Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

"Ons program" - pagina 392

2 minuten leestijd

DE SOCIALE QUAESTIE.

376 ZOU

aan

zijn

arbeid"

de

als

merken op het denkbeeld van een „Wetboek van den

te

waarheen vervollediging en inverbandzetting van

eindpaal,

deze afzonderlijke wetten eenmaal voeren zou.

Koophandel en arbeid.

§ 294.

De zaak toch waarop het aankomt, hetgeen

Een

de wereld voorhanden

in

om

eerste,

deze: Voor de assimileering van

wordt tweeërlei bemoeiing

is,

vereischt.

de voorhanden stof in bruikbaren toestand te brengen;

een andere, om

en

is

het aldus bereide onder het bereik te brengen van

den gebruiker. Tot deze tweede nexen,

de koophandel, met

bemoeiing hoort:

daar

als

scheepvaart,

zijn

magazijnv»'ezen,

beurs,

al

zijn an-

winkelarij,

marskramerij, enz.

Tot de eerste daarentegen rekent men: wezen,

men nu

Ondei'scheidt

generale

en

dan

wijze,

is

twee soorten van menschelijke bezigheid op

deze

hgt in het denkbeeld van handel,

uitsluitend

wie ze hebben moet andere

de

arbeid

d.

in

i.

het

d.

te veel heeft,

En

te leveren.

groep bezigheden

ligt,

veeteelt, mijn-

het duidelijk, dat het karakter van de ééne geheel

waren voor minder geld van wie ze aan

den landbouw,

ambachten, de fabrieken en loondienst.

visscherij,

in het

ze voor

nemen van meer geld

dat daarentegen het karakter van

even absoluut en

van

verhoogen

i.

om

de

stelliglijk in

het begrip van

waarde van menschelijke

krachtsinspanning. Dit

om er

maakt

op

voorkomen en dus

dat zijn

middelpunt

uitgestrekt in

derhalve, dat er in de maatschappij een

dubbel

levensterrein

regel en orde vraagt voor de veelszins ingewikkelde verhoudingen, die

de

om

handen

dit

licht in het

in

den

ongereede kunnen raken. Het ééne,

koophandel,

en het andere, dat ligt

den arbeid; waarbij nog gevoegd kan, dat de handel meest is

van de gegoeden,

aan de hand van wie En,

vindt

nu zoo

leeft

zonder

terwijl de arbeid schier geheel

bezit.

zijnde, doet zich

dan toch niet; zoo vragen we; vanzelf

geheel ongedwongen, de vraag voor: „Eilieve! indien ge dan op

voor recht en orde wist te

hangt

uw

terrein

waken door invoering van uw,, Wetboek van

koophandel" waarom óns dan van ons „Wetboek van den arbeid?"

recht ontbloot gelaten en ons misgund

Immers, de gevallen staan volkomen

gelijk.

En op het terrein van den handel èn op dat van den arbeid komen menschen met menschen in aanraking; verbinden ze zich over en weer op

veelsoortige

wijze;

en

doen

ze

hierdoor een reeks van verhoudingen,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's

PDF Bekijken