Bekijk het origineel

Bij de intrede in het jaar 1894.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bij de intrede in het jaar 1894.

Naar aanleiding van Spreuken 18 : 10.

5 minuten leestijd

„De Naam des Heeren is een sterke toren; de rechtvaardige zal daarhenen loopen, en in een hoog vertrek gesteld worden".

Een nieuw jaar, zooals wij nu weer ingetreden zijn, brengt ons nieuw werk in ons beroep, in de werkplaats, op het kantoor, in huis en hof, op veld en akker, op den kansel en in de school, en daarmeê tevens nieuwe zorgen en nooden, en, doordien wij zondige menschen zijn, ook nieuwe zonden, zonden van allerlei aard. Zien wij daarbij op het heden, dan ziet het ons zeer droevig aan De goddeloosheid verhief in het afgeloopen jaar overal trotsch het hoofd, als ware er geen Heere in den hemel en geen Heere op aarde, zoodat het den menschenkinderen dikwijls bang te moede werd. Hoe zal het zijn in dit jaar? wat lief en leed zal het ons en elk onzer in het bijzonder brengeu ? Bij zulke vragen kan het ons bang om het harte worden, doch wij kennen Hem, Die Zich tot hiertoe heeft betoond als onzen eenigen troost beide in leven en in sterven; wenden wij ons daarom bij de intrede in het nieuwe jaar ook alleen tot Jesus den Heere, en zij alleen Zijn zoete Jesus-Naam onze toevlucht. De Naam des H e e r e n is een s t e r k e t o r e n ; de r e c h t v a a r d i ge z a l d a a r h e n e n l o o p e n , en in een hoog v e r t r ek g e s t e l d w o r d e n . Ja, deze hooggeprezen Naam, die ons gegeven is, opdat wij daardoor zalig zouden worden, is ook in dit nieuwe jaar een sterke toren voor het volk des Heeren, want deze toren is gegrond op eeuwige fundamenten; daarom biedt hij beschutting en bescherming aan allen, die tot hem vlieden.
Vragen wij naar de eeuwige fundamenten, waarop deze toren gebouwd is, dan vinden wij in de eerste plaats de eeuwige liefde des Vaders, Die ons vóór de grondlegging der wereld in Christus verkoren heeft, om Zijne kinderen en erfgenamen te zijn, hoewel Hij ons, zooals zoo vele anderen, tot vaten Zijns toorns had kunnen stellen en ons in het eeuwige verderf had kunnen storten. Doch het was Zijne liefde, Zijne wonderbare liefde en Zijn welbehagen, dat Hij ons gesteld heeft tot vaten Zijner eere en barmhartigheid, en ons tot het eeuwige leven verordineerd heeft. — Vervolgens vinden wij als tweeden grondsteen van dezen toren de vrije ontferming des Zoons. Hij heeft het te allen tijde reeds in den Geest door Zijne Profeten betuigd, eer Hij in het vleesch verschenen was: „In Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd" (Jes. GO : 10); „Ik zal ulieden barmhartigheid geven" (Jer. 42: 12) ; „Hij zal Zich over Zijne ellendigen ontfermen" (Jes. 49 : 13), — over hen, die zich aanklagen vanwege hunne zonde en ongerechtigheid, omdat zij tegen al Zijne geboden hebben gezondigd en geen derzelve hebben gehouden ; — voor hen, tegen wie Satan, de verklager der broederen, opstaat, heeft Hij eene eeuwige verlossing teweeggebracht, hen siert Hij met Zijnen Naam, en verbergt hen daarin tegen alle vijanden. En als zij, verwonderd over deze vrije, onverdiende ontferming, die Hij schenkt aan wien Hij wil, menigmaal vreezen, dat het hun, armen als zij zijn, die alle bekoorlijkheid en waardigheid missen, toch weêr zal ontnomen worden, dan wordt het hun gewaarborgd en verzekerd in den derden grondsteen : het betrouwbaar getuigenis des Heiligen Geestes, Die het gansche Woord Gods door, zoowel bjj Profeten als Evangelisten spreekt: De liefde des Vaders is eeuwig, de vrije ontferming des Zoons is onwankelbaar, — gelijk Zijn Naam en Zijn Woord ons ook dit jaar weder heeft betuigd: „Christus Jesus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid". Zoo staat deze toren ook nog heden, en de rechtvaardigen, — dat zijn zij, die als verlorenen en hulpeloozen in zichzelven de gerechtigheid in Christus hebben gevonden, — vlieden naar dezen toren bij de stormen der tijden, bij de vervolgingen, en zijn weigeborgen.
Zij deze toren ook dit jaar onze verberging en ons behoud.
Het is de Naam onzes Heilands, waarin wij in geloof redding en overwinning zullen vinden, zoodat wij daarvan betuigen: Mijn Burg en mjjn hoog Vertrek (Pa. 144 : 2 en 31 : 4).
Dat wij daarom dezen Naam aanroepen en hem eeren boven alle namen van mensohen, al moest onze eigen naam daarbij ook te gronde gaan. Laat ons dus te allen tijde, zoolang het heden genaamd wordt, tot dezen Jesus-Naam vlieden als tot den toren van ons behoud en van eeuwige bewaring. Wel hun, die daarin wonen, want zij zullen vergeving van ongerechtigtigheid hebben. (Jes. 33 : 24.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 januari 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Bij de intrede in het jaar 1894.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 januari 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken