Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 145

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 145

2 minuten leestijd

CHERUBIJNEN EN SERAFS.

waarom God de Heere

wezig,

Dat

beeldt.

141

ze ons zóó en niet anders verzinne-

ons aldus en niet onder een andere gestalte worden

ze

is omdat in deze voorstelling, in zulh een afbeelding en onder dusdanige symbolische figuur, het best de innerlijke trekken van

voorgesteld,

hun

Worden

men. dan

hebben

het

beeld

van hun werking en van hun roeping uitko-

wezen,

geestelijk

met duizend oogen, maar dan wordt onder

ze ons b. v. geteekend als figuren

wel

ze

duizend oogen

die

niet,

van die duizend oogen toch aangeduid, dat ze het vermo-

om naar alle zijden in Gods schepping in te gluren, hun kennis en waarneming veel grooter dan de onze is, en dat hun" waakzaamheid in den dienst onzes Gods de onze zeer verre overtreft. En zoo ook duiden hun vleugelen aan, niet dat ze werkelijk vleugelen hebben, maar wel dat ze van ons verschillen, gelijk de vogel verschilt van het land- en waterdier. Het land- en waterdier is gebonden aan een vaste plek, belemmerd in zijn beweging en buigen

bezitten,

dat

om

staat

de

vogel,

dank

en

water

verheft.

Cherubijnen

terwijl omgekeerd hooge vrijheid boven land

zich buiten zijn element te begeven

ten

zijn vleugelen, zich in

zij

Dit

nu op de vergelijking tusschen ons en deze duidt

toegepast,

;

alzoo

aan, dat ze onze beperktheid en

gebondenheid niet kennen, maar, door niets belemmerd, zich bewegen werwaarts ze willen en werwaarts hun dienst ze roept. Dat ze beurof

telings,

met den kop

gelijktijdig,

een stier en een leeuw geteekend

van een mensch, een adelaar, beduidt volstrekt niet, dat ze in

zijn,

den hemel zulke dierenkoppen of ook een menschenhoofd dragen, maar wel,

dat

hen

in

zoodanige

macht vereenigd

door die vier koppen wordt aangeduid.

is,

als

voor ons besef

De indruk van

majesteit dien

de leeuwenkop, van kracht dien de stierenkop, van al doordringenden arendsoog, en van beiomtzijn, dien de menschenkop op

het

hlik

dien

ons

maakt,

lijk

kennen den indruk, dien de Cherub, als geestewezen, eens op ons maken zal. Al deze beelden of figuren zijn

dus

niet

fijnen,

geeft te

de

photographie van de gestalte der Cherubijnen of Sera-

maar de Goddelijke kunstvoorstelling,

die het geestelijke van

het wezen in zichtbare trekken afbeeldt.

Eerst

wie

recht

dit

zeer wel mogelijk lige Schrift ons

rubijnen,

die

is,

gevat heeft, zal dan ook inzien,

waarom

het

dat de onderscheiden voorstellingen, die de Hei-

van deze wezens geeft, zoo vaak verschillen. De Che-

Ezechiël

ons

teekent,

vertoonen in hun raderen, met

heiligen gloed doorvlamd, een geheel andere voorstelling dan de beel-

den

der

stonden.

Cherubijnen Iets

wat

tot

die

in

den Tabernakel en in Salomo's Tempel

onoplosbare

moeilijkheden zou leiden, indien

in beide voorstellingen het wezen, de heusche gestalte van de bijn

gephotographeerd

dezelfde figuur

was.

Dan

moeten vertoonen.

Cheru-

toch zouden beide photographieën

Maar ook

iets,

waarbij alle moei-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 145

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

PDF Bekijken