Bekijk het origineel

Johannes Maccovius - pagina 299

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Johannes Maccovius - pagina 299

2 minuten leestijd

287

geen Wet was, dan zou er ook geen zonde zijn, zoo ook zegt Maccovius zou er geen zonde zijn zoo God er niet was. „Deus est causa cur peccatum existat, sed non cur sit." ^) Nu rijst de vraag als hoedanig God, die toch alleen het goede wil, het malum in Zijn Raad opgenomen heeft en in Zijn Providentia bestiert. Ook deze vraag heeft Maccovius onder de oogen gezien, en niet onbeantwoord gelaten. Hij wijst er op dat we tusschen tweeërlei malum hebben als er

een malum naturale en een malum morale, of om het in de Grieksche terminologie uit te drukken een malum physicum en een malum ethicum. Hierbij wijst Maccovius dan op Amos 3:6: „Zal er een onderscheiden. Er

te

kwaad

in de stad zijn, dat de Heere niet doet f'

eenerzijds

is

Dat nu

is

wel een physisch kwaad, maar anderzijds een welisw^aar een straf, maar is

bonum, w^ant het

ethisch

het

is

een goede straf voor de zonde. „Vult taaien media

qaaedam permittere tantum quae natura sua mala sunt; quaedam vero efficere quae bona sunt." Het inwendig goede van elk malum is, dat ook dat strekken moet om Gods glorie te verhoogen, casu quo in de openbaring Zijner macht (Rom. 9:17) of Zijner rechtvaardigheid (Spr. 16:4). En waar dus gezegd wordt dat de damnatio niet een summum bonum, maar een extremum malum is, werkt Maccovius dit door de gegeven distinctie aldus uit: „Damnatio malum quid est naturaliter sed non moraliter, quia si iusta est qualis est reproborum poena, est Dei tanquam iusti iudicis opus et effectum; hinc Amos 3. dicit Propheta: nullum esse malum in civitate quod non fecerit Dominus. Eal-

sum ergo damnationem esse omnino malum. Secundo respondeo damnationem esse malum si in se spectetur et absolute, et non in relatione et respectu ad gloriam Dei per damnationem tanquam poenam ostenden-

dam

et

Ook

manifestandam."

in zijne Loei

Communes komt Maccovius

deze distinctie terug,

')

Dist. Theol., p.

)

Coll. Theol.

^)

omdat

hierin

z. i.

telkens op

groote bewijskracht

30.

Quaest. de Praedest.

Anna 1618

et

1619. Disp. XVII,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 431 Pagina's

Johannes Maccovius - pagina 299

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 431 Pagina's

PDF Bekijken