Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 26

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 26

3 minuten leestijd

14

woorden herhaald. En maakt het al den indruk, op hun medebidders, of ze eens toonen willen, hoe lang en terdege zij wel bidden kunnen. Nu behoeft dit zeer zeker niet altoos zondig opzet te zijn. Er zijn menschen, die ook in het gewone gesprek altoos ontzettend breedsprakiri zijn. Er zijn menschen, die vooral in het gebed zoo moeilijk een slot kunnen vinden. En ook zijn er bij wie langdradigheid speciaal in het gebed, door gebrek aan zelfbeheersching, een tweede natuur is geworden. Maar ook al brengen we dit in rekening, toch schuilt er altoos de zonde in, dat ze te veel vragen, wat ^6 we?isc/ze?ï er van zeggen zullen, en te weinig, of God op hun smeeking zal merken. Het „om van de menschen gehoord te worden" maakt dat ze hun loon weg hebben bij God. Een kwaad, dat ook bij Dienaren des Woords soms zoo ingekankerd is, dat het hun soms tot aan hun sterven bijblijft. hetzelfde onder andere zelfs

Wilt ge hier nu tegen waken, dan is er maar één afdoend middel, en dat is dat ge uzelven in het bidden oefent. Bidden, denkt men, kan een kind wel. En dat is ook zoo. Maar een kind bidt dan ook als een kind, omdat het denkt en spreekt als een kind. Maar als ge man zijt geworden, dient ge toch te niet te doen, wat eens kinds was, en ook als man te leeren bidden. En dit nu is een heerlijke, maar ook zeer moeilijke kunst, die niet geleerd wordt door te spoedig hardop te gaan bidden voor anderen, maar die geleerd wordt op de knieën voor God. O, zoo menigeen zou het een onmogelijkheid vinden om, als Jezus, soms uren lang in het gebed te zijn. Men heeft zoo weinig in zijn gebed te zeggen, eenvoudig omdat men den lieven langen dag zoo weinig aan God gedacht heeft. Omdat men ook onder zijn bidden zoo weinig verkeer en gemeenschap met den Eeuwige heeft. En ook omdat men eigenlijk zijn diepen nood zoo weinig gevoelt en de liefde der gemeenschap voor anderen zoo weinig laat werken. Velen maken zelfs geen overgang. Zoo vallen ze neer. Zoo bidden ze. Zoo zijn ze klaar. En onmiddellijk daarop gaat het leven weer zijn gewonen gang. En dat kan toch niet. Er moet toch een overgang zijn. Men moet toch eerst weer inleven in de heerlijkheid van de aanschouwing van Gods majesteit, om onder het indrinken van die heerlijkheid den

bloemknop van

zijn ziel te laten ontluiken. nu, eerst wie zóó voor zich zelf in de eenzaamheid /eercZe bidden, en die oefening aanhoudend zóó doorzette, dat hij er allengs inkwam, zal dan later ook in staat zijn, overluid zóó te bidden, dat het wezen-

En

lijk

bidden

bij

hem

blijft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 26

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken