Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 244

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 244

3 minuten leestijd

232 verduisteren, vrijheid van

en de fijnheid van gehoor te zien afnemen, en in de beweging belemmerd te worden, ons hart niet toespreekt,

maar

ingaat tegen de zucht van onze natuur. Vooral op het laatst wordt dit bang en benauwend, als het nadert aan wat de Prediker reeds voor duizenden jaren bezong, als „de wachters des huizes (dat zijn de beenen en armen) zullen beven"; als zijn gang onvast wordt en de maalsters in ons gebit zullen stilstaan als „de twee deuren naar de straat" (dat zijn onze ooren) zullen gesloten worden als de slaap weg is en de grijsaard wakker wordt, eer het dag is, „met de stem van het vogeltje"; als de zangeresse, d. i. uw stem, zal neergebogen worden; als de amandelboom wit op zijn schedel zal bloeien en als hij bang is op den weg, en hij ten slotte ineengekrompen en kromgebogen „als een sprinkhaan op den weg doolt, en alle lust hem zal vergaan." Hierin is een lijden, een zieltogen van de lampe des levens tot ze wordt uitgebluscht. Een langzaam sterven, nog eer de ure van het ;

;

;

sterven

slaat.

Een afleggen van de laatste schrede op den pelgrimsweg. Want de mensch gaat naar zijn eeuwig huis, en zijn stof zal tot de aarde wederkeeren, als zijn geest keert weder tot God die hem gegeven heeft.

Aldus is de weg naar ons Nebo, naar dien hoogen bergtop, van welks spitse onze God ons het Kanaan zal doen aanschouwen. Ge kunt u toch, ook al hebt ge zelf geen Nebo of Hermon be-. klommen, nochtans den gang van zulk een bestijging wel voorstellen, Eerst uren wandelen tusschen bloemgewas en boomgaarden door. om den voet van den berg te bereiken. Dat is de lente uwer jeugd Dan een glooiend stijgen door eikenbosch en dennenwoud, beeld van manlijke zomerkvsiohi. Daarna het woud achter u, en nu de hooge weide, waar geen boom meer tieren kan. En uit die Aer/s^natuur, beklimt ge dan ten slotte het sneeuwveld, dat nooit wegsmelt, en snerpt de koude van de ijsvlakte u de huid stuk. Dat is bij het bergbeklimmen uw lüinter, het beeld van den ouden dag. En dan gaat het naar den hoogen top omhoog, tot eindelijk niets meer uw gezichtslijn breekt, en ge op dien top in aanbidding neerknielt, om uw God,, die alleen groot is, in de majesteit zijner schepping te verheerlijken. Beneden, in de vlakte der aarde, de koesterende gloed en de weelde van het bloemgewas, maar daarboven ijs en sneeuw, en een koudedie u doet ineenkrimpen. Maar toch juist op dien bevroren bergtop, te midden van die kaalheid en naaktheid der rotsklippen, het dichtst bij den hemel, het ruimst uw blik in de heerlijkheid en de grootheid en de majesteit van uw God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 244

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken