Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 37

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 37

2 minuten leestijd

;

25 is er genade in de matigheid waarmee God voor u, op deze de warmte en de koude afwisselt. De ééne maal kon Hij u verzengen, een ander maal u doen verstijven. Daarin dat Hij zijn koude u aldus getemperd toezendt, spreekt derhalve zorgende, spreekt bewarende genade. Maar toch zonder ernstig vermaan gaat geen winter voor ons voorbij en altoos zijn er onder onze ouden van dagen, of onder onze zwakken van borst, licht vatbare naturen, die zelfs voor die getemperde koude niet bestaan kunnen, en voor wie die winter een bode des doods van

Zoo

aarde,

hun God

is.

^Als ze het voorjaar nog haalden, er zou nog hope zijn; maar de winter is kwaad," zoo luidt dan het moedbenemend getuigenis, en telken jare moet door de sneeuw heen in den harden grond weer graf na graf gegraven, om er de bezwekenen voor Gods koude in bij te zetten.

Zoo diep in het leven ingrijpend, zet die „koude Gods" ongemerkt heel het karakter, heel de wijze onzes levens om. 's Zomers zijn we als vogelen die uitvliegen. In huis bijna niemand, alles naar buiten, om te genieten van lucht en zon. Maar in den winter trekt alles in huis saam, om de onherbergzaamheid daar buiten te ontvlieden. Dat verrijkt dan het huislijk leven. Men vindt aan den huishaard die gelukkige stille wereld terug, die men in het gewoel des levens zoo veelszins verloren had. De stemming die naar binnen, in stee van naar buiten doel keeren, werkt dan ook door op ons persoonlijk leven. De ernst des levens dringt zich meer aan de ziel op. Er is meer tijd voor ernstige lectuur. Rustiger, en daardoor minder oppervlakkig, worden de gesprekken. Zelfs het kerkelijk leven neemt in den winter rijker verhoudingen aan. Er wordt voor zooveel het werk aan huis te doen is, meer afgedaan. En stellig mag gezegd, dat een leven met altoos zomer, ons geestelijk armer zou doen zijn, terwijl nu telkens de winter ons leven komt verdiepen. Ook hierin nu is de winter een dienstknecht Gods, uitgaande, om zijn werk in ons te voleinden, en welgelukzalig is het hart, het huis, het volk, waar elke komende winter dat doel bereiken mag.

Van buiten naar binnen. En dan naarmate het kouder om ons heen wordt, ons ziel

te beter

de

aan den ernst des levens verwarmd.

Toch

zal die winste van het winterleven u niet wreed en voor het van den winter ongevoelig maken. Als de schaats onder den voet is gebonden, en dartellijk jong en

lijden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken