Bekijk het origineel

Briefwisseling tusschen A. Kuyper en Charles Boissevain - pagina 51

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Briefwisseling tusschen A. Kuyper en Charles Boissevain - pagina 51

2 minuten leestijd

47

weren, dat

gij

'vogelverschrikker,

knakken. Maar hoe

dezen boeman slechts liel)t opgevoerd als om vw i)artij te redden, en de nrijne te

dit zij,

weg

littera scripta

manct.

„Wat geschreven

Zóó hebt gij over mij geschreven, en denk nu zelf hi wat indruk het op mij maken moet, als de man, die zóó mij aan de kaak stelde, het geding naar een godsdienstig-zedelijke appreciatie, met een sneeuw-scèiietja op den Dam opgesiei-d, poogt af te leiden, en weigert mij voldoening te geven op het eenigc punt, waarop heel zoo ontzettende beschuldiging gebaseerd was. staat,

is

niet

te

cijferen". ,

althans zult ge l^egrijpcn waarom uw opnieuw mengen gebeurde bij de Niemoe Kerk" in den politieken strijd, mij tot spreken dwong. Hierin toch lag een rechtstreeksch terugkomen o]) uw krasse beschuldiging van Januari '86. Toch zweeg ik hier dusver met opzet van. Ik wilde u de gelegenheid geven, om, zonder dat er te harde woorden vielen, het onrecht, dat gij mij aandeedt,

Nu

van

,

„het

te herstellen.

Maar nu moest het wel

er uit.

mij in staat tot het spelen met een valsch program, tot het breken van mijn eed, tot het schenden van de Grondwet, tot het aanranden van de rechten van ons Koningshuis en van mijn medeburgers met militair geweld en dit alles rustte bij u uitsluitend op deze ééne overweging, dat ik in het kerkelijke desgelijks had gedaan. Alzoo in het kerkelijke geweld gepleegd de wet geschonden anderer recht vertrapt. Hetzelfde stond van mij ook in den Staat te duchten. En daarom moest ik tegengestaan. Alles hing hier derhalve aan deze ééne vraag; of ik dit in werkelijkheid gedaan had; of wel dat gij er miyvalschelijk Gij

achttet

,

,

van

,

betichttet.

Daarover, en daarover alleen heb ik u dan ook ter verantwoording geroepen; en zie, de man, die zoo gruwelijke beschuldiging tegen mij aandorst, en deze enkel en alleen grondde op eene onderstelde geweldpleging, waaraan ik mij wederrechtelijk in de Nieuwe Kerk zou hebben schuldig gemaakt geeft mij nu ik hem hierover ter verantwoording roep, opdat hij óf mijn rechtsverkrachting bewijze, óf mij in mijn eer herstelle, leukweg ten antwoord: „Och, over iets wederr echtelij ks had ik het niet. Best mogelijk zelfs, dat gij naar strikt recht gelijk hadt. Wat ik tegen u heb is alleen uw wijze van doen met name dat uw religieus gevoel u niet verbood, een deur in een kerkgebouw door een smid te ,

,

,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 56 Pagina's

Briefwisseling tusschen A. Kuyper en Charles Boissevain - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 56 Pagina's

PDF Bekijken