Bekijk het origineel

Gillershof en Baranowka in Galicië. (Slot.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gillershof en Baranowka in Galicië. (Slot.)

8 minuten leestijd

Te Baranowka was men verrast over het onverwacht bezoek. Uit de lage huizen, deels van oude, zeer gehavende stroodaken voorzien, keken de menschen naar buiten en groetten hunnen leeraar. Eenigen kwamen terstond op het schoolplein, om hem te spreken. De onderwijzer, een nog jonge man, en zijne vrouw heetten ons vriendelijk welkom. Wij konden er echter slechts een goed kwartier blijven, ik kon slechts het noodigste bezien.
Het school- en bedehuis is een houten blokhuis, aan den straatkant door vier hooge linden beschaduwd. Links van den ingang is het schoolvertrek en de onderwijzerswoning, rechts het vertrek, waarin de godsdienstoefeningen worden gehouden.
Dit laatste heeft eenen afzonderlijken ingang aan de straat. Het is eene ruimte van 25 voet lang en evenzoo breed, laag onder verdieping, slechts van het allernoodigste voorzien; de vensters zijn wrak, zoodat regen en wind er doordringen, en het geheel is veel te klein voor eene Gemeente van 220 zielen. Ik geloofde het gaarne, toen Ds. Hajek zeide, dat het alles behalve gezond is, des zomers in dit vertrek te preêken. Aan de andere zijde is eene even groote ruimte, door een houten beschot in school- en woonvertrek gescheiden. Het schoolvertrek is somber, het heeft slechts twee vensters; het woonvertrek heeft er drie, en is daardoor vroolijker, maar zeer klein; — het was het eenige vertrek voor man, vrouw en vier kinderen, van 2 maanden tot 11 jaren oud. Als het kleine kind schreide, hoorden het de kinderen in de school zoo goed, alsof zij in hetzelfde vertrek waren. Het dak is slecht, zoodat het water soms bij de wanden neêrloopt; loopt er iemand op den zolder, dan moeten de kinderen de boeken sluiten voor het stof, dat naar beneden valt. Dit alles is echter nog te verhelpen; het vertrek voor de godsdienstoefeningen kan ingericht worden voor schoolvertrek, en het schoolvertrek kan bij de onderwijzerswoning getrokken worden. Maar dan moet er een nieuw bedehuis, eene eenvoudige houten kapel, gebouwd worden. Hoeveel er voor de uitvoering van dit plan noodig is, heeft men mij niet gezegd; eene groote som kan het niet zijn, maar het gaat toch de krachten der zees arme Gemeente te boven. Zeer wenschelijk was het ook, dat de school van leermiddelen werd voorzien, vooral van boeken; buiten eene globe bezat zij niets. De opbrengst van het door de Vereeniging opgerichte ondersteuningsfonds is eene zeer welkome verhooging van het onderwijzerstraktement, maar het geheel is toch nog te klein, om een bekwaam onderwijzer te kunnen krijgen. Mocht ten minste door het bouwen van een nieuw bedehuis in de dringendste behoeften worden voorzien!
Wij hadden met het uitstapje naar Baranowka eenen niet kleinen omweg gemaakt, en moesten ons nu haasten, om vóór het invallen van den nacht te Königsberg terug te zijn; wij moesten nog wel drie uren rijden. Teruggekeerd, zaten wij nog een uurtje gezellig in de pastorie bijeen.
Des Maandags wilde ik te Jaroslau zijn, en vertrok daarom reeds tegen negen uur naar het station Lancut. Mijn collega had de vriendelijkheid, mij tot deze stad te begeleiden. Het weêr was eerst mistig en somber, maar spoedig werd het helderder. Wij kwamen o. a. voorbij het jachtslot van Graaf Potocki. „Julin" heet het ter eere van zijne zuster. Zijne gemalin is eene prinses Radziwill, uit het geslacht van den „zwarten prins" Nikolaus Radziwill, die, na zich bij de Evangelischen te hebben aangesloten, de leider der Reformatie in Polen werd, in briefwisseling met Oalvijn stond, en de vertaling van den Bijbel in het Poolsch bevorderde; de zoogenaamde Brester Bijbel, die hiervan de vrucht was, werd in 1563 aan Koning Sigismund August, die zelf der Reformatie niet ongenegen was, overhandigd, en vorst Radziwill sprak daarbij in de vreeze Gods dit kloeke woord : „Indien men de waarheid verwerpt, staat het te vreezen, dat de Heere ons allen met Uwe Majesteit tot schande, verachting en ondergang zal veroordeelen", een woord, dat treurig genoeg vervuld is.
De broeder van dezen vorst Radziwill, eveneens Nikolaus geheeten, en bijgenaamd „de roode prins", bleef vooralsnog Roomsch; toen hij echter ontdekte, dat men te Czenstochowa, waarheen bedevaarten werden gedaan, door omkooping van eenen boer, die den bezetene en wonderbaar genezene speelde, bedrog pleegde, ging ook hij, die voor een dankoffer te Czenstochowa was gekomen, tot den gereformeerden godsdienst over. Zijn geslacht is uitgestorven; dat zijns broeders bestaat nog, maar is weder Roomsch geworden, daar het den Jezuïeten gelukte, reeds den zoon van den „zwarten prins" te „bekeeren". —
