Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 177

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 177

2 minuten leestijd

;

165 Hiertegen nu gaan wij niet in, door van dit geloof van Maria de aandacht af te trekken. Dat ware ongeestelijk en ging tegen de H. Schrift in. Haar betuiging aan den Engel icas een geloofsdaad en Elisabeth heeft in heilige vervoering dit geloof van Maria bezegeld.

Hetgeen waar we tegen opkomen is maar, dat aldus deregel „en het is Gods gave" bij dit geloof van Maria buiten niet uit u, werking wordt gesteld. Ook Maria heeft niet uit zich zelve geloofd. Ook Maria is aUeen door Gods genade tot deze geloofsdaad gekomen. En wel verre dus van toe te geven, dat Maria aan den Heere onzen God de volvoering van zijn Raad heeft mogelijk gemaakt, houden we staande, dat God de Heere, om zijn Raad te volvoeren, Maria tegelijk naar ziel en lichaam bewerkt heeft naar de ziel, door haar het geloof in te storten en naar het lichaam, door uit haar vleesch en bloed het lichaam van den Heiland op te bouwen. dit

;

;

De tweede hooge

vei'dienste,

die

men

in

Mai'ia's tnaag delijken

kan uit de Schrift evenmin opgemaakt. Er is nergens in de H. Schrift grond te vinden voor de bewering, dat het ter wereld brengen van haar Kindeke haar als maagd ongedeerd liet. De verwijzing naar het binnenkomen van Jezus „door staat zoekt,

gesloten deuren", heeft hier niets meê uitstaande. En de uitlegals sloeg Ez. 44 2 op Maria's vrouwelijke natuur, is door niets te rechtvaardigen. Er staat daar van de cleur aan de oosterzijde van het mystieke heiligdom: „Deze poort zal gesloten zijn; zij

de

ging

:

niet geopend worden, noch iemand door dezelve ingaan omdat de Heere, de God Israëls, door deze is ingegaan daarom zal hij gesloten blijven." Wat nu geeft recht deze woorden op Maria toe te passen? En ook indien dit al geschiedt, zoo blijft toch de zin, dat de poort wel waarlijk openging, toen de Heere intoog en toont vers 3, dat ook de Vorst door deze poorte in mocht gaan. Dit wordt niet gezegd, om met zekere voorliefde staande te houden, dat Maria, na het wonder van Bethlehem, zelve nog kinderen kreeg. Noch het voor, noch het tegen, zal op dit punt ooit tot zekerheid komen; want het feit, dat er van „broeders van Jezus" sprake is, maakt de zaak niet uit. In de H. Schrift wordt het woord broeder zoowel voor een vleeschelijken broeder, als voor een stiefbroeder gebezigd, en niet minder dikwijls om een bloedverwant in het algemeen aan te duiden (Gen. 13 8 14 16 29 12. zal

;

;

;

:

Num. 8:26; 16:10

enz.).

;

:

;

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 177

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

PDF Bekijken