Bekijk het origineel

Johannes Maccovius - pagina 204

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Johannes Maccovius - pagina 204

2 minuten leestijd

192 stond. Zijn bedoeling

wat

wat

precies

alleen hij

wel

altoos te vatten.

is

hij

niet wil,

maar ook

Men weet

niet

zeer duidelijk

wil.

Zijn redeneertrant is niet de dorre betoogtrant, die

den

maar het is altoos bezielende, verheffende taal, en alles wat hij leert wordt alleen aan Gods Woord ontleend, met redenen omkleed, met voorbeelden toegelicht. Bij Maccovius vinden we niet den dorren betoogtrant, geest vermoeit,

integendeel vaak boeiende beeldspraak.

Als

hij

de stelling verdedigt, dat

op het einddoel

zijn

bij

God de middelen

aangelegd en dies respectu ordinis dat

einddoel voorop staat, dan wijst

op het beeld van den dokter, bij wien op den voorgrond staat de genezing, terwijl in de practijk de middelen voorafgaan. „Sic Medicus prius intendit sanitatem, quam medicinam, at in exequendo prius medetur,

quam

sanat."

hij

^)

Wanneer hij wil duidelijk maken dat het den vromen in nimmer kwalijk, en den boozen nimmer wel gaat,

dit leven

dan doet vond en

hij

zijn

dat door een schoone gelijkenis die

hij

ergens

studenten meedeelt. Daar was eens een klui-

zenaar, zoo verhaalt

hij

dan, die door den welstand der

goddeloozen aan het Godsbestaan of aan het Godsbestuur ging twijfelen. Dies zeide

hij

het kluizenaarsleven vaarwel

en ging de wereld wederom in. Maar God zond hem een Zijner engelen als reisgezel. Saam kwamen zij bij iemand in, werden vriendelijk ontvangen en onthaald. Maar 's nachts nam de engel den kluizenaar mede en stal van

zijn

gastheer een

gouden kroes. Den volgenden dag kwamen zij bij een ander, werden wederom gastvrij ontvangen, en 's nachts roept de engel den kluizenaar weer mede, maar ver worgt intusschen een jong kindje dat daar in de wieg lag. Nu komen ze bij een derde. Daar worden ze niet ontvangen^ moeten onder den blooten hemel in de open lucht slapen. Als de nacht voorbij is, geeft de engel dien onvriendelijken gastheer den gouden kroes, dien hij van den eerste had gestolen. Toen kwamen ze bij een die hen weer allervrien')

Loei Comm.,

p.

218.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 431 Pagina's

Johannes Maccovius - pagina 204

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 431 Pagina's

PDF Bekijken