Bekijk het origineel

Het Calvinisme - pagina 95

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Calvinisme - pagina 95

2 minuten leestijd

HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE

om

zelf het licht

wil behoeft.

der

op

vangen dat

te

En wat aangaat de

om

Overheid

deze

te

hij

91

voor de kennisse van Gods

Godslastering, zoo berust het recht

keer te gaan in het Godsbesef dat een

ieder van nature ingeschapen

is,

en vloeit de plicht er toe voort

uit

het feit dat God Opperkoning over elk volk is. Doch juist deswege is het feit van Godslastering alleen dan geconstateerd te achten, als het opzet bleek, om in arren moede deze Oppersouvereiniteit van God over heel het volk te hoonen. Wat dan gestraft wordt is niet de religieuse afwijking, noch de onvrome zin, maar de aanranding van den staatsrechtelijken grondslag, waarop èn Staat èn Overheid rust. Intusschen is het verschil aanmerkelijk, dat hier opkomt tusschen Staten, die absoluut door een monarch, en staten, die, constitutioneel,

onder veler beleid,

of sterker

vergadering geregeerd worden. het

de

één

en

bewustzijn

persoon geroepen, naar

Gods,

te

regeeren.

zijn

nog republikeinsch door een breede Bij den absoluten monarch is één

persoonlijke wil, en persoonlijk

inzicht

Werkt daarentegen

veler

is

in

dus deze eene de ordinantiën

bewustzijn en veler

wilsuiting saam, dan gaat die eenheid teloor, en kan het subjectieve inzicht

van

de velen

doorwerken. Maar of

de ordinantiën Gods slechts zijdelings ge met de wilsuiting van een enkel persoon van velen in een door stemming genomen in

hetzij

met de wilsuiting doen hebt, hoofdzaak

besluit te te

oordeelen en zelfstandig

de Kerk,

onder de tegenover

noch

als

majesteit

God

blijft,

haar naspreekster. des

dat de Overheid zelfstandig

te besluiten heeft.

Heeren.

Op

Niet als appendix van

Het Staatsterrein

zelf

staat

dat Staatsterrein geldt alzoo

een zelfstandige verantwoordelijkheid. Niet het kerkelijk

gewijd en profaan het Staatsterrein dat daar buiten ligt, maar Kerk en Staat beide hebben elk op hun eigen terrein God te gehoorzamen en zijn eere te dienen. En daartoe nu moet op beider gebied Gods Woord heerschen, edoch op Staatsterrein alleen door de consciëntie der met macht bekleede personen. Hoogste eisch is en blijft natuurlijk, dat alle volken Christelijk geregeerd worden, d.w.z. naar die beginselen, die voor het Staatsbeleid uit den Christus voortvloeien, maar gerealiseerd kan dit nooit anders worden dan door de subjectieve overtuiging van de personen die in de macht staan, krachtens hun persoonlijk inzicht in wat het Christelijk erf is

beginsel voor het Staatsbeleid eischt. is de tweede vraag, welke de verhouding en de Kerk moet zijn. Ware het de wille

Van geheel anderen aard tusschen

de

Overheid

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

Het Calvinisme - pagina 95

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

PDF Bekijken