Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 37

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

E voto Dordraceno - pagina 37

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND.

de

van

uitstorting

maar ook de volkomen ren

is

de wateren onzer

afvloeiing dezer wateren

zuiver, helder en

daarom

ze geheel

omen persoon

voorzooverre ze uiting

laafr,

Wet

is

des Hee-

OT^eischt^

en onze

van wat in dien per-

leeft.

Doch nu gaat Vraag het

den oceaan van het leven,

ziel in

van de bergen van ons hart moet

doorzichtig wezen. Kortom, de

omdat

„geestelijk"

daad slechts helpen soon

31

III.

dringt altoos tot in de bronwei van ons hart door. Niet slechts

maar

staan,

HOOFDSTUK

II.

van

doel

de

5 nog ééne schrede verder, en toont

Wet

houden?" en op

nature geneigd,

God

aan, hoe

voor den zondaar niet anders dan de ontdekking

Hier toch wordt gevraagd

zijner ellende zijn kan.

menlijJc

nu

die via.ag geantwooii:

en mijn naaste

Doel van deze vraag en

dit

te

antwoord

:

„Kunt gij

„Neen

dit al volko-

want

ik ben

van

tot de belijdenis

van

ik,

haten." is

om

niet,

„de verdorvenheid onzer natuur" te komen. Immers de bespreking hiervan volgt eerst in

Vraag 8

;

en predikers, die verkeerdelijk hier reeds over de

verdorvenheid spreken, raken óf

Vraag 8

bij

in de war, èf wel

hunne

be-

handeling loopt dubbel.

Neen, het doel van deze vraag karakter van de

Wet

is

een geheel ander.

des Heeren in het licht

denkbeeld voor de hand, dat deze

Wet

is

Nu

het geestelijk

gesteld, ligt namelijk het

ook nog voor den zondaar de be-

doeling zou hebben, dat hy er door tot het doen van al wat

zij

gebiedt, zou

Wet dus ook nog tot den zondaar komen, als middel en beweegoorzaak om hem tot Wetsvolbrenging te doen geraken. Het zeggen: „Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met heel uw hart, heel uw ziel en heel uw verstand" zou dan instrument en prikkel zijn, waardoor hij bekwaamd wierd, om het ook alzoo te doen. Tegenover de Wet staande en voelende dat de Wet op hem aankwam, zou een zondaar dan pogen, trachten en streven moeten, om haar eisch ook daadwerkelijk te vervullen, en de Wet zou op hem blijven aandringen, in de verwachting dat het hem gelukken zou. En deze gronddwaling nu snijdt de Catechismus op eenmaal juist met

worden aangedreven. Ware

deze vijfde Vraag

af.

Wet aan den

vens

afdoende

alles

Zoomin

met een voor

de

zondaar niet

reden, dat het

zijn

;

om

de eenvoudige,

met een zondaar tegenover

maar die

te-

Wet

staat.

ge water kunt dragen in een gescheurde kruik of vuren kunt stuk

geschut

Wet,

om met

Een voerman, tegelijk

dan zou de

Neen, prikkel tot Wetsvolbrenging kan het voorhou-

den van de

volkomen desperaat

dit zoo,

dat stuksprong, even volstrekt onmogelijk een zondaar gereed

te

komen

die zijn paard ziet neerstorten en drie

breken,

denkt

er niet

in

is

het

de volbrenging.

van de

vier pooten

aan met de zweep van den bok van dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 January 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 January 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

PDF Bekijken