Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 422

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Sociale hervormingen - pagina 422

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.

2 minuten leestijd

41 o

beider voorschriften moeten volkomen dezelfde kracht hebben. In de tweede plaats scheen de termijn van acht dagen, zelfs indien de bepaling daaromtrent in dier voege werd gewijzigd, dat de termijn eerst begint te loopen bij de ontvangst van het voorschrift, te kort. Niet alleen toch kan het hoofd of de bestuurder, op het oogenblik waarop het voorschrift inkomt, van huis zijn, maar bovendien zal hij allicht met zijn rechtsgeleerden of technischen raadsman of wel met andere werkgevers over het al

dan

niet

instellen

van beroep

te

kan een tijdruimte van een week worden geacht.

rade willen gaan en daarvoor voldoende

niet in alle gevallen

Een derde bezwaar gold eveneens den termijn. Krachtens art. 239 zal de ambtenaar een zeer korten termijn, b.v. van drie dagen, kunnen bepalen, waarbinnen aan zijn voorschrift behoort te zijn voldaan. Het hoofd of de bestuurder zou dan na het vervan dien termijn nog vijf dagen den tijd hebben om zich beraden, of hij van het voorschrift in beroep zal gaan, en inmiddels vloeit, krachtens het bepaalde bij art. 246, voor hem uit dat voorschrift geenerlei verplichting voort. Nu zal men hiertegen misschien willen aanvoeren, dat de ambtenaar bij het bepalen van den in art. 239 bedoelden termijn wel rekening zal houden met den termijn van beroep maar, ook al doet hij zulks, dan nog zal de nakoming van het voorschrift geruimen tijd kunnen uitblijven, aangezien het hoofd of de bestuurder daartoe eerst verphcht is, nadat omtrent het tegen dat voorschrift ingesteld beroep zal zijn beslist. In verband hiermede werd gevraagd, of de wet niet eveneens een termijn moet inhouden binnen welken de beslissing over een ingesteld beroep moet worden gegeven. Maar men wees er bovendien op, dat zich stellig gevallen zullen voordoen, waarin het gegeven voorschrift in eene dringende behoefte voorziet en uitstel in de nakoming daarvan schromelijke gevolgen zou kunnen hebben. Sommigen gaven daarom in overweging de zaak derwijze te regelen, dat het hoofd of de

strijken te

;

bestuurder kan worden verplicht een gegeven voorschrift, ongeacht de mogelijkheid van beroep, binnen den door den ambtenaar te stellen termijn na te komen, en dat hem recht op schadeloosstelling van Rijkswege worde toegekend voor het geval hij in beroep mocht worden in het gelijk gesteld.

Ari. 241. De redactie werd door sommige leden onduidelijk en onvolledig geacht. De eerste zin zegt, dat het beroep wordt ingediend bij den Minister, de tweede, dat het elders moet worden ingediend.

Andere leden zagen in deze korte formuleering van regel en uitzondering geen bezwaar. Art. 242 De vraag werd gesteld, bij wien de Minister het voor het nemen van een beslissing benoodigde licht zal moeten opsteken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 1 January 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 422

Bekijk de hele uitgave van Sunday 1 January 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

PDF Bekijken