Ds. Hajek schreef mij later daarover het volgende:
„De Protestanten in Lithauen en in het koninkrijk Polen bezaten noch liturgische boeken, noch de Heilige Schrift in hunne moedertaal. Yorst Nikolaus Radziwill, „de zwarte", besloot, in dit gebrek te voorzien, noodigde eenige geleerden van zijne belijdenis, Simon Zacyus, Peter Statoryus en anderen, tot den arbeid, en liet de gelukkig volbrachte vertaling des Bijbels in het jaar 1563 door den Krakauschen boekdrukker Wojewodka, drukken, dien hij daartoe opzettelijk naar Brz'sec in Lithauen, (waar Radziwill „starost" was), had laten overkomen; de kosten van het drukken beliepen 10 000 Poolsche guldens van de toenmalige waarde. De prachtuitgave werd opgedragen aan Koning Sigismund August (van Polen).
Zooals bekend is, heeft de zoon van dezen edelman van den echten stempel (de zoon heette Nikolaus Christoph Radziwill, genaamd Sierotka, d. i. het weeskind) de Bijbels, die zijn vader met groote kosten en vurigen ijver voor de evangelische Polen liet drukken, laten opkoopen en verbranden. Sierotka was door zijnen vader zorgvuldig opgevoed. Toen de zoon in het openbaar belijdenis aflegde, vermaande zijn vader hem vriendelijk, om toch niet de zorg voor de groote schatten, die bij hem zou nalaten, tot het hoofddoel zijns levens te maken; „want, mijn ^lieve zoon", zeide hij, „dat is in waarheid goed, wat ons met eeuwige banden aan God verbindt, wat met de liefde der hemellingen onze harten verwarmt, wat tot ds zekere erfenis van het eeuwige leven leidt. Wat daarentegen slechts tot het genot dezes aardschen levens dient, is onbestendig en vergankelijk, — en is steeds den ondergang nabij. Wend dus, geliefde zoon, uwe ziel van deze aardsche dingen tot de hemelsche; breng geheel uw overig leven in deze godsvrucht, in dit reine geloof, waarin ik u, met alle zorg en naarstigheid opgevoed, aan de Kerk overgeef, door". — Ook op zijn sterfbed vermaande de vorst zijnen zoon, getrouw te blijven aan de Gereformeerde Belijdenis, en de Kerken dier Belijdenis en de bedienaren des Woords met ijver te steunen. Toen echter, na den dood zijns vaders, Sierotka tot de Roomsche Kerk overging, verjaagde hij terstond de Gereformeerde predikanten uit zijne uitgestrekte bezittingen en gaf de kerken over aan de Roomschen.
De oorzaak van zijnen overgang is daarin te zoeken, dat zijne moeder slechts ter wille van haren ijverigen edelen man zich bij de Evangelischen had gehouden. In het geheim onderwees zij zelfs haren zoon in de grondbeginselen der Roomsche Kerk. Ook de eigen zuster van Sierotka was gehuwd met eenen ijverigen Roomsche, Mielecki genaamd, die, door de Jezuïeten daartoe aangezet, in zijne brieven aan Sierotka nooit vergat, hem aan te sporen het Protestantisme te verlaten. Op zijne reizen in Frankrijk en Italië werd bij door Roomsche waardigheidsbekleeders nog meer aan het wankelen gebracht.
Ten slotte werd hij het offer van de overal aangewende praktijken der Jezuïeten. Hij leed aan eene ziekte, die, slecht behandeld, hem naar lichaam en ziel zeer verzwakte. De Jezuïeten wisten daar partij van te trekken; zij maakten hem wijs, dat de gelofte van eene pelgrimsreis naar het Heilige Land en do terugkeer in den schoot der Roomsche Kerk zijne genezing zouden bevorderen. Hoeveel moeite Sierotka's oom, Nikolaus Radziwill Rudy (de roode), het hoofd eener andere linie der Radziwill's, ook deed, om hem in het Protestantisme te bevestigen, hij ging toch in zijn 26ste levensjaar tot de Roomsche Kerk over. Hij en zijne nakomelingen deden der goede zaak in Polen zeer veel afbreuk. Daarentegen bleef de andere tak der Radziwill's, (waarvan Nikolaus Radziwill Rudy het hoofd was), der evangelische Belijdenis getrouw tot zijn uitsterven in het jaar 1695".
Yan dergelijke herinneringen uit de geschiedenis nu sprak Ds. Hajek tot mij. Hij had ook met Graaf Potocki zeiven daarover gesproken bij gelegenheid van zijne audiëntie op het jachtslot, en de Graaf had schijnbaar met belangstelling en kalmte zich over die dingen met hem onderhouden ; maar het hout voor de school heeft hij niet weêr toegestaan.
De lezer houde ons de mededeeling dezer bijzonderheden ten goede, die wel niet onmiddellijk met Gillershof en Baranowka in verband staan, maar die toch zulk een helder licht werpen op het ontstaan der treurige toestanden, die wij ook in beide genoemde plaatsen aantreffen, dat wij niet konden nalaten ze onder zijne aandacht te brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Gillershof en Baranowka in Galicië. (Slot.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken