Bekijk het origineel

Het Calvinisme - pagina 117

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Calvinisme - pagina 117

2 minuten leestijd

HET CALVINISME EN DE WETENSCHAP Nederland

113

de Vrije Universiteit, die ik zelf dien, herleeft. Het besef leefde destijds algemeen, dat de wetenschap een respublica litterarum was, een „republiek van geleerden" in het leven roept, in

en dat deze op eigen geestelijk kapitaal moet teren of aan gemis aan talent en studiekracht moet sterven. De inbreuk op de vrijheid der wetenschap kwam destijds uit heel anderen hoek. Eeuwenlang

had men slechts twee machten in het leven gekend, de Kerk en den Staat. Gelijk wij zelf uit lichaam en ziel bestaan, verstond men ook het leven dichotomisch. De Kerk was de ziel, de Staat het lichaam, en een derde macht kende men niet. Nu vond alle kerkelijke leven zijn centralisatie in den Paus, het politieke leven der Christen-natiën zijn vereenigingspunt in den Keizer, en het was de poging om ook deze tweeheid in hoogere eenheid op te lossen, die in de worsteling der Hohenstaufen en Welfen zoo harden strijd deed ontbranden om de suprematie van keizerskroon of pauselijke tiaar. Sinds echter was, dank zij de Renaissance, de wetenschap als derde macht hier tusschen komen schuiven. Die wetenschap vond in het opkomend Universiteitsleven sinds de dertiende eeuw een eigen belichaming, en maakte aanspraak op een bestaan, dat van Paus en Keizer onafhankelijk zou zijn. Bleef alleen maar de vraag of ook deze macht een eigen hiërarchisch centrum zou zoeken, om aldus naast Paus en Keizer een Grootmogende onder de geleerden te doen optreden. Hier nu was in het afgetrokkene

drieërlei

mogelijkheid:

Ie.

dat zich zulk een zelfstandige

wetenschap vormde 2e. dat de wetenschap zonder centraalhoofd bleef, of 3e. dat Paus of Keizer zich als hoofd der wetenschap opwierp. Het eerste nu bleek onmogelijk. Veeleer eischte het republikeinsche karakter der Universiteiten, dat alle monarchaal begrip hier verre bleef. Maar even natuurlijk was het dat Paus en Keizer, die saam het geheele gebied van het leven onder zich verdeeld hadden, dit opkomen van een derde, geheel onafhankelijke macht met leede oogen aanzagen, en beiderzijds zich opmaakten om de Universiteiten aan zich te onderwerpen. Hadden toen alle bestaande Universiteiten zich schrap gezet, zoo zou die toeleg nooit gelukt zijn. Maar gelijk het gaat onder vrije corporatiën, concurrentie verlokte om naar steun van buiten om te zien, en hoe kon dan de steun van het hoofd der Christenheid onverschillig wezen? Vandaar dat men toen vrij algemeen naar de gunst van den Paus dong en op het verkrijgen van privilegiën hiërarchie

Calvinisme

der

;

8

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

Het Calvinisme - pagina 117

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

PDF Bekijken