Bekijk het origineel

4. De banier des kruises geplant. (1ste Gedeelte.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

4. De banier des kruises geplant. (1ste Gedeelte.)

I. Uit de geschiedenis der eerste bewoners. (+- 150 J. v. Chr. - 922 n. Chr.)

6 minuten leestijd

Hoe machtig is toch het Evangelie van onzen Heere Jesus Christus! Geene vervolging, hoe hevig en bloedig ook, (wij zagen het reeds bladz. 60), was in staat het Christendom uit te roeien; integendeel, het woeden van de vijanden des lichts moest slechts dienen, om het Woord des Heeren naar alle oorden van het Romeinsche Rijk te brengen, zoodat, toen eindelijk van overheidswege de vervolging gestaakt werd, de verschillende deelen van het wereldrijk een groot aantal Christengemeenten telden. Intusschen bleek het Heidendom onmachtig te zijn, om den mensch uit zijne ellende op te heffen; eerlang werden dan ook de afgodstempels gesloten of in bedehuizen voor de Christenen veranderd. Doch nog grooter wonderen zou het Evangelie verrichten. Daar komen de barbaren, de heidensche Germanen (zie bladz. 60), overschrijden de grenzen van het Rijk en overstroomen als een onbedwingbare volkerenvloed het Rijksgebied, en wat zien wij gebeuren? De overwinnaars worden door de overwonnelingen overwonnen: de ruwe volken en volksstammen, die door geen wapengeweld te keeren waren, bukken voor den God der Christenen. Dat ging niet op eenmaal en niet overal even spoedig, maar toch, de Germanen namen binnen betrekkelijk korten tijd van de bewoners der landen, waar zij zich nederzett'en, het Christendom aan, en met het Christendom namen zij ook de Christelijke beschaving over. In plaats dat dus het Christendom in de nieuw gestichte Germaansche rijken vernietigd werd en verdween, trad het ook uit deze worsteling met het Heidendom zegevierend te voorschijn.
Zoo moest dus de Volksverhuizing in Gods hand het middel zijn om het Christendom meer en meer uit te breiden en de Heidenen den zegen des Evangelies deelachtig te maken. Ja, de Heere toonde ook nog op eene andere wijze, dat Hij aan de in duisternis gezetenen in ontferming gedacht. Hij verwekte nml. mannen, die, door de liefde van Christus gedrongen, zich opmaakten, om, met opoffering van eigen gemak en met levensgevaar, de blijde boodschap der verlossing in Christus aan die Heidenen te brengen, die nog niet de stem des Evangelies hadden vernomen.
Wij hebben gezien, dat de Franken zich niet alleen in het Zuiden van ons vaderland, maar ook in België en een deel van Gallië of Frankrijk vestigden. In dit laatste land nu bestonden destijds reeds bloeiende Christengemeenten, die nu als een zuurdeesem onder de nieuwe bewoners begonnen te werken. Doch de snelste vorderingen maakte er het Christendom, sinds ook de koning der Franken met het Heidendom brak. De Franken bestonden, zooals wij reeds vroeger opmerkten, uit verschillende stammen. Over een deel daarvan regeerde sinds 481 als koning C l o v i s I, die langzamerhand alle Frankische stammen onder zijn bestuur vereenigde. Clotilde, zijne echtgenoote, was eene ijverige Christin, die haren gemaal vruchteloos tot aanneming van het Christendom zocht te bewegen. Doch ziet, in 496 kwam Clovis in het nauw. Hij leverde slag aan eenen naburigen volksstam en scheen het onderspit te zullen delven. Te midden van den strijd legde hij nu de gelofte af, dat, zoo de God der Christenen hem deed overwinnen, hij zich zou laten doopen. Hij overwon en hield woord: met 3000 edelen liet hij zich door den doop in de Christelijke Kerk inlijven.
De overgang van Clovis was voor ons land van de hoogste beteekenis. Wel is waar bleef de koning in zijn hart een Heiden en bedreef hij ook later nog gruwel op gruwel, doch op zijn voorbeeld namen allengs alle Franken het Christendom aan. Voortaan werd in alle landen, die Clovis en zijne opvolgers onder hunnen schepter vereenigden, onder koninklijke bescherming het Evangelie gepredikt. Waar nog overblijfselen van het Heidendom werden gevonden, daar verschenen de boodschappersvan het heil in Christus, om licht in de duisternis te brengen.
Tot de landen van den Frankischen koning nu behoorde ook het Zuiden van ons vaderland, en zoo verschenen dan ook oponzen bodem de predikers van het Evangelie! Wel verre echter van zich tot de woonplaatsen der Franken te beperken, begaven de Evangelieboden zich ook in den vreemde, om ook daar, waar nog nooit de Naam des Zaligmakers was vernomen,, den kostelijken schat des Woords te brengen.
De Friezen en de Saksen, wier woonplaatsen aan die der Franken grensden, stonden intusschen eeuwen lang vijandig tegenover hunne naburen, en dit belemmerde langen tijd den loop des Evangelies. De Frankische vorsten waren namelijk voortdurend bedacht op uitbreiding van hun gebied. De Friezen en de Saksen vreesden daarom, dat zij met de aanneming van het Christendom hunne vrijheid zouden verliezen, weshalve zij zich des te meer aan hunne afgoden vastklemden. Omstreekshet jaar 500 begon dan ook een strijd op leven en dood tusschen de Franken aan de eene en de twee andere volken aan. de andere zijde. In dezen strijd wist een der opvolgers van Clovis, met name D a g o b e r t I, aan de Friezen Wiltenburg (d. i. Utrecht) te ontrukken. De koning stichtte daar nu in het jaar 631 een kerkje of kapel, die aan den Apostel Thomas werd gewijd en daarom de S t . - T h o m a s k a p e l wordt genoemd. Zoo was dan de eerste Christenkerk in de Nederlanden gesticht! Men denke hier echter niet aan een kunstig bouwgewrocht, met sierlijke boogvensters en verheven gewelven, maar aan een eenvoudig bedehuis, zooals men tegenwoordig nog in menig dorpje aantreft, zonder toren en zonder eenigen opsmuk, opgetrokken van kunstelooze, zware steenen. De inwendige ruimte was verdeeld in koor en ruim. In het koor stond een — altaar; daarop komen wij later terug.
Van tusschen de wanden van dit eenvoudige gebouw rezen dan nu de lofliederen ten hemel en steeg het gebed om den voortgang des Evangelies ook in deze landen opwaarts tot den Koning der koningen en Heer der heeren. Intusschen, in een langdurig bestaan mocht de St.-Thomaskapel zich niet verheugen. De Frankische koningen woonden te ver af, om haar en de bekeerlingen tegen de Heidensche Friezen te beschermen, en niet lang duurde het, of de laatsten sloegen de schendende hand aan het Godshuis, maakten het tot eenen steenhoop en verwoestten de eerste Christengemeente, waarvan de historie van ons land melding maakt.
Treurig einde, na zulk een verblijdend begin! Het licht verdween achter wolken van duisternis, ja, — doch om strak» met vernieuwden luister weêr door te breken!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 7 Pagina's

4. De banier des kruises geplant. (1ste Gedeelte.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 7 Pagina's

PDF Bekijken