Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 128

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 128

2 minuten leestijd

116

Of kent niet een ieder in zijn kring die tweeërlei soort gezinnen waarvan de ééne zich opsluiten in zich zelf, en de andere als gastvrij en gaarne herbergende bekend staan? Eenerzijds een huisvader en huismoeder, die zich nimmer bekreunen om wie onbehuisd en hulpeloos is, en anderzijds mannen en vrouwen, die op het voorthelpen van verlatenen en omdwalenden bedacht zijn. Hier een gezin waar een Christenbroeder, die geen weg weet, nooit tevergeefs zal aankloppen, en daartegenover een gezin, waarin men geen verdere zorge kent dan voor zich en de zijnen. En zoo ook, van den éénen kant gezinnen, waar een gastvrije toon

wel,

u

verwelkomt, en daartegenover gezinnen, die zich opsluiten in zich en niet talen naar wat zich buiten dien engen kring beweegt. Gul en vriendelijk de één, stroef en bijna afstootend de ander. Aan de ééne zijde een zelfgenoegzaamheid, die u koud en onhartelijk aandoet, soms u de reuke der zelfzucht tegenademt, en daartegenover een innemende, een tegemoetkomende, een uitlokkende omgang, die u het hart verwarmt door de warmte van hart, die naar u uitgaat. Tusschen die twee nu ligt al het breed verschil, of de geest der herbergzaamheid vaardig over ons is, of wel dat we met deze heilige ordinantie onzes Gods niet rekenen.

zelf,

Zeker, de rechten van het eigen huislijk leven gaan voor. Er is eerst het huwelijk, het gezin, de man, de vrouw, de kinderen, de dienstbode. Dat is het uitgangspunt. Er moet eerst een gezin zijn, om aan wie buiten staat, in dat gezin een gul en gastvrij onderkomen te kunnen aanbieden. Er is orde ook in de ordinantiën Gods, en naar die orde komt eerst het eigen huisgezin, en daarna in dat gezin pas de vreemdeling.

En bitter is het vaak in de uitkomst geboet, als men altoos vreemden over den vloer had, en altoos met anderen zich afgaf, en ten leste buiten vreemden niet meer kon, en zonder vreemden geen gesprek had, en inmiddels eigen huis en eigen kroost verwaarloosde. Een gezinsleven, dat een rijk saamleven in eigen boezem wist te ontwikkelen, is voor de vorming van hart en karakter onmisbaar. Alleen in zulke gezinnen bloeit het Christelijk geloof en de Christelijke liefde teederlijk. Ja, alleen in zulk een gezin gevoelt ook de vreemdeling zich

waarlijk gelukkig. Alleen maar dit bloeien van het levensgeluk in eigen huis mag niet ontaarden in een ongeschiktheid voor het gemeen verkeer, in een koel en koud worden voor wat buitenshuis omgaat, in een zich terugtrekken uit de samenleving en in een maken van het leven tot kleine eilandjes, zonder een brug die ze verbindt.

Waar

het zoo

wordt

sluipt de geest der enghartigheid in, die al

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 128

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken