Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 197

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 197

3 minuten leestijd

185 zoo Adam vóór zijn val ware gaan treuren. Zijns was enkel vreugde en blijdschap. tn onzen staat en stand daarentegen, nu ons inwendig en uitwendig leven inzonk en gebroken werd, zijn de meeste indrukken die naar ons uitgaan droef en teleurstellend. Lees de dagbladen maar, wier invloed op ons leven thans zoo groot is, en zeg zelf of ze u uit Oost en West, van verre en van nabij, niet bijna dag aan dag allerlei droef bescheid brengen, van onweerswolken die dreigen en van gruwelen en ongelukken die gebeurd zijn, terwijl o, zoo zelden ook maar een enkelen dag niets dan loffelijke en blijde berichten de kolommen vullen. Maar zoo afgestompt is meestal de aandoenlijkheid van ons hart, dat ge keer op keer iemand een half uur lang in zijn courant ziet lezen, om allerlei bericht van moord en zelfmoord, van menschen die verdronken en menschen die verbrandden, van roof en diefstal, van gruwelijke onzedelijkheid en lage intrige voor zijn geest te laten voorbijgaan, en die dan, alsof zijn hart geen enkelen indruk ontving, stil het blad op zij legt, en weer lachend en gekscherend zijn gesprek hervat.

Reeds hierdoor begrijpt ge iets, van dat „zalig zijn ze die treuren", want wie leeft te midden van een wereld als de onze, en inleeft m en meeleeft met den nood en de zedelijke en maatschappelijke ellende, die hem omringt, zou er bij veel en ernstig nadenken bijna onder neergebogen worden. Naarmate ge nu minder liefde hebt, hebt ge ook minder sympathie en dus minder medelijden. Dan trekt ge u al deze ellende niet aan. Ze deert u niet. Ze raakt u niet. En daarom kunt ge aldoor gekscherend lachen. Dat altoos lachen en pretmaken is alzoo proef en blijk van uw gemis aan liefde en van de onaandoenlijkheid van uw hart terwijl omgekeerd, wie veel liefde heeft, en minder met zich zelf dan met anderen bezig is, gedurig, o, zoo ernstig gestemd wordt, en onder den indruk van al de ellende en al de zonde die heerscht, ook al weent het oog niet, toch treurig gestemd wordt in het hart. En nu spraken we nog alleen van de gemeene ellende, en de donkere schaduw die op ons menschelijk leven als zoodanig drukt. Maar voor wie dieper leeft, komt hier nu nog bij, niet alleen zijn ;

persoonlijke verdrietelijkheid en de teleurstelling, die hij bij menschen opdeed, en de ontrouw der vriendschap, maar veel meer nog de bezorgdheid over het lot en de toekomst van volk en vaderland,

en over de demonische geesten die rondwaren, en het allerdiepst de droefheid over het Sion Gods, als Gods naam te schande wordt, of zijn kerk schade lijdt, en zijn wet wordt vertreden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 197

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken