Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 209

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 209

3 minuten leestijd

197

harde woorden van zijn vader en moeder Ie moeten haten, en dan Paulus met zijn leertwisten en haarklooverijen, en Jacobus met zijn aanval op de rijken, en ten slotte die geweldige profetieën, dat het alles onderstboven zal gaan, in de Openbaring neen, dat is zijn geest niet. Voor hem moest heel die Bijbel, van zijn eerste tot zijn laatste bladzijde, niets dan liefde, niets dan zachte, minzame teederheid ademen. Nu zijn hier natuurlijk wel uitzonderingen op. Een enkele, wiens scheepke schier immer bij zonneschijn voor wind en tij afdreef, werd toch door den Heiligen Geest zoo krachtig aangegrepen, dat hij den storm die op de zee van huiten uitbleef, in de zee van binnen op bange wijze heeft doorgemaakt, en die deswege wel terdege ervaart hoe almeer die Schrift hem toespreekt. Maar dit blijven dan toch ?n'^2ow(ien??^en; en zonder vrees voor tegenspraak mag gezegd, dat Gods heilig Woord in zijn pit en kern, in zijn diepte en hoogte, alle eeuwen door, eigenlijk alleen door hen is gesmaakt, verstaan en genoten, die behooren tot de lieden, van wie in Psalm 107 zoo naar waarheid staat, dat „hun hart door zwarigheid vernederd werd", dat ze „wandelden door de duisternis en door de schaduwe des doods" en gedurig stonden „voor de koperen deuren." In Hebreen 11 gaat de wolke der getuigen voor uw oog voorbij, als een lange reeks van mannen en vrouwen, die „verlaten, verdrukt en kwalijk gehandeld zijn, hebben in woestijnen gedoold en op bergen en in spelonken en in de holen der aarde"; en het meest zij, die evenals deze heiligen den vollen beker van „moeite en van verdriet" hebben uitgedronken, vinden in de Schrift hun eigen zielsgedachte ;

uitgesproken.

Voor hen eerst is in volle mate die heilige Schrift geestelijk sympathiek. Met name geldt dit van de Psalmen Davids, waarin telkens en telkens al die baren en golven des Almachtigen over het hoofd van den knecht Gods henengaan, en toch telkens weer de dienstknecht des Heeren het hoofd uit die golven opheft, en vraagt: „Waarom buigt gij u neder, mijn ziele?" tot de stil gemaakte en weer opgeheven ziel zich dan tot den God harer sterkte keert, en uitroept: „Gij, Heere, ziet het immers, want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in uwe hand geve^

De „moeite en het verdriet" zijn zoo breed vertakt op deze aarde. Ge merkt dat wel niet aan den vroolijk-luchtigen toon op onze en in onze gezelschappen, en aan den feestdisch, om de licht verklaarbare reden, dat de neergebogenen van hart zich meer schuil houden, en in de eenzaamheid treuren. Ook houdt men zich zoo dikwijls goed, al stormt het van binnen. Ook zijn het niet de minst

straten,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 209

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

PDF Bekijken