Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 308

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 308

2 minuten leestijd

HET HEILIGE AVONDMAAL.

298

hun kruis gewillig op zich te nemen en nalevolgen. Een rechte gestalte des harten ootmoedig Jezus is daartoe volstrekt onmisbaar, waarom ook zelfs de verst gevorderde geloovigen daarnaar zeer ernstig hebben te staan, .en waartoe eene ernstige zelfbeproeving, ook voor den meest in 't geloof bevestigden christen, zeer noodig is, zoolang hij hier met de listen des Satans, de begeerlijkheden zijns vleesches en niet het minst met het ongeloof, dat tot zijne bittere droefheid in hem nog overgebleven is, te verloochenen,

worstelen heeft.

door mij aange660 en 661 op uitnemende wijze de vereischten in zulk eenen, die waardiglijk en met vrucht De vereischten van het heilige Avondmaal ontvangen zal. zulk eenen (zegt hij) die waardiglijk communiceeren zal^ zijn: „1. Dat hij waarlijk zij onder het Verbond der gewant het heilig Avondmaal is een teeken en zegel nade van het Verbond der genade, hetwelk derhalve aan niemand toekomt, dan aan diegenen, die in dat Verbond reeds Hierom zijn ingevoerd en der beloftenisse deelachtig zijn. wierd ook tot het voorbeeldige Avondmaal, dat is tot het Pascha (waarmede van Mastricht niet zeggen wil dat het Pascha slechts een schaduw was van wat het Avondmaal in werkelijkheid is, zie blz. 206 en 207 hiervoor, maar dat het dezelfde beteekenis had en daarvan dus niet wezenlijk onderscheiden was) niet toegelaten eenige vreemdeling of onbesnedene, gelijk onder het Nieuwe Testament niet toegelaten wordt een niet-gedoopte (Hand. 2 41, 42.) 2. Een genoegzame kennis van God, van den Middelaar, van den weg der zaligheid, en inzonderheid ook van die dingen, daarom dat welke bijzonderlijk dit Sacrament betreffen niet alleen geen Verbondgenoot kan zijn, die van alle hij kennisse der fondamenteele leerstukken verstoken is, maar ook, omdat hij het lichaam van Christus niet onderscheiden, noch zich zelven beproeven en onderzoeken kan (1 Cor. 11: 28, 29) 3. Een ware en opregte boetvaar= digheid en bekeering, zoodat hij, die communiceeren zal, zijne zonden en daaruit voortspruitende ellende,

Van Mastricht werk op

haald

beschrijft in zijn vroeger

blz.

:

:

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 308

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

PDF Bekijken