Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 25

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 25

2 minuten leestijd

13 den indruk maken, dat de geest wel gewillig is, maar het vleesch zwak. Dit nu doet een valsch religieus besef ontstaan, alsof het alleen om de acte van het gebeden hebben, en niet om de zielsuiting voor kennelijk

God te doen was. En zoo zijn het weer Een

woorden. Een verhaal of herhaling van woorden.

w;oorJenrijkheid die ijdel

is.

Doch zoo goed als het is, dat ons oog helder open sta voor deze schaduwzijde van de Roomsche gebedspraktijk, zoo eigengerechtig zou het wezen, als we ons inbeeldden, dat Jezus' waarschuwing tegen het ijdel verhaal van woorden daarom voor ons Gereformeerde Christenen niets te zeggen had. Het tegendeel is waar. Ook onze gebedspraktijk lijdt aan schromelijke onrechtzinnigheid en is op velerlei manier met zonde bevlekt. Wij, Gereformeerden, hebben hoog gemikt. Zeer hoog zelfs. En dat in tweeërlei opzicht. Vooreerst doordien we bijna altoos vrije gebeden gebruiken, en weinig formuliergebeden. En ten andere doordien bij ons niet alleen aan elk Dienaar des Woords, maar ook aan elk Ouderling, aan elk Diaken, en aan elk huisvader de eisch wordt gesteld, dat hij, wat men noemt, hardop voorbidde. Dit nu is daarom zoo hoog gemikt, omdat elk overluid voorbidden een hooge kunst is, en een kunst die een zeer groote verzoeking met zich brengt. Overluid voorbidden heeft iets tegenstrijdigs. Bidden toch is zich verdiepen in de gemeenschap met het Eeuwige Wezen en overluid bidden is gemeenschap oefenen met menschen om ons heen. En dit nu leidt er toe, dat de één wel diep en innig bidt, maar vergeet wie om hem heen zijn, en deze meer toehoorders laat zijn bij zijn gebed, dan dat hij bidden zou met en voor hen. Terwijl omgekeerd de ander zooveel denkt om de personen voor wie en met wie hij bidt, dat hij vergeet om God te denken, en dus niet bidt met al. In welk laatste geval dan de groote verzoeking ontstaat, dat de voorbiddende persoon het er op gaat toeleggen, om „mooi te bidden", en dus meer vraagt, hoe hij zijn medebidders in zijn gebed behagen zal, dan hoe zijn gebed weiaangenaam zal zijn voor God. De laatste verzoeking is dan ook voor, o, zoo velen een onzalige fontein van allerlei schijnheilig en farizeesch vertoon. Hoe dikwijls toch merkt ge niet, dat zulke menschen als ze voor zichzelven alleen bidden, o, zoo gauw met hun bidden klaar zijn. Dan duurt het maar een ommezientje. Doch als er anderen bij zijn, of als ze voor anderen voorbidden, dan is het soms of er aan hun gebed geen eind komt. Dan moet er alles bijgehaald. Nog eens en nog eens ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 25

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken