Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 164

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 164

2 minuten leestijd

:;

152 lijke

ordinantie,

wat mensch

niet

alleen

over

wie zondaar werd, maar over

al

heet.

Te arbeiden, bezig te zijn, te werken is onze hooge menschelijke roeping. Want het is wel waar, dat God de Heere, na den val, gezegd heeft: „In het zweet uws aanschijns zult ge brood eten"; maar in dat zeggen valt de nadruk en klemtoon op „het zweet des aanschijns" en op het „brood eten". Met verwonderlijke juistheid van uitdrukking komt zelfs het woord arbeiden of iverhen, in heel dit bestraffende vonnis niet voor. :

Zoo

moeten arbeiden, dat het onze kracht overspant en ons het zweet uit de leden perst, en dat te moeten doen om den mond open te houden, dat is ons om der zonde wille overkomen. Maar te werken is op zichzelf zóó weinig een uitvloeisel van de zonde, dat de Christus er veeleer in roemt: Mijn Vader iverkt altijd en ik werk ook. Te kunnen, te mogen, en dies te moeten werken, is alzoo het privilegie dat den mensch toekomt, omdat hij naar den Beelde Gods geschapen is. Immers wat Jezus daar uitriep, riep hij veel minder uit naar zijn Goddelijke dan naar zijn menschelijke natuur. Hij werkte omdat hij gelijk de Vader werkte, als onze Middelaar, d. i. als de te

mensch Jezus Christus. Men spreekt soms van een recht dat den mensch op werken toekomt en zeker in den zin hier aangegeven, bestaat dat recht. Omdat de Heere uw God een God is die altijd werkt, en gij naar zijn Beeld geschapen zijt, komt het recht, het hooge voorrecht van te mogen werken, ook u als mensch toe. Dat zegt elke Sabbat u opnieuw in Gods naam. In zes dagen heeft de Heere den hemel en de aarde gemaakt, met al wat er in is, en omdat de Heere uw God alzoo werkte, daarom zult ook gij zes dagen arbeiden en al uw werk doen, en eerst in verband hiermee heeft de Sabbat als rustdag beteekenis, opdat er geen andere ruste in uw leven zij, dan in het leven van uw God. Zij, die zich de zaligheid om Gods troon voorstellen, alsof dan alle arbeid gestuit en alle werk weggevallen zou zijn, om in een dolcefar niente, d. i. in een zalig nietsdoen, hemelvreugde te smaken, kennen dan ook noch hun God, noch zijn engelen, noch het leven gelijk het in de hemelen zal zijn. Want uw God werkt altoos.

En de engelen zijn dienende geesten. En met het oog op de zaligheid zegt „Over weinig

zijt

gij

Christus tot zijn verkorenen zal ik u zetten."

getrouw geweest, over veel

Maar ook deze schoone scheppingsordinantie verbrak de zonde. Niet te werken, heeft thans zijn bekoring gekregen, en nog telkens

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 164

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken