Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

(Uit Moravië.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

(Uit Moravië.)

10 minuten leestijd

Tot de Moravisch-Gereformeeide Diaspora behooren volgens de statuten van het ambt van reizend predikant in Moravië alle medeleden van de Gereformeerde Kerk, die van hun bedehuis minstens drie uren verwijderd zijn. Voor deze Diaspora zooveel mogelijk belangstelling op te wekken, zoowel in het vaderland als in den vreemde, is het doel van de volgende regelen.
Wanneer wij het gezamenlijk getal van de tot onze Boheemech- Moravische Kerk toegetredene met dat van de uitgetredene personen vergelijken, dan zien wij, dat in de Boheemsch-Moravische Gereformeerde Kerk in haar geheel genomen de eersten de laatsten in aantal overtreffen; maken wij echter de vergelijking voor elk land afzonderlijk, dan zien wij, dat in Bohemen het getal der toegetredenen veel grooter is dan dat van de uitgetredenen, terwijl in Moravië het getal der uitgetredenen bijna elk jaar iets grooter is dan dat der toegetredenen.
Waaraan is dit treurige verschijnsel te wijten? Onze Gereformeerde Gemeenten in Moravië bevinden zich — met zeer geringe uitzonderingen — in de armste bergstreken in het westen en het oosten van het land. De armoede drijft een deel der bevolking naar de fabriekssteden en naar het welvarende vlakke land. Aan den schoolplicht is nauwelijks voldaan, of reeds moeten de kinderen het ouderlijk huis verlaten, om bij vreemden hun brood te verdienen. Velen komen in de Diaspora. Maar wie weet van hen af? Met de broeders en zusters in het geloof komen zij zelden in aanraking. Hoe licht gaan die arme schepselen verloren in den maalstroom der wereld, inzonderheid dan, wanneer het kinderen uit gemengde huwelijken zijn, of uit zulke gezinnen, waar de ouders het lezen van het Woord Gods verzuimd en hun kroost niet met de melk van het Goddelijk Woord gevoed hebben. Ja hoe licht verliezen ook van huis uit weionderwezen kinderen hunne kennis van het Woord en verkoelen in de liefde tot het Evangelie, wanneer zij niet in het lezen van Gods Woord volharden en gemeenschap met andere, levende broeders hebben. Bovendien verkeeren deze arme menschen in de Diaspora in zeer ondergeschikte betrekkingen als knechts, meiden, bedienden en werklieden, en zwichten dikwijls voor den dwang of druk, op hen uitgeoefend door hunne werkgevers. Alleen een Roomsche heet hier in Moravië een „Christen". Wie het Evangelische geloof belijdt, wordt spottenderwijs een „Lutheraan" of „Ilelveet" genoemd; allen verafschuwen hem als eenen heiden en tollenaar; velen beijveren zich om hem tot het „Christelijk" geloof te bekeeren. Staat hij nu niet vast in het geloof, wat doet hij dan onder dergelijke omstandigheden? Hij ontveinst zijn geloof, of verlaat vroeger of later openlijk zijne Kerk, inzonderheid wanneer hij in 't huwelijk treedt. Menigeen verlaat de Kerk nog op het sterfbed, om moeilijkheden bij de begrafenis te voorkomen. In den laatsten tijd wordt, zoo te zeggen, een koortsachtige ijver in het bekeeren van de vaak verstrooid wonende leden van onze Kerk ontwikkeld. Menige uittreding kwam ons reeds ter ooren uit het slot van Graaf Belcredi te Li'sen bij Briinn; uit de omgeving van Jimramov (Duitsch : Ingrowitz) huurt men eene dienstbode te Liseii, en hier, verre van hare bloedverwanten, verlaat zij onze Kerk. Maar dat zijn louter bekende zaken, die niet nader behoeven onderzocht te worden. Hoe meer wij onze Diaspora van nabij beschouwen, met des te grooter smart bevinden wij, dat juist daar de Kerk als uit open wonden vreeselijk bloedt. Kan echter ook eene vrouw haren zuigeling vergeten, dat zij zich niet zou ontfermen over den zoon haars buiks? En zou dan de Kerk hare verstrooide leden mogen vergeten? Zij zijn immers haar bloed, de vrucht haars lichaams! Neen, zij kan noch mag hen vergeten; God zou dit bloed van hare hand eischen!
Maar waar en hoe dient geholpen ?
Laat ons eerst in onze Diaspora eens rondzien. Haar belangrijkste punt, B r ü n n , de hoofdstad des lands, heeft, Gode zij dank, reeds sedert 16 jaren haren reizen den predikant. Gedurende dezen tijd steeg liet zielental van dezen predikpost van 80 tot 800. Door bijzondere goedheid Gods gebeurde het, (en daarin zien wij Zijne voorzienigheid), dat ook het tweede, schier even belangrijke punt, t. w. O l m ü t z , van een reizend predikant werd voorzien, die te gelijk de filiaalgemeente S v é b o h o v en de predikposten P r e r o v ( P r e r a u ) en P r o st ë j o v ( P r o s s n i t z ) bezorgt. Dat dit ter verzorging van de Diaspora maar voldoende ware! Om echter in de dringendste behoeften te voorzien, moest onze Diaspora minstens nog vier reizende predikanten hebben, in de eerste plaats eenen voor J i h l a v a ( I g l a u ) , T r e b i c ( T r e b i t s c h ) en N a m e st (Nami e s t ) , met Trebi'v als zetel. In al deze steden wordt wel is waar het Woord Gods gepredikt; als echter de reizende predikant te Brünn twaalfmaal 's jaars naar Namest moet, dan dan lijdt daaronder weer Brünn. Trebi'" kan door de Gemeende H o r n i ' V i l i ' m o v i c e niet voldoende verzorgd worden, naardien deze plaats zelf eene groote Diaspora heeft. Om dezelfde reden is het voor de Gemeente D a c i c k a L h o t a niet mogelijk om, zooals wenschelijk ware, in de stad Jihlava te arbeiden, ofschoon de heeren predikanten van beide Gemeenten den grootsten ijver aan den dag leggen. In het westelijk senioraat is er nog een reizend predikant noodig voor de stedengroep L e t o v i c e , B o s k o v i c e , S v i t a v y ( Z w i t t a u ) en S m r z o v , met Letovice al meest natuurlijken zetel. In het oostelijk senioraat behoorde voor het gansche noord-oostelijk deel van Moravië, van V a l a s s k é M e z i r i c i (W a 1 a c h ij s ch- M e s c r i t s c h ) tot M o r a v s k a Os t r a va ('Mo r a v i s c h-0 st r a u ) , een reizend predikant te worden aangesteld. Met het oog op het gymnasium en alumeum zou Valasské Mezirici als zetel de voorkeur verdienen. In deze districts-hoofdstad zoowel als in de naburige fabrieksstad K r a s n a en inzonderheid te Moravska Ostrava wonen velen van onze geloofsgenooten, en in de omgeving van deze stad leven vermoedelijk nog verscheidene verstrooid wonenden. Ten slotte hebben wij nog aan de grenzen van het westelijk en oostelijk senioraat, in de uit de geschiedenis der Broederuniteit zoo goed bekende deelen van Moravië, verscheidene steden, die een reizend predikant moesten bezitten; het zijn: U h e r s k y Brod ( H o n g a a r s c h Brod), U h e r s k y H r a d i s t ë , S t r a s n i c e , H o d o n i n (Godin g) en K y j o v (Gaya). De zetel zou te Hodonin kunnen zijn, naardien wij daar voor het bedehuis en de pastorie reeds een bouwterrein van Zijne Majesteit Keizer Frans Jozef I ten geschenke hebben gekregen, en omdat daar onze gezinnen vergelijkenderwijs het talrijkst zijn. Ook gaan op de burgerschool aldaar Gereformeerde leerlingen.
Dat is alles heel mooi, maar hoe is dat te verwezenlijken ?
In onze macht en kracht staat dat zeker niet, maar laat ons toch deze zoo dringende behoeften in gedachtenis houden; laat ons niet vergeten, ze in onze gebeden voor den troon der genade van onzen almachtigen God te brengen, en al naar wij uit Gods hand ontvangen hebben bereidwillig bij te dragen tot het tot stand komen van dit werk. In de eerste plaats moeten onze pogingen er op gericht zijn, B r ü n n tot eene zelfstandige Gemeente te maken, want zoodra dit doel bereikt en Brünn zijnen eigen predikant zal hebben, kan terstond het ambt van reizend predikant op eene van de vier tot nu toe onbezette plaatsen overgedragen worden, ja zelfs zouden t w e e plaatsen kunnen bezet worden, wanneer men het inkomen, tot dusver door den reizenden predikant genoten, over die twee plaatsen verdeelde en het ontbrekende door de desbetreffende Diaspora werd bijgepast. Bovendien is het bijna reeds door de noodzakelijkheid geboden, dat Briinn, als middelpunt van de geheele Moravische Kerk, als industrie-centrum en als hoofdstad des lands, waar het aantal onzer geloofsgenooten en daarmee ook de herderlijke arbeid gedurig toeneemt, eindelijk eens zelfstandig worde en eenen predikant geheel voor zichzelf bezitte. In weerwil van dat alles vergeet men in den laatsten tijd op eene in 't oog loopende wijze, om Brünn te gedenken, zooals helaas maar al te duidelijk blijkt uit het totaal van de genoten ondersteuning over het jaar 1898. Uit geheel Moravië ontving Brüun in dat jaar van zijne vrienden slechts ruim 42 gl., en uit Bohemen slechts eene bagatel. Van de Gustaaf-Adolfvereeniging ontving Brünn in hetzelfde jaar 128 gl. minder dan in 1897; ook de overige gaven uit het buitenland bedroegen 128 gulden minder, en het staat te vreezen, dat na het overlijden van onze onvergetelijke weldoenster, Barones van Tuijll van Zuijlen, de toelagen nog meer zullen verminderen. In het algemeen meent men, dat wanneer de kerken de pastorie gereed zijn, het doel reeds bereikt is; men vergeet echter, dat onze bouwschuld nog meer dan 10 000 gl. bedraagt, en dat, om tot de zelfstandigheid van de Brünnsche Gemeente te geraken, alles te zamen genomen een kapitaal van 12.000 gl. noodig is.
Behalve voor Brünn vragen wij met vriendelijken aandrang om milde ondersteuning van den predikpost Olmütz en de daarbij behoorende Diaspora; voorts van de predikposten J i h l a v a en T r e b i c , en inzonderheid van het Diocesaanfonds der Moravische superintendentuur, dat gesticht is met het doel om juist den arbeid in de Diaspora te ondersteunen, de filiaalgemeenten en predikposten te helpen in het verkrijgen van zelfstandigheid en aan zwakke Gemeenten door sterking van haar dotatiefonds steun te bieden.
Het bovenstaande is zeker voldoende om duidelijk te maken,, hoe zeer het is gcwenscht, dat ook de broeders en zusters in het buitenland de Moravische Diaspora in liefde gedenken..

Wij brengen deze bede van onze buitenlandsche broeders gaarne over aan de broeders en zusters hier te lande. Wij kunnen dat in het Amsterdamsch Zondagsblad voortaan niet meer doen, evenals onze vrienden in Bohemen en Moravië langs dezen weg hunne nooden en begeerten aan onze Lezers voortaan niet meer kunnen kenbaar maken. Daarom te meer nemen wij bij het plaatsen van deze laatste Correspondentie de gelegenheid waar, om de vrienden in ons land, die tot dusverre ons hunne gaven hebben gezonden tot stijving van de Ondersteuningskas voor Gereformeerde Gemeenten in Bohemen en Moravië, nog eenmaal met vriendelijken ernst te wijzen op den algemeenen noodstaat dier Gemeenten, zoo mede op de Boheemsche en Moravische Diaspora en op de Gereformeerde Gemeenten te Kuttelberg in Silezië en Königsberg in Galicië. Wij hopen zeer, dat de vrienden niet zullen vertragen in wel te doen, maar voort zullen gaan met ons in staat te stellen, den nood. te lenigen van de arme Gemeenten daarginds, die voortdurend met zoo groote moeilijkheden hebben te kampen. RED.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 31 December 1899

Amsterdamsch Zondagsblad | 20 Pagina's

(Uit Moravië.)

Bekijk de hele uitgave van Sunday 31 December 1899

Amsterdamsch Zondagsblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken