Bekijk het origineel

Het Calvinisme - pagina 50

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Calvinisme - pagina 50

2 minuten leestijd

HET CALVINISME EN DE RELIGIE

46

van menschelijk leven dat

God

is

er,

zal gedankt, dat

of de religie doet er haar eisch gelden,

Gods

ordinantiën zullen

worden geëerd,

heengeweven. Waar de mensch ook sta, wat hij ook doe, waar hij ook de hand aan legge, in bedrijf, in geestesleven, in kunst en wetenschap, hij staat steeds en

dat

door

alle

labora het ora

^)

zal zijn

voor Gods aangezicht, hij is bezig in Gods dienst, hij heeft zijnen God te gehoorzamen en boven alles de eere zijns Gods te En dienvolgens kan dan ook de religie voor den bedoelen. in alles

van menschen Dat kunstwerk. En daarom moet heel dat gegeslacht is Godes. Zijn slacht van de vreeze Gods doortinteld zijn, de ouden met de jongen, de lagen en de hoogen, de ingewijden en die van verre staan. Want niet alleen schiep God allen, en is voor allen alles, maar ook gaat zijn genade, niet enkel partieel tot de verkorenen, maar ook in de „gemeene gratie" naar alle mensch uit. Zeker er is in de Kerk concentratie, maar die Kerk heeft vensters in haar muren, en door die vensters straalt het licht des Eeuwigen over heel zijn wereld uit. Hier is een stad op den berg, die ieder van verre ziet, hier is een zout dat alles doortrekt, en ook wie dat hooger licht niet opvangt, blijft niettemin even beslist en in alles tot het eeren van den Naam des Heeren opgeroepen. Alle partieele religie drijft de wigge van het dualisme in het leven, maar de Calvinist leeft monistisch. Alles moet één zijn, omdat één God het alles draagt, gelijk Hij het alles schiep. Ja, zelfs de zonde, als het keerbeeld der religie, kan van dat monisme niet worden uitgesloten. Calvinist niet tot een enkele groep of enkelen kring

beperkt

zijn.

En hiermee

De

religie

staan

raakt heel het menschelijk geslacht.

we

vanzelf

zake het wezen der Religie d.

i.

soteriologisch

soteriologische

zijn?

Ik

:

voor de vierde hoofdvraag

in

Zal ze normaal, of moet ze abnormaal,

weet wel, dat gemeenlijk tegenover de

opvatting der Religie de nomistische gesteld wordt,

maar deze laatste onderscheiding hoort thuis in een gansch andere orde van denkbeelden. De door mij bedoelde tegenstelling geldt de vraag, of we in zake de Religie de facto te rekenen hebben met den normalen of wel met den door val in zonde abnormalen mensch, in welk laatste geval de religie vanzelf een soteriologisch karakter ')

Dat bidden en werken één

zal zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

Het Calvinisme - pagina 50

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

PDF Bekijken