Bekijk het origineel

Het Calvinisme - pagina 74

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Calvinisme - pagina 74

2 minuten leestijd

70

HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE

liggen in die ééne gedachte.

gevormde

staten

wereldrijk

wezen

De

schaduwzijde, want die kunstmatig

behoorden er niet te zijn, er moest maar één die Overheid regeert mechanisch en hoort eigenlijk bij onze natuur niet en ook dat Overheidsgezag wordt door zondige menschen uitgeoefend en is alzoo behept met allerlei heerschzuchtig bedoelen. Maar ook de lichtzijde, want een zondige menschheid zonder verdeeling in staten, zonder wet en overheid, en zonder regelend gezag levend, zou thans een hel op aarde geven, een herhaling van wat op aarde bestaan heeft toen God het eerst verwilderde geslacht in den zondvloed verdronk. Door zijn diepe opvatting van de zonde heeft alzoo het Calvinisme den wezenlijken wortel van het Staatsieven blootgelegd, en ons tegelijk tweeërlei ingeprent. Ten eerste, dat we het Staatsieven en de Overheid als nu onmisbaar redmiddel dankbaar uit Gods hand ontvangen zullen maar ook ten andere, dat we krachtens onze natuurlijke aandrift steeds tegen het gevaar dat in de staatsmacht voor onze persoonlijke vrijheid schuilt, op onze hoede moeten zijn. Doch het Calvinisme deed meer. Gelijk de diepte der donkerheid niet begrepen wordt dan door de tegenstelling met het licht, zoo kan ook de diepte der zonde niet verstaan worden dan door ook op dit punt alle natie en volk voor het licht van Gods aanschijn te stellen. Ook hier moest niet het volk hoofdzaak zijn, zoodat God er slechts bij kwam, om dat volk te helpen in nood; maar omgekeerd, moest God in zijn majesteit voor aller oog schitteren en alle volk, in de weegschaal opgewogen, als niets bij Hem zijn geacht. Van de einden der aarde daagt God de natiën en volken voor zijn ;

;

;

hooge vierschaar. Alle die natiën heeft God geschapen. Ze bestaan om Hem. Ze zijn zijn eigendom. En daarom hebben alle deze volken, en in hen de geheele menschheid, te bestaan voor zijn eer, en dus naar zijn ordinantiën, want juist in het welgaan als het gaat naar zijn ordinantiën, moet zijn Goddelijke wijsheid uitblinken. Als dus de menschheid door zonde in veelheid van afgescheiden volken uiteenbreekt, en in den boezem dier volken de zonde verdeelt en verscheurt en woelt in allerlei schande en ongerechtigheid, eischt de eere Gods dat deze gruwelen gestuit worden, dat er orde in dezen chaos terugkeere, en dat een macht van buiten dwingend optrede om menschelijke samenleving mogelijk te maken. Daartoe heeft God en God alleen het recht. Geen mensch heeft recht over een anderen mensch, of het moet zijn, en wordt aanstonds, het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

Het Calvinisme - pagina 74

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

PDF Bekijken