Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 361

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

E voto Dordraceno - pagina 361

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XIII. HOOFDSTUK

men

tweeërlei uitdrukking: eenerzijds dat

men

wordt, eu anderzijds, dat

God geboren

uib

of wedergeboren

God wordt aangenomen

kind van

als

355

III.

en

;

eerst deze beide vullen elkaar tot volkomenheid aan.

Aanneming

kind

tot

toestand,

dat

kindschap

deelt.

om

den

Maar missen,

nu reke?it als ons kind, en in al de rechten van het De uitdrukking van „aanneming" moet dus gebezigd wordoen uitkomen, dat

Ammi

te

ons

zóó,

verandert de

is

we

dat

is,

om

komt

alleen op de aanneming.

;

maar

dit

is

macht om van Lo-ammi

Hem

van vreemd eigen worden.

En

in zijn

dit

Baad,

daarom de Catechismus

hier

van de wedergeboorte en

aldus het Eeuwige Zoonschap en ons kindschap tegen-

Er staan nu

over alkander, dan

omgekeerd weer een zeer nauwe band,

er toch ook

is

ineen doet vloeien of gelijkvormig maakt,

niet

scheppen,

de aanneming waarachtig te maken. Volko-

juist

zwijgt

te

aan de wederbaring voorafgaat, en de weder-

men

lijksoortig

om

Hem wel een wilsdaad

maken. Hij schept ons om; Hij baart ons weder;

tot kinderen

baring slechts middel

beide

dus in

wondere wedergeboorte. Altoos zóó echter, dat

de aanneming

die

is

Hij bezit ook en bezigt de

genoeg.

niet

macht

Er

teel.

niet zijn kind was, als zijn kind rekent

wie

Hij

daadwerkelijk Hij

genade worden.

het vreemde kind alsnu in een kind van ons zelf

bezit de Heere, onze God, die

Hem

vrije

een kind aan te nemen, toch de macht

terwijl wij, hoezeer in staat

waardoor

zondaren, beginnen met niet

wij,

en het eerst daarna uit

te zijn,

om

een

het

duidelijk te

Gods kind

nu

onder ons plaats, als we een knaap of meisje

grijpt

niet ons kind was, door een wilsdaad onzerzijds overbrengen in

dat

maar

als onge-

nochtans verbindt.

Deze band nu

onzerzijds in tweeërlei

ligt

Ten

:

eerste daarin, dat onze

schepping naar den heelde Gods een zwakke afschaduwing in zich droeg

van de eeuwige generatie. Een zeer zwakke afschaduwing dus, maar een

afschaduwing dan toch

En Adam

ten

en

;

naar het perk van het creatuurlijke.

andere, dat de Middelaar ons ten Hoofd wij,

als

kind van

Christi, als zijn leden,

is

gezet in stee van

God geen bestaan hebben dan

en slechts

Hem

in

in het

Lichaam

inzijnde, en zijnen heelde gelijk-

gemaakt wordende, het kindschap Gods openbaren.

Maar ook Ten

anderzijds ligt die

eerste

daardoor,

Ten val,

maar reeds

dat in

Hij

er

van de

zijde

van den Middelaar:

dat Hij ons vleesch aannam, onze natuur over-

nam, en den broederen in tweede,

band

alles gelijk wierd,

niet

pas

bij

uitgenomen de zonde.

Bethlehem, noch ook pas na den

den eeuwigen Kaad des welbehagens,

Verzoener en Middelaar besteld en bestemd

is.

als Verlosser

Gevolg waarvan was, dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 361

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

PDF Bekijken