Bekijk het origineel

Johannes Maccovius - pagina 371

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Johannes Maccovius - pagina 371

2 minuten leestijd

359

Het derde argument van Amesius is dat de eigenaardige gaven die den wil worden ingestort, met het intellect niets hebben te maken; b. v. de liefde, en dies kan deze gave niet in den wil worden aangebracht door tusschenkomst van het intellect *). Maccovius antwoordt dat de intellectus practicns wel ter dege oorzaak der liefde scimus,

is,

volgens de axiomata: ^,quantum

tantum diligimus" en „quantum quisque

intelligit,

tantum amat." (p. 409). Het vierde en laatste argument van Amesius, (dat

weg

zijnde infra dignitatem, liever

halve niet weglaten mag), veel

meer hun plaats

is,

ik, als

echter volledigheids-

liet,

dat de supernaturalia dan wel

in de vingers

dan in den wil moesten

hebben, want dat de vingers meer dan de wil aan het intellect (des

neen) onderworpen

Maccovius verwaardigt antwoord te geven.

zich

zijn

^).

nog op

argument een

dit

Alleen een levend lichaam gehoorzaamt den wil, doch het

De

heeft dat leven niet aan den wil te danken.

zaamt aan den

wil gehoor-

intellectus, als appetitus rationalis. Hieruit

wedergeboren wordt door bemiddeling van de anima rationalis, zoo ook de wil wedergeboren wordt, door bemiddeling van den intellectus practicus. „Quemadmodum corpus mediante anima rationali (neque enim in inanime regeneratie cadit) regeneratur; ita et voluntas mediante intcllectu practico ut enim hoc mediante, appetitus rationalis dicitur, ita etiam mediante hoc volgt

dat,

gelijk

het lichaam

:

regeneratur."

En voorts

410).

(p.

het niet zoo dwaas, als Amesius het vindt

is

„Ex comparatione donornm qaae infanduntur

')

in

natura. Charitas enim (quae virtus est voluntatis) nnllo

voluntatem,

modo

cnm

intellectns

est in intellectn,

neqne

formaliter neque eminenter, ac proinde non potest beneficio intellectus in voluntatem

proprie infundi." ^)

„Quia

si

(p.

omnia

33). ista

concedantur, de posse

;

non magis tarnen necessarium esset dona super-

(ex hypothesi illa de necessaria subiectione voluntatis ad intellectum) ut

naturalia in voluntatem

aeque necessario paret virtus

est

infusiva

quam

in digitos infundantur

:

quia (hypothesi

intellectui, ac digiti voluntati, et

donorum

in

intellectn,

magis etiam

respectu voluntatis

respectu inferioris alicuius facultatis, ipsius imperio subiectae."

;

illa :

quam (p.

data) voluntas

neque in

33, 34).

ulla

maior

voluntate,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 431 Pagina's

Johannes Maccovius - pagina 371

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 431 Pagina's

PDF Bekijken