Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 215

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Sociale hervormingen - pagina 215

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.

2 minuten leestijd

sche Gewerbeordnung aanleiding hebben gegeven tot het instelvan tal van burgerrechtelijke vorderingen, die met succes voor den arbeider zijn bekroond, en reeds daaruit de onjuistheid blijkt van de bewering, dat de hier opgenomen civielrechtelijke sanctie van geen beteekenis zoude zijn. Veeleer, meende men, zou eene strafbepaling, behalve dan wellicht ter wering van het misbruik der geheime teekens, van weinig uitwerking zijn en in elk geval was men van gevoelen, dat eerst moet worden afgewacht of civielrechtelijke sanctie alleen hier niet voldoende blijkt. Het had de aandacht getrokken, dat in het Regeeringsontwerp van 1901 aan de regeling omtrent het uitreiken van getuigschriften de bepaling was toegevoegd, dat elk beding of elke bijzondere overeenkomst, strijdig met de bepalingen der regeling, nietig is, maar deze bepaling in het ontwerp niet is overgenomen. Men verzocht daarvan de reden te mogen vernemen.

len

Vijfde Afdeeling. Art.

1639.

Van

verschillende zijden

werd bezwaar ingebracht

men achtte de daarin geval van nood" veel te vaag en vreesde, dat aan de bepaling door den werkgever eene veel te ruime toepassing zoude worden gegeven. Sommige leden wezen in het bijzonder op het geval van werkstaking. Zeker, men keurde goed, dat de werkgever den arbeider kan gelasten anderen arbeid dan de bedongene of gebruikelijke te verrichten, bijv. wanneer een bepaald werk, dat geen uitstel duldt, door bijzondere, onvoorziene omstandigheden meer arbeidskracht vordert dan waarover kan worden beschikt, of wanneer een arbeider, die spoedeischenden arbeid had te verrichten, door ziekte of ongeval is getroffen. Maar men wees er op, dat verplichtingen van dezen aard voor den arbeider reeds voortvloeien uit het algemeen voorschrift van art. 1639 d en daarvoor de bepaling van de laatste zinsnede van art. 1639 dus niet noodig is. Op schrapping van deze zinsnede werd aangedrongen.

tegen de

laatste zinsnede

voorkomende woorden:

van

dit artikel;

„in

Opgemerkt werd, dat deze bepaling een einde het in sommige streken des lands bestaande gebruik, dat maaiers, die arbeidsovereenkomsten aangaan, zelf slechts een deel van den bedongen arbeid verrichten en zich in dien arbeid door derden doen bijstaan, zonder daarvoor 's werkgevers toestemming te vragen. Art.

zal

1639

a.

maken aan

Art.

1639

omdat de aard van

b.

Eenige leden vonden deze bepaling overbodig,

daarbij den arbeider opgelegde verplichting uit den zijne dienstbetrekking voorvloeit en in het algemeen voorschrift van art 1639 d dus reeds ligt opgesloten; zij achtten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 1 January 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 215

Bekijk de hele uitgave van Sunday 1 January 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

PDF Bekijken