Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 27

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

E voto Dordraceno - pagina 27

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. II HOOFDSTUK die

en

doodt

maakt,

ellendig

zoodra

21

I.

van haar spoor afwijkt of er

ge

tegen ingaat.

Immers

in die

Wet

de Heere zelve

is

zich inzetten tegen die Wet,

God tegen

almachtigen

is

Hem

dus tegen

zich krijgen.

Hem, en

wie haar hoort, hoort

;

En

gaan staan,

d.

Hem den

i.

hoe zou nu een bloot schepsel

anders dan ellendig worden en onder den dood raken, als het den Heere

onzen God tegen zich in

krijgt.

Zoo nu staat het op elk gebied.

Een

en dronkaard, een wellusteling en dienaar der zinlijkheid

brasser

aan de Wet, die God voor zijn lichaam gaf; maar gaat

stoort zich niet

tegen

wet in; en het gevolg

die

en

pijn

en

ongesteldheid

is

slapheid

hem

dat God, de Heere,

in allerlei

komt ontmoeten. En zulk een

voelt

zich dan ellendig en jammerlijk en ongelukkig, en de geneesheer, die tot

hem

komt, verkondigt

matig en ingetogen

Maar geheel

hem

in het zeggen

zijn,

de wet van

datzelfde geldt nu, en in

Gij

:

zijn

moet sober

God

leven,

moet

gij

voor het lichaam.

nog sterker mate voor de Wet

des zedelijken en des geestelijken levens, die er de keerzij van vormt.

De wet

tweeërlei.

is

Een wet voor ons uitwendig en een wet voor ons

inwendig leven, en die twee hangen samen.

Had nu inwendig

mensch

de

leven

leven brak,

inwendig

te zegenen.

Maar nu

zijn

zijn

God voor

zijn

uitwendig leven

de wet voor zijn inwendig

hij

vloeide hier ook vanzelf uit voort, dat hij de wet van zijn

tegen

leven

Zonde

saam.

innigst straf

nu

hem

Wet van

dan zou ook de wet voor

ontzien,

voort zijn gegaan

het paradijs de

in

kreeg.

zich

Zonde

en

straf

hangen alzoo op

het breken van de geestelijke wet, en

is

is

't

niets,

de noodzakelijke krenking, die ons in ons uitwendig leven wordt

is

aangedaan door de wet, die God voor ons uitwendig leven

gaf,

zoodra wij

de inwendige wet breken. Dit

kan

het geheel bijzondere van de wet des geestelijken levens,

toch

is

tot 's

menschen wil komt, en niet anders dan door

dat ze

worden.

volbracht

Een

draagt geen zedelijk karakter. wet,

of

niet

bezit,

hij

wil

om.

Daarbij

Een

zelf als

wil

steen valt naar het gebod van de natuur-

of niet, en geheel buiten den wil, dien een steen zelfs

Het water

daalt van de bergen

komt ganschelijk van geen

af,

Dat

omdat het moet, en alles

wil sprake.

het op zedelijk terrein. Zedelijk leven bedoelt juist

schen

menschen

daad, die geheel buiten onzen wil omgaat,

het kan niet terug tegen de bergen opstuwen. vanzelf.

's

:

moet, dat gaat

Maar anders

instrument in de ten uitvoerbrenging van de wet

optreden.

Meer dan instrument

er eenige

daad van barmhartigheid geschiedt, gaat die altoos

is

is

den persoon des mente laten

de mensch ook met zijn wil niet. Als uit

van God,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 January 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 27

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 January 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

PDF Bekijken