Bekijk het origineel

Het rijzend morgenlicht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het rijzend morgenlicht

B. Een v o o r t r e f f e l i j k werk

8 minuten leestijd

II. De Inleiding tot het Evangelie

Dat deel van Tyndale's overzetting, 't welk we nu gaan bespreken, is het zoogenaamde „Grenvilleexemplaar" van een groot deel van Mattheüs' Evangelie. De titelplaat ontbreekt er aan. Het wordt ; evenwel ingeleid door een zeer belangrijke p r o l o g ge of voorrede, die Tyndale zelf heeft gesteld en die in 14 kwarto bladzijden is vervat. „Ik heb hier, waarde en zeer geliefde broeders en zusters in Christus", zoo vangt Tyndale aan, „het Nieuwe Testament vertaald, tot uwe geestelijke stichting, troost en verkwikking.
„Ik vermaan ernstiglijk en bid hen, die beter in de taal tehuis zijn dan ik en hoogere gaven der genade hebben, om den zin der Schrift uit te leggen en de meening des Geestes, dan ik, mijn werk te beschouwen en te overwegen en zulks in den geest der zachtmoedigheid. En zoo zij op eenige plaats bespeuren, dat ik niet den rechten zin der taal heb gevat of de bedoeling der Schrift, of dat ik niet het juiste Engelsche woord heb gegeven, laten zij dan aan bet werk gaan, om het te verbeteren, bedenkende, dat zulks hun plicht is. Want wij hebben de gaven Gods niet voor onszelf alleen ontvangen, of om ze te verbergen, maar om ze aan te wenden ter eere van God en Christus en de stichting der Gemeente, welke het lichaam is van Christus.

„De redenen, die mij tot vertalen noopten, acht ik beter dat anderen gissen, dan dat ik ze hier opsom. Bovendien acht ik het overbodig. Want wie is er zoo blind, dat hij vragen zou, waarom het licht getoond wordt aan hen, die wandelen in duisternis, waarin zij niet kunnen dan struikelen, en waarin struikelen het gevaar van eeuwige verdoemenis met zich brengt? Of wie is zoo hatelijk, dat hij eenig mensch — laat staan zijnen broeder — zoo iets noodzakelijks niet zou gunnen ? Of wie is zoo onkundig, om te beweren, dat het goede de natuurlijke oorzaak is van het kwaad en dat de duisternis voortkomt uit het licht; dat de leugen gegrond is op de waarheid ; en niet veleer het tegendeel, dat het licht de donkerheid verdrijft en de waarheid alle leugen veroordeelt ?
Nu het God behaagd heeft, mij in het hart te geven en ook mij genade te schenken, om het voorzeide Nieuwe Testament in onze Engelsche taal over te brengen, zooals wij gedaan hebben, achtte ik het zeer noodig u zekere dingen te herinneren, welke zijn : Dat gij wel verstaat, wat bedoeld wordt met deze woorden : Het Oude Testament, het Nieuwe Testament, de Wet, het Evangelie, Mozes, Christus, Natuur, Genade, Werken en Gelooven, de Werken en het Geloof; opdat we niet aan den een toeschrijven wat den ander behoort en van Christus Mozes maken, van het Evangelie de Wet, de genade verachten en het geloof rooven; opdat we niet alzoo van zachtmoedig leeren vervallen tot dwaze verachting, tot gekijf en twisten omtrent woorden.
Het Oude Testament is een boek, waarin geschreven Testament, zijn de Wet en de geboden van God en de daden zoowel van hen, die ze volbrengen, als die ze niet volbrengen.
Het Nieuwe Testament is een boek, waarin de Testament, beloften van God zijn vervat en de daden dergenen, die ze gelooven of die ze niet gelooven. Het Evangelie is een Grieksch woord en beduidt: goede, vroolijke, blijde en heuglijke boodschap, welke eens menschen hart verheugt en hem doet zingen, dansen en springen van vreugd. Toen David den reus Goliath had gedood, kwam eene blijdo tijding tot de Joden, dat hun schrikkelijke en wreede vijand was verslagen en zij uit alle gevaar bevrijd Uit blijdschap daarover zongen, dansten zij en waren vroolijk. Desgelijks is het Evangelie van God ('twelk wij het Nieuwe Testament noemen) eene blijde tijding, gelijk sommigen het uitdrukken: eene goede boodschap, door de Apostelen in heel de wereld verkondigd, aangaande Christus, den rechten David, hoe Hij gestreden heeft tegen zonde, dood en duivel en hen overwon. Daardoor worden alle menschen, die in dienstbaarheid der zonde, getroffen door den dood, overwonnen door den duivel waren, zonder verdienste van henzelf verlost, gerechtvaardigd, herboren ten leven, behouden, gebracht tot vrijheid en hersteld in de gunst van God en weder met Hem verzoend. Zoovelen deze boodschap gelooven, loven, prijzen en danken God, zijn blijde, zingen en dansen van vreugd.
D i t Evangelie, d. i. deze blijde t i j d i ng , wordt het Nieuwe Testament geheeten, Wanneer iemand gaat sterven, wijst hij aan, hoe zijne goederen na zijnen dood moeten verdeeld worden onder hen, die hij benoemt tot zijne erfgenamen. Evenzoo beval en verordende Christus vóór Zijnen dood, dat zulk een Evangelie of boodschap in de geheele wereld zou worden verkondigd, om daardoor aan allen, die gelooven, al Zijne goederen te geven, dat is te zeggen, Zijn leven, waardoor Hij den dood verslond, Zijne gerechtigheid, waardoor Hij de zonde wegdeed; Zijne zaligheid, waardoor Hij de eeuwige verdoemenis te niet maakte. Nu kan de ellendige mensch, (die door de zonde omringd ia en bedreigd door dood en hel), niets heuglijkers hooren dan zulk eene blijde en troostrijke boodschap van Christus Alzoo kon hij niet anders dan blijde zijn en lachen tot in het diepste zijns harten, indien hij gelooft, dat de boodschap waar is.
Om nu mede zuik een geloof te sterken, beloofde God, dit Zijn Evangelie in het Oude Testament door de Profeten (gelijk Paulus zegt in het eerste Hoofdstuk van den Brief aan de Romeinen). Hij zegt, hoe hij uitverkoren werd, om Gods Evangelie te prediken, hetwelk Hij te voren had beloofd door de Profeten, in de Heilige Schriften, die handelen over Zijnen Zoon, Welke geboren was uit het zaad van David. In het derde Hoofdstuk van Genesis zegt God tot de slang: I k zal vijandschap zetten tusscheu u en de vrouw, ' tusschen uw zaad en haar Zaad; datzelve Zaad zal i u den kop vertreden. Christus is het Zaad der vrouw : Hij is het. Die des duivels kop vertreden heeft, dat is te zeggen, zonde, dood, hel en al zijne macht. Want zonder dat Zaad kan niemand zonde, dood, hel en eeuwige verdoemenis ontvlieden.
Wederom, in Genesis 22, beloofde God aan Abraham, zeggende: „In uw Zaad zullen alle geslachten der aarde gezegend worden". Christus is het Zaad van Abraham, zegt Paulus in het derde Hoofdstuk van den Brief aan de Galatiërs. Hij heeft de gansche wereld gezegend door het Evangelie. Want | waar Christus niet is, daar blijft de vloek, die op Adam viel, zoodra hjj had gezondigd. Alzoo dat zij in dienstbaarheid zijn, onder de heerschappij van zonde, dood en hel. Tegenover dezen vloek zegent nu het Evangelie heel de wereld, dewijl het openlijk uitroept: Wie gelooft in het Zaad van Abraham, zal gezegend worden, dat is, hij zal verlost worden van zonde, dood en hel eu zal voortaan zijn rechtvaardig, levend en gered voor eeuwig, zooals Christus Zelf zegt (in Joh. 11): Wie in Mij gelooft, zal nimmermeer sterven.
De Wet (zegt het Evangelie van Johannes in het eerste Hoofdstuk) werd door Mozes gegeven, maar genade en waarheid door Jesus Christus. De Wet (welker dienaar Mozes is) werd gegeven, om ons tot kennis van onszelf te brengen, opdat wij zoo mochten gevoelen en bemerken, wat wij van nature zijn. De Wet veroordeelt ons en al onze daden, en wordt door Paulus (in het derde Hoofdstuk van den tweeden Brief aan de Corinthiërs) genaamd de bediening des doods. Want zij doodt ons geweten en drijft ons tot wanhoop, overmits zij van ons datgene eischt wat wij onmogelijk kunnen doen. Zij eischt van ons de werken van eenen volkomen mensch. Zij eischt volmaakte liefde uit den diepsten grond des harten, zoowel in alle dingeu, die wij ondergaan, als in die dingen, welke wij doen Maar, zegt Johannes (in dezelfde plaats), genade en waarheid is ons gegeven in Christus. Zoodat wanneer de wet over ons gekomen is en ons ter dood heeft veroordeeld, ('t welk haar natuur is te doen), wij dan in Christus genade hebben, dat is te zeggen: gunst, beloften van leven, van barmhartigheid, van vergiffenis, vrijelijk door de verdiensten van Christus; en in Christus hebben wij waarheid, doordat God al Zijne beloften vervult aan hen, die gelooven.
Daarom is het Evangelie de bediening des levens. Paulus noemt het, in de zooeven aangehaalde plaats uit het tweede Hoofdstuk (Brief) aan de Corinthiërs, de bediening des Geestes en der rechtvaardigheid. In het Evangelie ontvangen wij, wanneer wij de beloften gelooven, den Geest des levens en worden gerechtvaardigd in het bloed van Christus van alle dingen, waarover de wet ons veroordeelde. Yan Christus is geschreven in het voornoemde eerste Hoofdstuk van Johannes: Hij is het, uit Wiens volheid wij allen ontvangen hebben genade voor genade. Dat is te zeggen : om het welbehagen, dat God heeft in Zijnen Zoon Christus, heeft Hij in ons een welbehagen, gelijk een vader in zijnen zoon. Gelijk Paulus bevestigt, als hij zegt: Welke ons heeft liefgehad in Zijnen Geliefde vóór de grondlegging der wereld. Wegens de liefde, die God heeft tot Christus, bemint Hij ons, en niet om ons eigen geloof. Christus is gesteld tot Heer over allen en wordt in de Schrift Gods genadetroon genaamd. Al wie tot Christus vliedt, kan. van God niets anders hooren of ontvangen dan genade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 maart 1895

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Het rijzend morgenlicht

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 maart 1895

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken