Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 197

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 197

2 minuten leestijd

185

uw

uw

spraakorgaan moet knecht zijn en dienen. die orde om. Dan ontmoet ge menschen, die men wel eens moidins a paroles, d. i. woordmolens noemt. 3ij wie de tong vanzelf spreekt, en altoos maar doorspreekt, en ratelt; dat ze is als een molen die door den vang liep, of als een klok die aldoor tikt. Een eindelooze vloed van klanken en een druppeling van woorden, die u zeeziek maakt en u vermoeit. Dan beheerscht niet de ruiter het paard, maar het paard, hier de ratelende tong, loopt met zijn ruiter weg, en wat ge hoort is niet meer de uiting van een warm hart of een helder hoofd, maar een lekkende goot, die niet te stoppen is. Nu schijnt dit, als het niet te ver gaat, soms een groot gemak. Men staat dan nooit verlegen, men kan alles zeggen, en heeft wat de wereld noemt een maklijk flux de bouche, d. i. een zeldzame uitstrooming van den woordenvloed. Ook is het ongemak in den huislijken kring, dat zulk een aldoor spreken de ruste stoort en ten slotte, o, zoo moede maakt, nog het heerschen, en

Doch

feitelijk

woord,

keert

men nu vaak

ergste niet. is het, dat dit te haastig spreken er ongemerkt toe zelfbeheersching en ingetogenheid in zijn woorden te

Neen, veel erger leidt,

om

verliezen,

voor den

alle

tot men voor mond komt.

niets

meer

staat,

en

letterlijk

alles zegt,

wat

En dit nu juist is in den huislijken kring, is in den gemeenzamen omgang de oorzaak van zooveel bitterheid en verstoring der geesten, van zooveel twist en verwijdering. Dan lokt het ééne woord het andere uit, de ééne tong maakt de andere los, de welbespraaktheid uit den Booze wordt vaardig over man en vrouw en kind en dienstbode. De één poogt den ander in radheid van woord te overtreffen. Het geduld ontbreekt om elkaar te laten uitspreken. De één valt den ander gedurig in de rede. Het wordt een verheffen van de stem tegen elkander in. De misbruikte taal jaagt het bloed uit het hart naar het hoofd. En het einde is, dat de Goddelijke gave, die ons voor uiting van lof en Hefde geschonken werd, dienst doet om keer op keer den huislijken vrede, aan den disch, bij het gezellig verkeer en bij de gemeenzame ontmoeting te verstoren. Kondt ge dan op zulk een oogenbhk die mannen, die vrouwen, die kinderen, die dienstboden de tong vastleggen en ze voor een uur stom maken, ge zoudt hun een weldaad bereiden.

Maar zoo mag het niet. Onze taal, de heerlijke gave van van ook

het spreken, hebben we nu eenmaal onzen God ontvangen, en aan ons de verantwoording, hoe we die gave onzes Gods besteden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 197

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken