Bekijk het origineel

Aanteekening op Hebreën 8 : 4—13.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aanteekening op Hebreën 8 : 4—13.

7 minuten leestijd

Vers 4. „ W a n t i n d i e n H i j op a a r d e w a r e , zoo z ou H i j z e l f s g e e n p r i e s t e r z i j n , d e w i j l er p r i e s t e r» z i j n , d i e n a a r de W e t g a v e n o f f e r e n , " Wij hebben Hem dus in den hemel te zoeken, en niet in den uiterlijken tempel. — Naar de Wet kunnen er niet zooveel gaven en offers gebracht worden, als er zouden zijn; naar de genade brengt God Zelf het offer en de gave.
Vers 8. „ W a n t h e n b e r i s p e n d e , z e g t H i j t o t h e n: Z i e t , de d a g e n k o m e n , s p r e e k t de H e e r e , en I k zal o v e r het h u i s I s r a ë l s en o v e r h e t h u i s J u d a e en n i e u w V e r b o n d o p r i c h t e n . " Deze belofte had groote waarde juist voor de Hebreen, die zich in de war lieten brengen door de autoriteit der priesters en door de valsche broe<lers, die hun geboden en wetten voorhielden en hun eenen anderen weg wilden leeren dan dien des geloofs en van den -wandel naar Geest.
Vers 9. „Niet n a a r het V e r b o n d , d a t l k met h u n ne v a d e r e n g e m a a k t heb, ten dage als I k hen bij de •hand n a m , om hen u i t E g y p t e l a n d te l e i d e n ; want z i j z i j n in d i t M i j n V e r b o n d n i e t g e b l e v e n , en Ik h e b op hen n i e t g e a c h t , zegt de Heere." Wat men dwingen moet, dat acht men niet God wil Zich wat nieuws scheppen, een gansch vrijwillig volk.
Vers 10. „ W a n t d i t is het V e r b o n d , dat I k met het huis I s r a ë l s m a k e n zal na die d a g e n , z e g t de H e e r e : Ik zal M i j n e wetten in hun v e r s t a nd g e v e n , en in h u n n e h a r t e n zal I k die i n s c h r i j - v e n ; en I k zal hun tot eenen God z i j n , en zij z u l l e n Mij tot een volk z i j n . " Zoo hebben wij dan naar menschen niet te luisteren, die daar komen met hunne leer van „hier een weinig, daar een weinig", met wet en gebod. God zal Zijn volk wel eene goede opvoeding geven. Gij weet niet van goed en kwaad Laat het aan God over, dat gij wandelt, zooals het behoort; zij het u er maar om te doen, dat gij genade vasthoudt en in Christus gevonden zijt.
Vers 11, „En z i j z u l l e n n i e t l e e r e n , een i e g e l i jk z i j n e n n a a s t e , en een i e g e l i j k z i j n e n broeder, . z e g g e n d e : Ken den H e e r e ; want zij z u l l e n Mij a l l e n k e n n e n van den k l e i n e onder hen tot den g r o o t e onder hen." „Zij zullen niet leeren een iegelijk zijnen naaste, en een iegelijk zijnen broeder", — hetgeen zeer zeker eene aanmatiging is. Deze belofte heft het predikambt niet op, maar neemt de bedenking weg, dat men naar de valsche broederen en de wetpredikers zou moeten hooren. Dit woord oordeelt het heerschen der priesters over het geweten; voorts de valsche kunst en den ijver, om over zijnen naaste en broeder den baas te spelen. Men behoorde toch meer achting voor zijnen naaste te hebben, en te weten, dat Christus hem een Verlosser wil zijn, hem dus Christus voorhouden, en niet het „raak niet en smaak niet", niet het „doe dat" en de besnijdenis, maar het ongeveinsd geloof. Het is geheel Gods zaak, den mensch de kennis van Zijn Wezen te geven, hem te leeren, welk een God Hij voor den armen zondaar is. God kent men slechts door de openbaring Zijner liefde en genegenheid, waarmede Iïij eenen verlorene uit zijne ongerechtigheden opbeurt en waarmede Hij hem te midden van zijne ongerechtigheden Zijne ontferming en genegenheid toont.
Vers 12. „ W a n t I k zal h u n n e n o n g e r e c h t i g h e d en g e n a d i g zijn, en h u n n e z o n d e n en h u n n e overtred i n g e n zal I k g e e n s z i n s meer g e d e n k e n . " De eerste ondeugd is dat men in den nood niet eens een geloof heeft als een mosterdzaadje.
Vers 13. „Als H i j z e g t : Een n i e u w V e r b o n d , zoo h e e f t H i j het eerste oud g e m a a k t : dat nu oud gem a a k t is en v e r o u d e r d , is n a b i j de v e r d w i j n i n g ." Het duurde nog slechts 14 jaren, toen ging het te gronde in <3e verwoesting van Jerusalem. En overal waar het nieuwe Verbond komt, daar versmelt het leven, dat men in eigen hand vindt, het quasi-genadeleven, als sneeuw en was voor de zon.
H. F. K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 december 1895

Amsterdamsch Zondagsblad | 12 Pagina's

Aanteekening op Hebreën 8 : 4—13.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 december 1895

Amsterdamsch Zondagsblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken