Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 128

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 128

2 minuten leestijd

DE KEXXISSE DEH

124

menschen

komen

toch,

deze

soorten van kennis, ons eerst van

Jteide

we ons

naar gelang

en

lieverlee

E\GEI,EN*.

kindeke in de Avieg vat van schoon of

Het ontwaart wel

niets.

van

leelijk,

of onlief, nog

lief

warm

tusschen

verschil

Een

menscli ontwikkelen, toe.

als

en koud, en ook

tusschen water en de moedermelk, maar de diepere beseffen sluimeren nog. Onder het opgroeien daarentegen begint ook de zedelijke kennis

schoonheidskennis

en

hinnen

het

uit,

kennen

leert

ontwikkelen, maar te ontwikkelen roM

te

menschen, met de kennis

ons,

bij

zich

En

het ook onder invloeden van buiten.

zij

begint

die

;

met

zelfs

even zoo staat

om

die ons de wereld

ons heen

neemt gestadig

en

niets,

toe,

maar hoort, wijl ze ons van buiten aankomt, niet tot ons wezen.

men hiermede den

Vergelijkt

dan

leidt

dat

de

maar

kennis

soort

eerste

de engelen,

bij

de engelen van meet af volkomen

bij

tweede soort kennis ook

de

dat

vatbaar

der kennisse

stand

hetgeen ons over de engelen bericht wordt, tot de slotsom,

De goede engelen

is.

terstond Gods

is,

de engelen voor toeneming

bij

na den afval van Satan,

volbrengen,

op volkomene wijze. Dus moeten ze dien wil vol-

wil

komen kennen. Hoe toch zouden ze een hun onbekenden wil kunnen uitvoeren V Diensvolgens moet hun kennisse van goed en kwaad, van en

heilig

onder er

van

engel

noch

kent

en

opgroeien

man

wordt jongeling en jeugd,

mag

onrechtvaardig terstond in

en

niet gezegd, dat ze eerst van lieverlee,

tot die kennis

opgroeien,

een

rechtvaardig

geweest, en

zijn

zeker

bij

van

onheilig,

hen gereed

gekomen

geen sprake

noch

Uit

Avasdom.

engel

opkomt, omdat ze hem ingeschapen

volkomen

Over

zou.

maakt

leeren

roeping

de

bezetenen

is,

maar verstaan

aangaat,

van meet

af,

woestijn

moet

door en door.

En ook

is

terstond

als

terstond

keu

u

wie

Avie gij

we ons

hij

Jezus

Jezus, wat diens wezen

de

demonen

moeten niet eerst door prediking vernemen,

»lk

:

ook volstrekt

Ook in de kennen, maar hij kent

van een pasbeginner. Hij

en

openlijk

het

is

eerst allengs zich

is,

in het Paradijs dan

zoo mogen uitdrukken, volleerd.

nog pas

hoofde

dien

die kennis beschikt hij alzoo terstond en op

wijze. Zelfs Satan

niet den indruk

niet

groeit en

ondenkbaar, dat deze eerste soort kennis, die uit den

en

zelf

Een kind

en grijsaard, maar een engel leeft in eeuwige

groei

onmogelijk ontAvikkelen

eenvoudig wijl

zijn,

is.

Avie

in

Jezus

ze voor zich hebben, en zeggen het zijt

en ik weet dat

gij

komt om ons

te pijnigen."

Maar behalve deze volkomen

is,

gaandcAveg wordt.

medegedeeld,

Avordt

bij

de engelen terstond

of

uit

en

door

die

hun

eerst

de feiten kennelijk

Als er Aveer een schaapken naar de schaapskooi van ('hristus

komt, beginnen overmits

eerste soort kennis, die

hebben ze nu ook een andere soort kennis,

ze

van

ze

te

deze

juichen.

Niet van

toebrengiug

nu

te voren,

maar

eerst dan,

eerst kennis ontA^angen.

De

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 128

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

PDF Bekijken