Bekijk het origineel

Aanteekening op Markus 6 : 11.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aanteekening op Markus 6 : 11.

3 minuten leestijd

„ V o o r w a a r zeg Ik u: het zal Sodom of Gom o r r a v e r d r a a g l i j k e r zijn in den dag des oord e e l s , dan d e z e l v e stad."
Als ik al de vaten, die in het huis zijn, ga vullen, zoo worden wel alle vaten vol, maar toch is er in alle vaten niet evenveel. Ik heb groote en kleine vaten gevuld. De kleine zijn dus vol en de groote en evenzoo die het midden er tusschen houden; toch is in alle niet evenveel, ook al zijn zij alle vol.
Als men zich den hemel der zaligheid slechts als een paradijs voorstelt, waarin do zaligen niets genieten, dan wat uitwendig is, — of als men zich de hel voorstelt als een groot vuur, waarin de mensehen branden, zoo schept men zich verkeerde voorstellingen. „God zien" is de hoogste zaligheid, van God verstooten zijn is de verdoemenis. Zoo is voor de eersten het genieten van God het hoogste der zaligheid, voor de anderen het schrikkelijke bewustzijn van God, (dat God is, hetgeen zich dan niet meer laat wegredeneeren), het gevoel van Hem verstooten te zijn, het gevoel van Zijnen toorn, het hoogtepunt der verdoemenis. Alle zaligen genieten de zaligheid, alle verdoemden zijn in de verdoemenis, doch alles op zijne wijze. Hoe zwaarder het lijden hierbeneden geweest is voor de zaligen, die het Lam volgden, waar het ook heenging, zoo veel te sterker is ook de gewaarwording van het zien van God. Hoe nader God tot eenen menseh in dit leven gekomen is, terwijl hij toch de genade van zich gestooten heeft, des te verschrikkelijker zijn in de verdoemenis de zelfbeschuldigingen. In het jongste gericht, als bij den een de genieting der zaligheid, bij den ander het ondervinden van de straf het gevoel het sterkst zal aandoen, kan het niet anders zijn, dan dat voor sommigen onder de verdoemden de last van den eeuwigen toorn Gods zwaarder moet zijn dan voor de anderen. De pijn en verschrikking der hel bestaat in het eeuwig gevoelen van den eeuwigen toorn Gods, en voorts daarin, dat een iegelijk der verdoemden, wetende hoe groote zaligheid de uitverkorenen genieten, zichzelven verwijt, dat hij God en het Lam verworpen heeft, en voorts daarin, dat hij het den medeverdoemden verwijt, die hem bedrogen en verieid hebben.
Zullis zal daar zoo wederkeerig plaats vinden, als wanneer eenigen met elkander twisten en het elkander verwijten, dat zjj, de een den ander, in een reddeloos verderf gestort hebben. Zoo is het dan een eeuwig twisten met zichzelven en anderen, dat uit zelfbeschuldiging voortkomt en zich poogt lucht te geven in weenen en knersing der tanden, eene eenige wanhoop. Daarentegen zal het genot der aanschouwing Gods en het wandelen aan de hand van het Lam in gezelschap der engelen en aller zaligen bestaan in een eeuwig loven van God en van het Lam, in een eeuwig toenemend ondervinden van de liefde Gods, van Zijne vrije genade en van de trouw, waarmede Hij ons hierbeneden geleid, gedragen en bewaard heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 mei 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Aanteekening op Markus 6 : 11.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 mei 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken