Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 173

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Sociale hervormingen - pagina 173

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.

2 minuten leestijd

229 jarige

is

getreden

en

na

te

gaan, of uitoefening van de

hem

gegeven macht noodig is. Aan het slot van het

artikel wordt bepaald, dat de mindergeacht door zijn vertegenwoordiger mondeling tot het aangaan „dier arbeidsovereenkomst" gemachtigd te zijn geweest. Naar aanleiding daarvan werd gevraagd, of, indien de bedoelde overeenkomst tijdens de dienstbetrekking wordt gewijzigd, voor den wettelijken vertegenwoordiger van af die wijziging wederom een termijn van veertien dagen om van zijne macht tot tusschenkomst gebruik te maken, zal beginnen te loopen. In de Memorie van Toelichting staat, dat, zoo de wettelijke vertegenwoordiger den in het artikel gestelden termijn laat verloopen, hij bij den rechter beëindiging der dienstbetrekking zal moeten verzoeken. Reeds uit de verwijzing naar art. 1639 o meende men te mogen opmaken, dat zoodanig verzoek niet steeds, maar slechts in de in dat artikel genoemde gevallen zou kunnen

jarige wordt

geschieden.

Sommige leden zouden tegen de bepaling van het laatste lid minder bezwaar hebben, indien daarin werd voorgeschreven, dat de werkgever den wettelijken vertegenwoordiger schriftelijk kennis zou moeten geven van het aangaan der arbeidsovereenkomst en dat, indien de minderjarige daarna gedurende veertien dagen in dienst van den werkgever arbeid heeft verricht, hij geacht zou worden door zijn vertegenwoordiger mondeling tot het aangaan der arbeidsovereenkomst gemachtigd te zijn geweest.

Art. 1637 i' Verscheidene leden hadden niet zonder verwondering in de toelichting tot dit artikel de opmerking omtrent de gelijkheid in het huwelijk tusschen beide echtgenooten gelezen. Zij meenden, dat deze gedachte, waarvan trouwens bij andere bepalingen van het ontwerp als voorbeeld werd art. 1639 n genoemd niet is uitgegaan, door den Minister niet in zoo algemeenen zin kan worden gehuldigd.

Verscheidene leden verklaarden niet te begrijArt. 1637 ĥ pen, waarom hier met betrekking tot inwonende arbeiders eene uitzondering is noodig geacht. In de Memorie van Toelichting

worden daarvoor bijna geene gronden aangevoerd. Gevolg van de uitzondering zal zijn, dat de inwonende arbeiders niet zullen zijn beschermd tegen gevaarlijke of voor hen nadeelige vormen van vaststelling van loon en dat bijv. te hunnen aanzien een deel van het loon in sterken drank zal kunnen worden vastgesteld. Dit keurden deze leden af en zij gaven in overweging, zoo de uitzondering in het algemeen dan moet blijven bestaan, althans te verbieden, dat de vaststelling van een deel van het loon van bij den werkgever inwonende arbeiders in sterken drank geschiedt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 173

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

PDF Bekijken