Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 226

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 226

2 minuten leestijd

214 Er

zal

er

weggenomen,

één

zijn,

terwijl

die als hij

den ander

maar

inslaapt, uit zijn angsten

tot in zijn

is

droomen de benauwdheden

vervolgen, dat hij opstaat bijna nog somberder, dan toen hij zich ter ruste legde. Voor den één is de benauwdheid als een gonzend insect, dat hem een oogenblik vervolgt, maar dat hij van zich afslaat, terwijl de ander er zijn gedachte niet af kan trekken, en in letterlijken zin in zijn benauwdheden wandelt. Ook zal de één zich uiten, zijn nood aan anderen klagen kunnen,

en daardoor voor een deel zich aan anderen kunnen ontlasten, terwijl de ander er mee blijft zitten, bij anderen zwijgt en zich goed houdt, maar juist daarom straks in de eenzaamheid teruggekeerd, te bitterder schreien zal in de angsten en bangheden die zijn ziel vervaren. Ook uw omgeving doet zooveel af. Als een liefde u omringt, die op u merkt, die uw lijden ziet en ondervangt, klemt de benauwdheid zooveel minder bang, dan wanneer er geen oog is dat medelijden met u heeft, en soms nog hardheid en verwijt u ontmoet, als om den reeds zoo vollen beker nog te doen overloopen. Natuurlijk, God de Heere weet dat alles, en als geen menschelijk oog medelijden met ons had, heeft daarom toch onze God ons pad gekend, op ons gemerkt, en, zonder dat wij het wisten, genade en vertroosting naar ons uitgezonden. Wie meet af de barmhartigheden van onzen medelijdenden Hoogepriester, die in alle ding gelijk wij is verzocht geweest? Wie zal zeggen, hoe dicht Gods engelen, door Hem ons toegezonden, bij ons staan, om in zulke oogenblikken de wanhoop uit ons hart te bannen, de vertwijfeling van onze ziel te weren? Nooit, nooit, zijn we alleen, en de schrikkelijke uitkomst, als in zulke doodsbenauwdheden het ongeloovig hart het niet meer kon uithouden, en dan de hand aan zichzelven sloeg, is altoos een miskenning van de ontfermingen onzes Gods geweest.

Ook in zijn Woord zijn de ontfermingen onzes Gods met de zielsbenauwden zoo verrassend groot, en wie ooit de moeite nam, om achter elkander af te lezen, w^at de Heilige Geest in dat Woord tot de benauwden en van de benauwden en over de benauwdheden onzer ziel zegt, zou vooraf niet geloofd hebben, dat God de Heere zich zoo telkens en zoo gedurig en op zoo indringende wijze met den verlaten mensch in zijn benauwdheden zou hebben beziggehouden.

Het diepste gaat dat wel, als er staat: ^In al zijn benauwdheden was Hij benauwd,'' vooral als er dan bijstaat: „Door den Engel zijns aangezichts heeft Hij hen behouden door zijn liefde en genade heeft Hij hen ;

verlost; en Hij

nam

ze op en Hij droeg ze als in de dagen vanouds".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 226

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken