet gevraagd naar het vierde gebod; de w e r k s t a k i n g , door God geboden na zesdaagschen arbeid, opdat wij g e z e g e n d zouden zijn naar lichaam en ziel, en deel zouden krijgen door het gehoor van liet W o o r d Gods aan de w a r e ruste, — die werkstaking werd in hare heilrijke bedoeling miskend en verworpen, en ziet, nu worden wij geplaagd en in moeilijkheid gebracht door onophoudelijke e i g e n w i l l i g e , o p r o e r i g e werkstakingen. Is daar geen o o r d e e l Gods in? De God des hemels en der aarde laat Zijne verordeningen en inzettingen niet o n g e s t r a f t op zijde zetten.
En dan de geest van f a r i z e ï s m e ! Wij wijten de schuld van de ellende gaarne aan a n d e r e n , zoowel op s t a a t - k u n d i g als op k e r k e l i j k gebied. Wij zien lichtelijk de fouten in hen, die eenig- ambt in Kerk of Staat bekleeden. Wij klagen hen lichtelijk aan en wijten hun den ongelukkigen toestand, maar wij vergeten, dat die ambtsdragers niet maar zoo t o e v a l l i g bestaan, maar dat zij er zijn krachtens onze e i g e ne wetten en onze eigene keuze. Veel g e m o r over verkeerde waardigheidbekleeders in S t a a t en K e r k , maar weinig geb e d voor hen! Yeel geroep van: „Ik ben heiliger dan gij", maar weinig medelijden met de n o o d e n , weinig schuldgevoel en verootmoediging voor God wegens de z o n d e n des volks, waartoe men behoort, gelijk wij dat zoo treffend vinden bij de P r o f e t e n Gods en allermeest bij den Z o n e Gods Zeiven, daar Hij toch Zijne ziel stelde tot een s c h u l d o f f er voor de Zijnen.
O, niet door de kracht of het geweld des vleesches, niet door een eigenwillig uit elkander scheuren van hetgeen G o d door Zijne bestiering te zamen gevoegd en geordend had, wordt de verlossing voor land en volk verworven. Neen! maar het welzijn des volks ligt in den terugkeer tot des Heeren Woord; in de v e r o o t m o e d i g i n g wegens z o n d e en s c h u l d . Door des H e e r e n G e e s t , den Geest, Die uitdrijft tot des H e e r en W o o r d , den Geest, Die het g^ebed en de s in e e k in g tot God om uitkomst voor land en volk werkt, wordt de wedergeboorte van een volk teweeggebracht! De Heere ontferme Zich over ons om Z i j n s Z o o n s wil. O.E.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 februari 1893

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Eene overdenking naar aanleiding der oproerige bewegingen onzer dagen

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 februari 1893

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken