Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 275

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 275

3 minuten leestijd

263 en die sneeuwvlok zelve toch in wezen één zijn, en ongemerkt de ééne in de andere overgaan. En op soortgelijke wijze handelt God nu ook met uw eigen leven, met uw leven als mensch. Stel het op tachtig jaren. Dat is de volle maat, zoo we zeer sterk zijn. En dan gaat het, bijna met gelijke maat van telkens twintig jaren, vier malen om. Eerst een lente, tot ge volwassen zijt. Dan de zomer van uw leven in uw volle mannelijke kracht. Daarna de herfst tot uw zestig jaren voleind zijn. En eindelijk, met het sneeuwwit over den schedel, de winter uws levens, tot God u afroept, en ge wordt uitgedragen naar het graf. En ook hier zijn evenals bij de seizoenen de overgangen nauwelijks merkbaar geeft elk dier leeftijden aan uw menschelijk leven een gansch ander aanzijn en aanzien en bezit toch dat leven in elk dier vier eigen perioden een eigen uitnemendheid, waarin uw God en uw Schepper zijn scheppingsmajesteit verheerlijkt. ;

;

Nu het

is

te zijn

meê

ongetwijfeld van deze vier menschelijke leeftijden de ouderdom begeerd. In de weelde van zijn lente te bloeien en jong als man of vrouw, gerijpt en gansch volwassen, in het leven

minst ;

zoo ook die herfstjaren te doorleven, waarin de van de takken dit alles bezielt en bekoort. Maar als de ouderdom en de grijsheid daar is, is er begin van versterving, van verkoeling, van inkrimping des levens, en bovenal, zoo de nooddruft des levens niet te mild vloeit, zijn er weinige dagen zoo geducht en zoo gevreesd als de oude dag. En daar is reden voor. „De ouderdom komt met gebreken", zegt een uit het leven gegrepen spreekwoord, en het valt niet tegen te spreken, dat zijn levenskracht te voelen wegvloeien, en het hcht in het oog te voelen verduisteren, en de fijnheid van gehoor te zien afnemen, en in de vrijheid van beweging belemmerd te worden, ons hart niet toespreekt, maar ingaat tegen de zucht van onze natuur. Vooral op het laatst wordt dit bang en benauwend, als het nadert aan wat de Prediker reeds voor duizenden jaren bezong, als „de wachters des huizes (dat zijn de beenen en armen) zullen beven"; als zijn gang onvast wordt en de maalsters in ons gebit zullen stilstaan als „de twee deuren naar de straat" (dat zijn onze ooren) zullen gesloten worden als de slaap weg is en de grijsaard wakker wordt, eer het dag is, „met de stem van het vogeltje"; als de zangeresse, d. i. uw stem, zal neergebogen worden als de amandelboom wit op zijn schedel zal bloeien en als hij bang is op den weg, en hij ten slotte ineengekrompen en kromgebogen „als een sprinkhaan op den weg doolt, en alle lust hem zal vergaan." tellen

te

vrucht

vanzelf

;

en

loslaat

;

;

;

;

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 275

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken