Bekijk het origineel

2. De Romeinen in ons land. (Slot.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

2. De Romeinen in ons land. (Slot.)

I. Uit de geschiedenis der eerste bewoners. (+- 150 J. v. Chr. - 922 n. Chr.)

6 minuten leestijd

De Batavieren hadden tot nu toe niet te klagen. Zij genoten zelfs de eer van door Augustus en zijne opvolgers in de keizerlijke lijfwacht te worden opgenomen. Doch ook zij werden welhaast onderdrukt. Niet alleen begonnen de bevelhebbers den hier wonenden Bataven geschenken af te persen, maar zij matigden zich ook het recht aan, de personen te kiezen, die in de legers moesten dienen. En nu kozen zij niet slechts jongelingen en krachtvolle mannen, maar zelfs onvolwassen knapen en grijsaards, die zij dan mishandelden of aan wie zij de zwaarste diensten oplegden, opdat zij zich zouden loskoopen. Dientengevolge ontstond onder de Batavieren een geest van ontevredenheid, en alleen de vrees voor nog harder lot weêrhield hen voorshands van pogingen om het Romeinsche juk af te werpen.
Intusschen wachtten zij op eene gunstige gelegenheid om hunne vrijheid te herwinnen, en deze gelegenheid deed zich spoedig op.
Een der opvolgers van Augustus was Nero, de keizer, die door zijne wreedheid algemeen bekend is. 1) Onder zijne regeering werd een aanzienlijk Batavier, J u l i u s P a u l u s geheeten, van oproer beticht en ter dood gebracht. Zijn broeder, O l a u d i u s C i v i l i s , die 25 jaren in de Romeinsche legers had gestreden, werd geboeid naar Rome gebracht. Daar echter de laatste een aanzienlijk, dapper en geacht legerhoofd was, onder wien de meesten van de Bataafsche lijfwacht gediend hadden, bestond Nero het niet, hem te laten dooden. De volgende keizer had zelfs zoo groote vrees voor de Bataven, dat hij Claudius Civilis ontsloeg en de lijfwacht naar huis zond. 2)
Zoodra de dappere Bataaf hier bij zijne landgenooten was aangekomen, zette hij hen, door wraakzucht gedreven, tot opstand aan. Met de levendigste kleuren schilderde hij hun de smadelijke onderdrukking, die zij, vrije Germanen, nu reeds jaren lang zich moesten getroosten. Verder maakte hij hun duidelijk, dat de omstandigheden bijzonder gunstig waren, om zich aan de Romeinsche overheersching te onttrekken. Immers werd Rome juist nu door inwendige beroering verhinderd, zijne aandacht te wijden aan eenen opstand onder de veraf wonende Bataven. Twee mannen namelijk, Vitellius en Vespasianus,. betwistten elkander den keizerstroon, en zoolang deze strijd, niet was beslist, kon de regeering geene kracht in de afgelegen deelen van het Rijk ontplooien.
Het kostte Civilis weinig moeite, zijne stamgenooten naar de wapenen te doen grijpen. „Nu, of nooit!" klonk het in het hart van de vrijheidlievende Batavieren, die zich nu gereed maakten tot eenen strijd op leven en dood. Hoe uitnemend kwam hun thans te stade, wat zij van de Romeinen hadden geleerd f
Zij behoefden hen, tot wier overwinningen zij dikwijls zeiven hadden medegewerkt, niet meer onverwinnelijk te achten. Ook stonden zij in hun verzet tegen de Romeinsche dwingelandij niet alleen. Het gemeenschappelijk leed of gevaar bracht verbroedering teweeg onder de volksstammen, die tot dusver tamelijk vijandig tegenover elkander stonden. De Friezen, die gaarne een eindezagen maken aan Rome's gezag over deze landen, reikten den Bataven de hand. 1) Ook andere stammen sloten zich bij hen aan: alom ontwaakte de begeerte naar verbreking van de vreemde kluisters. Zoo stonden o. a. ook de Kaninefaten op. Haastig kwamen zij bijeen tot het houden van eene volksvergadering en verkozen eenen edelen jongeling, met name B r i n i ov tot hunnen aanvoerder; volgens een oud gebruik werd hij door vier gespierde mannen op een schild omhooggeheven.
Nu ging het op den vijand los (69 n. Chr.). Civilis veinsde aanvankelijk voor Vespasianus te strijden en overviel de Romeinen overal in hun winterkamp. Groot was de moed en de volharding, waarmede de Bataven streden, zoodat de Romeinen zich genoodzaakt zagen het land te ontruimen. Daarna werden zij ook buiten de grenzen opgezocht. Castra Vetera, eene legerplaats, in de nabijheid van don Rijn gelegen, werd belegerd en ingenomen en eene vloot van 24 schepen op den Rijn veroverd. Toen de strijd echter 2 jaren geduurd had, kwam er een keerpunt. Vespasianus, die intusschen den troon had beklommen 2), zond onder bevel van C e r e a l i s een leger herwaarts, en nu was het met de triumfen der Batavieren spoedig gedaan. Door verdeeldheid te zaaien ouder de bondgenooten, die toch al niet meer eendrachtig waren, wist de Romeinsche veldheer de Batavieren tot het sluiten van den vrede te nopen. Op eene in het midden doorgebroken brug werd het verbond vernieuwd en van nu af werd het door de Remeinen beter nageleefd.


1) Dit gruwzaam monster liet zijnen halfbroeder, zijne eerste gemalin, zijne eigene moeder en zijnen leermeester ter dood brengen. Zijne tweede gemalin doodde hij zelf door schoppen met den voet. Rome, de hoofdstad van zjjn rijk, stak hij in brand, ten einde zich in het schouwspel van eene vuurzee te kunnen verlustigen; bevreesd voor de volkswoede, wierp hij de schuld van deze misdaad op de Christenen, en gaf daardoor aanleiding tot de eerste algemeene Christenvervolging, waarin o. a. ook do Apostelen Paulus en Petrus omkwamen. Doch eindelijk werd het volk den dwingeland moede ; er brak een opstand tegen hem uit en hij moest vluchten naar zijn landgoed, waar hij zich door eenen zijner vrijgelatenen liet dooden. Zoo ontging hij dan het oordeel der vergelding Gods niet.
2) Reeds Augustus was de lijfwacht beginnen te wantrouwen, sinds namelijk een Germaansche stam (die der Cherusken) in opstand was gekomen en (in het Teutoburger Woud) de Romeinsche legioenen had vernietigd (9 n. Chr.).


1) Van onderdrukking der Friezen kon in dezen tijd geene sprake meer zijn, want reeds keizer Claudius (41 — 54), de voorganger van Nero, had de Romeinsche troepen van den rechteroever van den Rijn teruggeroepen, zoodat de Friezen sedert langen tijd ongemoeid waren gebleven. Zeer waarschijnlijk zagen zij echter in het verblijf van de Romeinen hier te lande een voortdurend gevaar voor de hun zoo dierbare vrijheid.
2) Onder de regeering van Vespasianus werd, in het j a a r 70, Jeruzalem door Titus, 's keizers zoon, ingenomen en verwoest; de tempel ging in vlammen op. Zoo het een als het ander was eene vervulling (tot in bijzonderheden) van de voorzeggingen van den Heere Jezus, welke wij lezen Matth. 2 4 : 2 en Luk. 1 9 : 4 3 en 44.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 februari 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

2. De Romeinen in ons land. (Slot.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 februari 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken