Bekijk het origineel

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 28

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 28

2 minuten leestijd

16

BELIJDENIS DES 0EL00FS.

zeggen wij terecht, met Paulus, dat wij door het geloof alleen, of door het geloof zonder de werken gerechtvaardigd worden. Doch verstaan niet, dat het, om eigenlijk te spreken, het geloof zelf dat ons rechtvaardigt want het is maar een instrument, waarmede wij Christus, onze rechtvaardigheid, omhelzen. Maar Jezus Christus, ons toerekenende alle zijne verdiensten en zoo vele heilige werken, die Hij voor ons en in onze plaats heeft gedaan, is onze rechtvaardigheid; en het geloof is een instrument, dat ons met Hem in de gemeenschap aller zijner goederen houdt dewelke, de onze geworden zijnde, ons meer dan genoegzaam zijn tot onze vrijspreking van onze zonden. wij is,

;

;

XXIII. [Dat onze rechtvaardigmaking bestaat in de Tergeving der zonden en toerekening der gehoorzaamheid van Christus.]

Wij gelooven, dat onze gelukzaligheid gelegen is in de vergeving onzer zonden om Jezus Christus' wille, en dat daarin onze rechtvaardigheid voor God begrepen is; gelijk David en Paulus ons leer en, verklarende de gelukzaligheid des menschen te zijn, dat God hem de rechtvaardigheid zonder werken toerekent. En dezelfde Apostel zegt, dat ivyj om niet, of uit genade gerechtvaardigd zijn, door de verlossing, die in Jezus Christus is. En daarom houden wij dit fondament altijd vast, Gode alle de eere gevende, ons vernederende en bekennende zoodanigen als wij zijn, zonder iets van onszelven of van onze verdiensten te vermeten, steunende en rustende op de gehoorzaamheid des gekruisigden Christus alleen, dewelke onze is, wanneer wij in Hem gelooven. Die is genoegzaam, om alle onze ongerechtigheden te bedekken, en ons vrijmoedigheid te geven, de consciëntie vrij makende van vreeze, verbaasdheid en verschrikking om tot God te gaan, zonder te doen gelijk onze eerste vader Adam, dewelke al bevende zich met vijgebladeren bedekken wilde. En voorwaar, indien wij voor God verschijnen moesten, steunende op onszelven of op eenige andere schepselen, hoe weinig het ook ware, wij moesten (helaas) verslonden worden. En daarom moet een iegelijk zeggen met David: Heere, ga niet in het gericht met uwen knecht, want niemand, die leeft, zal voor \iw aangezicht e rechtvaardig zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 162 Pagina's

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 28

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 162 Pagina's

PDF Bekijken