Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 54

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 54

meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren

2 minuten leestijd

eeuwen vóór Bethlehem door den mond van Jesaia, den „De Geest des Heeren Heerex is op zoon van Amos, getuigde mij, omdat de Heere mij gezalfd heeft, om eene blijde boodschap te brengen den zaehtmoedigen. Hij heeft mij gezonden, om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenisse. Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des Heeren, en den dag der wrake onzes Gfods om alle treurigen te troosten." Licht daar nu die machtige woorden uit „Om den r/eranf/enen vrijheid uit te roepen, en den r/ehondene/i opening der gevangenis," en als ge dan op het Evangelieblad leest, dat de gewapende macht den hof binnensloop waar Jezus in tranen geworsteld had, en dat ze, na eerst geaarzeld te hebben, toch eindigde wet de ha/ui aan Jezus te slaan, is het dan niet juist wat we bij het Nachtmaal des Heeren belijden: Hij, onze Jezus, r/ehonden opdat wij die gebonden waren, zouden ontbonden worden door hem ? zelf zeven

:

;

:

Aan

het lijf geraakt te worden, geraakt worden tegen onzen geraakt met geweld, deert en krenkt onze menschelijke eere. Zelfs de jonge vagebond op straat weet daar nog van, als hij tartend en uitdagend een anderen straatbengel, die hem te lijf wil, toesnauwt: „ja, kom eens aan me." En zij het al, dat men onder de ruwere volksklasse niet zoo sterk opziet tegen het handgemeen worden, toch is dat aangeraakt worden ook onder die grovere klanten aanstonds het sein tot verweer. Wie zich aangeraakt voelt, slaat terug, slaat van zich af. En onder fijner gevormden, in wie het besef van menschelijke eere sterker geprikkeld geldt de enkele aanraking met de punt van den handschoen is, aan het gelaat, als doodelijke beleediging. Onze ziel doordringt heel ons lichaam, en wie aan ons lichaam de hand slaat, raakt immers ons ik, onzen persoon aan en uit den diepsten grond van onze nieren komt heel ons manlijk gevoel tegen de krenking die in zulk een ongewilde aanraking ligt, in verzet. Sterker nog golft heel ons wezen tegen die krenking in, zoo overmacht zich aan ons vergrijpt, zoo het niet maar om een aanraking te doen is, maar om beslag op onzen geheelen persoon te leggen, om bezit van ons te nemen, en door vrijheidsberooving de vrijheid van ons menschelijk leven aan te randen. Maar machtig bovenal grijpt dat voelen van eens anders hand ons aan, als wie het doet, dienaar van het gezag, en verzet ongeals het een van God bestelde overheid is, die ons oorloofd is zin,

;

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 54

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

PDF Bekijken